TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en bedreiging. Lees alleen verder als dat goed voelt. Kijk op Veilig Thuis wat je kan doen bij een onveilige thuissituatie.
Nikki groeide op in een gezin waarin alcoholverslaving een grote rol speelde. Haar biologische moeder dronk jarenlang te veel, al merkte Nikki dat pas echt toen ze ouder werd. Rond haar achttiende escaleerde de situatie. Haar moeder raakte vermist, werd opgenomen na een crisis en Nikki voelde zich ineens verantwoordelijk voor alles.
“Ik was heel eenzaam in die tijd. Mijn stiefvader zat in de ontkenning en mijn moeder had zelf zoveel problemen dat ik eigenlijk voor haar moest zorgen.” Alsof dat nog niet genoeg was, zat Nikki tegelijkertijd in een manipulatieve relatie. Ook haar andere moeder, met wie ze altijd een goede band hield, werd ernstig ziek. Alles gebeurde in dezelfde periode.
“Ik stond altijd in de overlevingsstand.”
Jarenlang ging Nikki door zonder stil te staan bij wat al die gebeurtenissen met haar deden. Pas toen er thuis meer rust kwam, merkte ze hoeveel spanning ze had opgebouwd.
“Toen de rust eindelijk terugkwam, stortte ik eigenlijk zelf in. Ik kreeg paniekaanvallen, voelde me somber en had nergens meer energie voor.” Simpele dingen zoals douchen, tandenpoetsen of uit bed komen werden steeds moeilijker. Ze stopte tijdelijk met werken en zocht hulp.
“Hulp vragen heeft mij echt verder geholpen.”
Nikki kwam uiteindelijk terecht bij verschillende hulpverleners. Niet iedere behandeling sloot meteen aan, maar ze bleef zoeken totdat ze de juiste ondersteuning vond.
“Ik heb geluk dat ik mensen om me heen heb die mij serieus nemen. Zodra ik aangeef dat het niet goed gaat, wordt er meteen meegedacht.” Binnenkort start ze in een praatgroep voor jongvolwassenen. “Ik denk dat het fijn is om met leeftijdsgenoten te praten die ook mentale klachten hebben. Niet omdat je precies hetzelfde meemaakt, maar omdat je elkaar begrijpt.”
“Je hoeft het niet alleen te dragen.”
Door alles wat ze heeft meegemaakt, heeft Nikki geleerd hoe belangrijk het is om op tijd aan de bel te trekken. “Neem de eerste signalen serieus. Denk niet dat het vanzelf wel overgaat.” Ze benadrukt dat hulp vragen geen teken van zwakte is. “Je bent niet zwak als het even niet lukt. We maken allemaal dingen mee. De één redt het alleen, de ander heeft hulp nodig. En dat is helemaal oké.”
“Zorg ook voor jezelf.”
Aan jongeren die nu voor een ander zorgen of zelf worstelen met mentale klachten wil Nikki vooral één boodschap meegeven: “Vergeet jezelf niet. Hoe graag je ook voor iemand anders wilt zorgen, jij bent óók belangrijk. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Nikki’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en bedreiging. Lees alleen verder als dat goed voelt. Kijk op Veilig Thuis wat je kan doen bij een onveilige thuissituatie.
Lisa is 19 jaar en vertelt over haar jaren binnen de jeugdzorg, de zoektocht naar passende hulp en hoe moeilijk het kan zijn om je gehoord te voelen wanneer je hulp nodig hebt.
“Steeds opnieuw je verhaal doen is zwaar”
Lisa zit al meer dan tien jaar in de jeugdzorg en heeft al op veel verschillende plekken gewoond. “Dat wisselen en steeds opnieuw je verhaal doen is zwaar.” Inmiddels staat Lisa onder bewind en heeft ze een mentor. Omdat de hulp niet voldoende aansloot, besloot ze over te stappen naar een andere bewindvoerder en mentor. Uiteindelijk kwam ze terecht bij het Leger des Heils. “Hier werken echt fijne begeleiders die bereid zijn om je te helpen. Dat gaf voor het eerst in lange tijd weer een beetje vertrouwen.”
“Ik voelde me niet gehoord”
Lisa vertelt dat ze vaak machteloosheid en frustratie voelde wanneer hulp niet aansloot. “Moeilijke momenten waren er veel: machteloosheid als hulp niet aansloot, en frustratie omdat ik me niet gehoord voelde.” Vooral op haar negentiende voelde dat zwaar. “Zeker als je 19 bent en eigenlijk zelfstandig wilt zijn, voelt het extra zwaar als dingen niet lukken.”
“Het zwaarst was het gevoel dat ik er alleen voor stond, terwijl ik officieel wel ‘hulp’ had.” Ze vertelt dat het veel met haar deed dat ze moest vechten voor dingen die eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn. “Dat je moet vechten voor basisdingen terwijl je al in een kwetsbare situatie zit, maakte me verdrietig en boos tegelijk. Op je 19e wil je vooruit, maar je zit vast.”
“Het voelde soms als zoeken in het donker”
Lisa wist niet altijd waar ze terechtkon voor de juiste hulp of informatie. “In de jeugdzorg krijg je wel namen en instanties, maar wat die precies doen en of ze bij jou passen is vaak onduidelijk.” Vooral de overgang naar volwassen hulpverlening maakte het ingewikkeld. “Zeker in de overgang naar 18+ wordt het extra verwarrend. Het voelde soms als zoeken in het donker.” Daarom zocht Lisa regelmatig online naar informatie. “Ik hoopte te vinden wat mijn rechten waren bij bewindvoering als je 18+ bent, en ervaringen van anderen.” Ze zocht ook herkenning. “Je zoekt bevestiging dat je niet de enige bent.”
“Echte hulp kwam pas toen iemand verder keek dan het dossier”
Lisa denkt dat sommige hulpverleners haar wel wilden helpen, maar dat regels en tijdgebrek soms in de weg stonden. “Achteraf denk ik dat sommige begeleiders wel wilden, maar vastzaten in regels of tijdgebrek.” De grootste verandering kwam toen iemand haar niet alleen als dossier zag. “Echte hulp kwam pas toen ik iemand trof die verder keek dan het dossier.”
“Als je één keer hulp vraagt en het loopt mis, doe je het de volgende keer niet meer”
Volgens Lisa houden schaamte en eerdere ervaringen veel jongeren tegen om hulp te vragen. “Schaamte, en de angst dat je niet geloofd wordt.” Ook het gevoel dat je een last bent speelt mee. “En het idee dat je ‘lastig’ bent. Vooral rond je 18e/19e, als je ‘volwassen’ zou moeten zijn.” Volgens Lisa kan anonimiteit helpen om die drempel lager te maken. “Als je anoniem je verhaal kwijt kunt, is de drempel lager. Je hoeft niet bang te zijn voor oordelen of gevolgen.”
“Luisteren zonder meteen met oplossingen te komen”
Lisa heeft gemerkt dat vooral echte aandacht en begrip verschil maken. “Wat hielp: Begeleiders die echt luisteren zonder meteen met oplossingen te komen.” Ze vond het belangrijk dat iemand eerst erkent wat ze doormaakt. “Die zeggen: ‘dit is kut voor je’ in plaats van ‘je moet positief blijven’.” Wat volgens haar niet hielp, was wanneer alle verantwoordelijkheid bij haar werd gelegd. “Horen ‘je moet zelf de regie pakken’ terwijl je net verdronk in alles.”
“Ik heb geleerd dat hulp vragen niet zwak is, maar juist nodig.”
Ondanks alles heeft Lisa ook veel over zichzelf geleerd. “Dat ik sterker ben dan ik dacht. 10+ jaar in de jeugdzorg overleven vraagt veel.” Ze heeft geleerd dat hulp vragen juist kracht laat zien. “Ik heb geleerd dat hulp vragen niet zwak is, maar juist nodig.” Ook weet ze nu dat ze keuzes mag maken als hulp niet werkt. “Ik mag wisselen van bewindvoerder als het niet werkt, ook als ik 19 ben.”
“Onder bewind staan op je 19e betekent niet dat je dom bent”
Lisa wil dat mensen anders kijken naar jongeren die hulp nodig hebben. “Dat ‘in de jeugdzorg zitten’ niet betekent dat je hulp krijgt die werkt. En dat onder bewind staan op je 19e niet betekent dat je dom bent.” Volgens haar betekent het niet dat iemand gefaald heeft, maar dat systemen ingewikkeld kunnen zijn. “Het betekent dat het systeem ingewikkeld is en je soms iemand nodig hebt die naast je staat.”
“We gaan dit samen uitzoeken”
Een belangrijk moment van hoop kwam toen Lisa bij het Leger des Heils terechtkwam. “Iemand die zei: ‘we gaan dit samen uitzoeken’ en het ook echt deed. Dat kleine moment gaf weer kracht.” Ze merkte hoe belangrijk het is om iemand naast je te hebben die blijft.
Lisa wil andere jongeren meegeven dat ze niet moeten stoppen met zoeken naar passende hulp. “Als je hulp niet goed voelt, mag je om andere hulp vragen. Je bent niet ondankbaar of moeilijk.” Haar belangrijkste boodschap: “Blijf zoeken tot je mensen vindt die passende hulp kunnen bieden. Ze bestaan echt. En hulp vragen mag. Altijd. Ook als je 19 bent.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Fay’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
De overstap naar de middelbare school is voor veel jongeren spannend. Voor Henri was vooral de eerste periode in de brugklas lastig. Alles was nieuw, hij kende niemand en hij moest zijn plek nog vinden.
“De eerste paar maanden waren best moeilijk. Ik kende niemand en alles was nieuw. Dat maakte me soms gespannen en zenuwachtig.”
Vooral de eerste sportdag en de eerste toetsweek vond hij spannend. De onzekerheid over hoe alles zou gaan en of hij erbij zou horen, zorgde voor veel stress. Gelukkig stond Henri er niet alleen voor. Zijn ouders en mentor merkten dat hij het moeilijk had en boden hem steun.
“Ik kon terecht bij mijn ouders en mijn mentor. Dat hielp wel. Ze luisterden naar me en dat gaf rust.”
Na verloop van tijd veranderde er veel. Henri maakte vrienden in de klas en voelde zich steeds meer thuis op school.
“Toen ik vrienden kreeg, ging het eigenlijk steeds beter.” Achteraf denkt Henri dat een buddy uit een hoger leerjaar hem in het begin had kunnen helpen. “Sommige scholen hebben een buddy voor brugklassers. Dat lijkt me eigenlijk wel fijn. Iemand die weet hoe het is en waar je vragen aan kunt stellen.”
Waarom jongeren niet altijd om hulp vragen? Volgens Henri speelt schaamte een grote rol. “Ik denk dat veel jongeren bang zijn om uitgelachen te worden.” Zijn ervaring heeft hem geleerd dat het juist belangrijk is om niet alles voor jezelf te houden.“Ik heb geleerd om niet op te geven en in jezelf te blijven geloven. Ook al is praten erover spannend, het helpt uiteindelijk wel.”
Aan andere jongeren die zich nu onzeker voelen of moeite hebben met de overstap naar de middelbare school wil hij graag meegeven:
“Praat erover en schaam je niet. Het wordt echt beter.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Fay’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Niek is 23 jaar en woont sinds een paar jaar op zichzelf. Nadat hij stopte met zijn studie Visual Effects, ging hij op zoek naar wat wél bij hem past. Hij speelt in films, maakt muziek en is graag creatief bezig. Maar terwijl hij bezig was met zijn toekomst, stapelden de zorgen zich ongemerkt op.
Sinds hij op zichzelf woont, heeft hij veel stress over geld. Hij weet hoe sparen werkt en kent alle adviezen, maar in de praktijk lukt het hem niet om grip te houden op zijn financiën. Impulsieve aankopen geven hem even een goed gevoel, totdat de rekeningen binnenkomen. Tegelijkertijd voelde hij de druk om zijn toekomst uit te zoeken, terwijl ook de dagelijkse dingen zoals koken, schoonmaken en voor zichzelf zorgen steeds moeilijker werden.
“Ik dacht steeds dat ik dit zelf moest oplossen.”
Langzaam begon alles door elkaar te lopen. Zijn slaapritme verschoof, hij zorgde minder goed voor zichzelf en merkte dat hij vaker naar alcohol en wiet greep om zijn hoofd even stil te krijgen.
“Het gaf even een gevoel van ontsnappen, maar daarna kwam alles gewoon weer terug.”
Toch bleef hij lang denken dat hij het zelf moest oplossen. Hij wist waar hij hulp kon krijgen, maar de stap zetten voelde moeilijk. Niet omdat hij bang was voor de reactie van zijn ouders, integendeel. Hij wist juist dat zij er voor hem zouden zijn. Het lastigste was om tegenover zichzelf toe te geven dat het niet goed ging. Op een avond stuurde hij zijn moeder een lang spraakbericht waarin hij vertelde hoe hij zich voelde. De volgende dag belde hij de huisarts en zette hij de eerste stap richting therapie.
“Het moeilijkste was niet hulp zoeken, maar toegeven dat het niet goed ging.”
Terugkijkend beseft Niek dat die eerste stap het verschil maakte. Zodra hij zijn verhaal had gedeeld, merkte hij dat het steeds iets makkelijker werd om er ook met anderen over te praten.
Naast gesprekken met zijn ouders en vrienden probeerde Niek ook op andere manieren zijn gedachten te ordenen. Zo gebruikte hij soms een digitale gesprekstool om zijn gevoelens en gedachten onder woorden te brengen. Hij zag dit niet als vervanging voor echte hulp of gesprekken met mensen, maar meer als een manier om even zijn hoofd leeg te maken en dingen op een rijtje te zetten. Hij was zich er ook van bewust dat een chatbot geen mens is en dat informatie niet altijd betrouwbaar hoeft te zijn.
“Je kunt je verhaal kwijt zonder dat je bang bent voor een oordeel.”
Voor hem was dat een veilige eerste stap, al ziet hij het niet als vervanging van echte hulp. Juist de gesprekken met mensen die hij vertrouwt gaven hem het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Volgens Niek zit de grootste drempel voor veel jongeren in de acceptatie. Je wilt volwassen zijn, laten zien dat je alles zelf kunt en denkt dat je je problemen alleen moet oplossen. Zelf merkte hij ook hoe makkelijk het is om jezelf te vergelijken met leeftijdsgenoten die hun studie afronden, sparen of een huis kopen.
Daarnaast ervaart hij sociale media niet zozeer als een plek waar iedereen een perfect leven laat zien, maar vooral als een bron van eindeloze prikkels. “Je hoofd zit al vol met je eigen zorgen. Dan komen daar ook nog al die filmpjes, het nieuws en alle informatie bovenop.”
“Weten wat je moet doen, betekent nog niet dat het lukt.”
Dat geldt volgens hem niet alleen voor mentale gezondheid, maar ook voor geldzorgen. Mensen geven vaak praktische oplossingen, zoals een planning maken of spaarpotjes aanmaken. Maar weten hoe iets moet, betekent niet automatisch dat je het ook kunt.
“Soms heb je geen nieuwe tips nodig, maar iemand die eerst gewoon naar je luistert.”
Inmiddels voelt Niek zich gesteund door de mensen om hem heen en kijkt hij met vertrouwen naar de hulp die gaat komen. Hij probeert zichzelf eraan te herinneren dat herstel niet begint met alles oplossen, maar met eerlijk durven zijn over hoe het echt gaat.
Wat Niek wil meegeven aan andere jongeren:
“Durf het eerst aan jezelf toe te geven. Dat was voor mij de grootste stap. En vertel het daarna aan iemand die je vertrouwt. Je hoeft het echt niet alleen te doen.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Fay’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit verhaal gaat over depressie en zelfbeschadiging. Sommige onderdelen kunnen confronterend zijn. Lees alleen verder als dat goed voelt. Hulp nodig? Kijk op 113.nl
Maud is 23 jaar en kijkt terug op de drie jaar waarin ze de opleiding tot docent aardrijkskunde volgde. Een periode waarin ze steeds meer merkte dat de opleiding veel van haar vroeg. Tijdens haar stages stond ze regelmatig voor groepen. Juist dat zorgde voor veel spanning. “Ik kreeg bijna iedere week paniekaanvallen door de opleiding.” Ze probeerde door te zetten, omdat ze dacht dat ze uiteindelijk wel zou wennen aan het lesgeven en de praktijk.
Later ontdekte Maud waarom deze situaties zoveel van haar vroegen. Drie maanden geleden kreeg ze de diagnose autisme. In combinatie met de werkzaamheden binnen de opleiding bleek het geen goede match te zijn. Uiteindelijk besloot ze een andere richting te kiezen: applied science. Daar heeft ze inmiddels een plek gevonden waar haar kwaliteiten beter tot hun recht komen.
“Ik stond vaak op de automatische piloot.”
Tijdens haar opleiding voelde Maud zich een groot deel van de tijd alsof ze op de automatische piloot leefde. “Ik was 90% van de tijd in mijn hoofd bezig.” De momenten waarop ze wel kon genieten, waren vooral de kleine momenten met vrienden, bijvoorbeeld wanneer ze met vrienden was en gewoon kon lachen of genieten van het moment.
De zwaarste momenten waren tijdens stages wanneer ze voor een groep stond die ze niet goed onder controle kreeg. “Ik was intens onzeker en had niet het gevoel dat ik de taak goed kon uitvoeren.” Ze voelde dat ze stevig in haar schoenen moest staan, maar had het idee dat ze dat op dat moment niet kon. Naast de druk van de opleiding speelde ook mee dat ze zichzelf steeds meer als een obstakel begon te zien. Ze wist dat dingen anders voelden voor haar, maar begreep nog niet precies waarom.
“Ik had vooral behoefte aan iemand die echt luisterde.”
Tijdens deze periode stond Maud op een wachtlijst voor de GGZ om therapie te krijgen en mogelijk meer duidelijkheid te krijgen over haar klachten. Die wachttijd maakte het moeilijk. Ondertussen sprak ze met haar toenmalige partner en studentcoach over hoe het ging. Toch voelde het soms alsof gesprekken weinig veranderden. Ze kreeg vooral het gevoel dat ze moest volhouden om haar opleiding af te maken. Wat ze eigenlijk nodig had, was professionele ondersteuning en iemand die echt met haar kon meekijken.
“Het gesprek waarin iemand mij vroeg of ik nog gelukkig was, veranderde alles.”
Achteraf denkt Maud dat haar studentcoach signalen had kunnen zien. “Ik zat daar vaak met tranen in mijn ogen.” Toch was het niet één groot moment, maar vooral een gesprek met haar laatste instituut opleider dat uiteindelijk de doorslag gaf.Die stelde haar een directe vraag: was ze eigenlijk nog gelukkig met wat ze deed? En zag ze zichzelf dit beroep nog jarenlang uitvoeren?
Het antwoord was duidelijk: nee. Na dat gesprek besloot Maud zich uit te schrijven voor de opleiding. Een moeilijke keuze, maar uiteindelijk ook een keuze die ruimte gaf voor iets nieuws.
“Zoek iets waar jouw kwaliteiten kunnen oplichten.”
In de periode daarna ontdekte Maud dat ze professionele hulp nodig had. Een paar maanden later kon ze terecht bij een praktijk en kreeg ze meer inzicht in zichzelf.
Ze ontdekte ook dat niet iedere opleiding of omgeving bij iedereen past. “Het is zo vanzelfsprekend dat je je studie gewoon afrondt, maar dat is niet voor iedereen de realiteit.” Volgens Maud weten mensen vaak niet welke obstakels iemand met zich meedraagt. Zelf heeft ze onder andere dyslexie, autisme en ADHD. Ze legt uit dat een neuro divergent brein anders werkt en dat dingen die voor anderen vanzelfsprekend lijken, soms veel meer energie kunnen kosten.
“Ben je op dit moment gelukkig?”
Aan jongeren die twijfelen over hun opleiding of toekomst wil Maud meegeven om eerlijk naar zichzelf te kijken. “Ben je op dit moment gelukkig? Word je enthousiast van het idee dat je dit beroep de komende jaren gaat uitvoeren? Als het antwoord nee is en je alles hebt geprobeerd wat je zelf kunt doen, stop dan met de opleiding.” Volgens haar betekent stoppen niet dat je hebt gefaald. Het betekent soms dat je op zoek gaat naar een plek waar jouw kwaliteiten beter zichtbaar worden.
Ze vindt het daarnaast belangrijk dat jongeren contact blijven houden met anderen, ook als ze zich terugtrekken. “De jongeren die bijna niets van zich laten horen, zijn vaak juist degenen bij wie het niet goed gaat.” Soms duurt het even voordat iemand zich veilig genoeg voelt om te vertellen wat er speelt. Voor Maud was het uiteindelijk belangrijk om te accepteren dat haar route anders mag zijn dan die van anderen. “Je weet nooit welke obstakels iemand onderweg tegenkomt. Niet iedereen krijgt dezelfde start of loopt dezelfde weg.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Fay’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit verhaal gaat over seksueel geweld, pesten en mentale klachten. Sommige onderdelen kunnen confronterend zijn. Lees alleen verder als dat goed voelt. Hulp nodig? Kijk op 113.nl. of op Centrum Seksueel Geweld
Dilana is 21 jaar en kijkt terug op een periode waarin meerdere ingrijpende gebeurtenissen samenkwamen. Ze werd vroeger gepest op school, kreeg te maken met seksueel geweld. Ze had daarnaast moeilijke ervaringen binnen haar familie. Alles bij elkaar zorgde ervoor dat haar mentale gezondheid steeds verder achteruitging.
“Ik voelde me helemaal niet fijn in mijn vel,” vertelt ze. “Ik durfde niet naar buiten, durfde geen contact te maken met mensen. Het was zelfs zo erg dat ik niet eens alleen naar de winkel durfde.” De nachten waren voor haar het zwaarst. Overdag lukte het soms nog om afleiding te vinden, maar zodra het stil werd, kwamen de herinneringen terug. “Dan maakte ik alles opnieuw mee in mijn hoofd.” Daardoor sliep ze nauwelijks en voelde ze zich steeds uitgeputter.
“Ik schaamde me, dus ik zei bijna niets.”
Hoewel Dilana wist waar ze hulp kon vinden, vond ze het moeilijk om die stap te zetten. Niet omdat er geen mensen waren die wilden helpen, maar omdat schaamte haar tegenhield.
“Er waren genoeg mensen die me konden helpen, maar ik durfde er bijna niets over te zeggen.” Dilana denkt dat veel jongeren dat herkennen. Angst om niet geloofd te worden of niet serieus genomen te worden kan een grote drempel vormen. Ze probeerde te praten met familie en vrienden, al kostte dat veel moed. Aan de buitenkant was niet altijd zichtbaar hoe slecht het ging. “Ik denk dat mensen signalen hadden kunnen zien, maar ik kon het best goed wegstoppen.”
Wat uiteindelijk wel hielp, was dat mensen echt luisterden. “Ze namen me serieus in wat ik vertelde en wat me dwarszat.” Dat gevoel van gehoord worden maakte een groot verschil.
“Toen ik begon te praten, voelde ik me niet meer alleen.”
Langzaam ontdekte Dilana dat ze problemen niet alleen hoeft te dragen. Een belangrijke les die ze meenam uit die periode, is dat het helpt om eerder te praten over dingen die je bezighouden.
Ook de steun van haar vriend gaf haar kracht. “Als ik bij hem was, voelde ik weer een beetje licht. Dan zag ik weer hoop.” Toen Dilana uiteindelijk meer durfde te delen over wat er speelde, merkte ze hoe belangrijk steun kan zijn. Haar familie luisterde naar haar verhaal en stond voor haar klaar. Dat gaf haar een gevoel van veiligheid en maakte dat ze zich minder alleen voelde.
Wat Dilana wil meegeven aan andere jongeren: “Als je er niet over durft te praten, schrijf het dan op. Maar houd het niet allemaal binnen. Er komt hulp, soms duurt het alleen even.” En misschien wel haar belangrijkste inzicht: “Alles heeft zijn tijd nodig. “Veel mensen denken dat jongeren zich aanstellen. Alsof we alles gewoon moeten kunnen omdat we jong zijn. Maar mentale klachten zijn echt, ook als je ze niet altijd aan de buitenkant ziet.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Dilana’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit verhaal gaat over depressie en zelfbeschadiging. Sommige onderdelen kunnen confronterend zijn. Lees alleen verder als dat goed voelt. Hulp nodig? Kijk op 113.nl
Fay is 18 jaar en kijkt terug op een periode waarin ze na veel moeilijke gebeurtenissen in haar leven in een diepe depressie terechtkwam. Het werd een periode waarin bijna alles zwaar voelde en waarin ze steeds verder van zichzelf verwijderd raakte.
“Tijdens die periode voelde ik me eigenlijk bijna de hele tijd somber en leeg. Het was alsof er een zware deken over alles heen lag.” Dingen waar ze normaal plezier uit haalde zoals haar make-up doen of iets simpels zoals een film kijken, gaven haar steeds minder energie. Ook gewone dagelijkse dingen werden steeds moeilijker. Zichzelf verzorgen, klusjes in het huishouden en het naar werk gaan werden steeds grotere uitdagingen. Ze voelde zich vaak verdrietig, hopeloos en overweldigd. “Ik had het gevoel dat ik vastzat en niet wist hoe het beter kon worden.” Ook trok ze zich steeds meer terug en had ze soms het gevoel dat ze anderen tot last was.
“Ik wilde vooral dat mensen zagen dat ik aan het vechten was”
Een van de moeilijkste dingen voor Fay was dat ze zich niet altijd begrepen voelde. Ze merkte dat mensen soms dachten te weten wat ze voelde of welke keuzes ze moest maken, terwijl ze zelf nog zoekende was. “Mijn ouders vertrouwden niet altijd op mijn eigen keuzes en dat botste soms.” Voor Fay ging steun niet over iemand die haar problemen oploste. Ze had vooral behoefte aan erkenning en begrip. “Ik had geen gebroken been of gebroken arm. Zodra je niet fysiek ziet dat er iets is, nemen mensen je soms minder serieus. Maar van binnen was ik enorm aan het worstelen.”
“De eerste stap zetten is vaak het moeilijkste”
Fay was al in behandeling bij een zorginstelling. Vanuit daar kon snel extra hulp worden ingezet, wat haar hielp. Toch begrijpt ze waarom veel jongeren moeite hebben met hulp vragen. “Veel jongeren zijn bang om niet serieus genomen te worden. Ook weten ze niet altijd waar ze terechtkunnen of lopen ze tegen lange wachttijden aan.” Zelf zocht Fay ook naar informatie over wat ze voelde. Nadat haar depressie werd vastgesteld, wilde ze vooral begrijpen wat er met haar gebeurde. “Hoelang duurt het voordat ik me beter voel? Wanneer wordt het weer normaal? Dat soort vragen had ik.”
“Soms zijn het juist de kleine dingen die het verschil maken”
Tijdens haar moeilijkste periode was de steun van haar vriend heel belangrijk. “Hij haalde me vaak echt uit bed, zorgde dat ik mijn tanden poetste en waste mijn haren als het zelf te zwaar was.” Voor Fay waren dat geen kleine dingen. Juist op momenten waarop alles te veel voelde, hielpen die gebaren haar om weer een stapje vooruit te zetten.
“Ik leerde dat praten beter helpt dan alles binnenhouden”
Een belangrijke verandering voor Fay was dat ze leerde praten over wat er in haar omging. “Eerst deed ik mezelf altijd pijn. Later heb ik dat kunnen omzetten in praten met mijn dierbaren.” Door woorden te geven aan haar gevoelens ontdekte ze beter waarom bepaalde dingen zo zwaar voelden. Ze hoefde niet alles alleen te dragen.
“Herstellen gaat niet in een rechte lijn”
Fay weet inmiddels dat herstel niet betekent dat alles meteen goed gaat. “De ene dag voel je je beter, de andere dag nog slechter. Die dagen heb je.” Ze probeert dicht bij zichzelf te blijven en te accepteren dat niet iedere dag hetzelfde hoeft te zijn.
Wat Fay wil meegeven aan andere jongeren
“Je staat er niet alleen voor. Er is hoop, ook als je je bed niet uitkomt. Soms is dat kleine beetje hoop al genoeg om weer een stap te zetten. Kleine stapjes zijn uiteindelijk het grote werk.” Volgens Fay begrijpen sommige mensen nog onvoldoende hoeveel jongeren kunnen meemaken. “Veel mensen denken dat jongeren nog geen levenservaring hebben of geen pijn kunnen hebben. Maar als we elkaar serieuzer nemen en beter proberen te begrijpen, komen we allemaal verder.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Fay’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en bedreiging. Lees alleen verder als dat goed voelt. Kijk op Veilig Thuis wat je kan doen bij een onveilige thuissituatie.
Lola is 27 jaar en kijkt terug op een periode waarin ze zich lange tijd onveilig voelde binnen haar thuissituatie. Door huiselijk geweld en alcoholgebruik binnen haar gezin leefde ze regelmatig in angst. Vooral de nachten waren zwaar.
“Mijn moeder maakte me vaak wakker omdat er geschreeuw was. Ik hoorde alles en voelde me daardoor heel onveilig. Ik wist niet wat er ging gebeuren en moest vaak nadenken over hoe ik mezelf veilig kon houden.”
Op een gegeven moment wist Lola dat ze niet langer in die situatie kon blijven. Ze besloot weg te lopen, zonder precies te weten waar ze terecht zou komen. “Ik had eigenlijk geen idee wie ik moest bellen of waar ik recht op had. Mijn telefoon was bijna leeg en ik wist gewoon: ik moet nu zorgen dat ik veilig ben.”
Via hulpinstanties kwam Lola uiteindelijk terecht bij een opvangplek. Dat was spannend, omdat alles nieuw was en ze niet wist wat haar te wachten stond. Langzaam kreeg ze daar weer structuur en begon ze mensen te vertrouwen.
“In het begin vertrouwde ik eigenlijk niemand meer. Er was zoveel gebeurd dat ik geen keuzes meer voor mezelf kon maken. Het hielp heel erg dat er mensen waren die mij stap voor stap begeleidden.” Een gezin waar Lola via haar werk terechtkwam, bood haar tijdelijk een veilige plek. Daar vond ze rust en kreeg ze weer een dagelijks ritme terug. “Dat gaf mij heel veel. Gewoon weer een normale dag hebben, weten waar je aan toe bent en mensen om je heen hebben die voor je zorgen.”
“Ik had iemand nodig die zei: je mag hier weg.”
Terugkijkend denkt Lola dat signalen eerder gezien hadden kunnen worden. Ze had al hulp rondom zich, maar uiteindelijk moest ze zelf de stap zetten om weg te gaan.
“School deed eigenlijk niet wat ik nodig had. Ik moest uiteindelijk zelf de keuze maken om weg te lopen voordat ik de hulp kreeg die ik eigenlijk al langer nodig had.” Wat haar hielp, was dat er uiteindelijk mensen waren die haar serieus namen en naast haar gingen staan. Vooral haar vriend en een goede vriendin gaven haar kracht om door te zetten.
“Mijn vriend stond achter mij en schrok natuurlijk van de situatie. Maar hij geloofde wel in mij. Ook een vriendin zei tegen mij: je moet dit nu doorzetten. Je gaat straks vrijheid voelen.”
Die woorden hield Lola vast op moeilijke momenten. “Toen ik het zwaar kreeg, dacht ik: ik ben straks vrij. Ik word niet meer geleefd door iemand anders. Ik mag mijn eigen keuzes maken.”
“Praten helpt, ook al voelt dat soms onmogelijk.”
Door haar ervaringen heeft Lola geleerd hoe belangrijk het is om niet alles alleen te dragen. “Praat met iemand die je vertrouwt. Blijf niet verborgen achter je problemen, want door te praten kom je verder.”
Ook heeft ze geleerd om minder snel over anderen te oordelen. “Je weet nooit wat iemand heeft meegemaakt of waarom iemand bepaalde keuzes maakt. Iedereen heeft een verhaal dat je niet altijd ziet.”
Nu kijkt Lola anders naar haar leven. Ze woont zelfstandig, heeft haar eigen plek en kan haar eigen keuzes maken. “Ik ben veel rustiger en vrolijker geworden. Ik ben meer de persoon geworden die ik altijd wilde zijn. Ik kan nu zelf bepalen wat ik doe en wanneer ik iets doe.” Toch blijft haar verleden soms terugkomen. Wanneer haar stiefvader opnieuw contact zoekt of haar bedreigt, merkt Lola dat oude gevoelens weer kunnen opspelen. Op die momenten zoekt ze juist wél hulp.
“Toen ik laatst weer bedreigd werd, heb ik meteen mijn vriend en mijn begeleiding gebeld. Ik wilde niet alleen zijn. Ik weet nu dat ik mensen om mij heen heb die mij helpen.”
Wat Lola wil meegeven aan andere jongeren: “Geef niet op. Zoek steun bij mensen die je vertrouwt en blijf doorgaan. Je bent sterker dan je denkt.” Haar belangrijkste inzicht: “Je bent niet zwak omdat je hulp nodig hebt. Je bent juist sterk als je voor jezelf kiest.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Fay’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Mevrouw De Boer (78) woonde zelfstandig, maar door haar verslechterende mobiliteit werd het steeds moeilijker om haar familie te bezoeken en boodschappen te doen. Ze vroeg een Wmo-vervoersvoorziening aan bij de gemeente, zodat ze gebruik kon maken van aangepast vervoer. Tot haar verbazing werd haar aanvraag afgewezen, zonder dat ze door een arts was beoordeeld.
De gemeente vond haar situatie niet ernstig genoeg, terwijl ze door haar fysieke beperkingen nauwelijks nog zelfstandig de deur uit kon. Dit betekende dat haar sociale leven steeds verder werd beperkt, wat leidde tot gevoelens van eenzaamheid, depressie en afhankelijkheid van anderen.
Spreekuur:
Mevrouw De Boer kwam naar het spreekuur, waar samen met haar werd gekeken naar de afwijzing en mogelijke vervolgstappen. Onze spreekuurhouders hielpen haar met:
Resultaat:
Na het indienen van het bezwaar werd de aanvraag opnieuw beoordeeld, dit keer mét inbreng van haar medische gegevens. De gemeente gaf toe dat de eerste beoordeling onvolledig was geweest en kende haar alsnog de Wmo-vervoersvoorziening toe.
Hierdoor kon mevrouw De Boer haar familie weer bezoeken, zelfstandig boodschappen doen en deelnemen aan sociale activiteiten, wat haar kwaliteit van leven aanzienlijk verbeterde. Ze gaf aan dat ze zonder hulp van het spreekuur niet had geweten hoe ze bezwaar moest maken en waarschijnlijk de afwijzing had geaccepteerd, met alle gevolgen van dien.
Peter (48) heeft altijd in de bouw gewerkt, maar door een combinatie van laaggeletterdheid en concentratieproblemen vond hij het moeilijk om officiële brieven te begrijpen. Toen hij door een bedrijfsongeluk zijn werk kwijtraakte, ontving hij meerdere brieven van overheidsinstanties zoals het UWV, belastingdienst en de gemeente.
Omdat de brieven vol ingewikkelde taal en juridische termen stonden, wist Peter niet wat hij ermee moest doen. Hij voelde zich machteloos en schaamde zich om hulp te vragen. Uiteindelijk begon hij de post gewoon niet meer open te maken en stapelden de enveloppen zich op.
Zonder dat hij het besefte, miste hij belangrijke deadlines. Hij reageerde niet op een hercontrole van zijn uitkering, waardoor deze tijdelijk werd stopgezet. Ook had hij problemen met zijn toeslagen, wat zijn financiële situatie steeds moeilijker maakte.
Spreekuur:
Peter kwam bij het spreekuur terecht via een kennis. Daar hielpen we hem met:
Resultaat:
Met onze hulp wist Peter zijn uitkering weer te laten herstellen en kreeg hij weer de correcte uitbetaling van zijn toeslagen waar hij recht op had. Daarnaast voelde hij zich minder machteloos, omdat hij nu wist waar hij terecht kon voor hulp.
Peter gaf aan dat hij zonder het spreekuur waarschijnlijk nog steeds met een stapel ongeopende brieven zou zitten en mogelijk zelfs in de schulden was beland.