Mika is 23 jaar en woont sinds twee jaar zelfstandig. Werken of studeren lukt op dit moment niet, vanwege een chronische ziekte en mentale klachten. In het dagelijks leven vindt Mika houvast in creatieve bezigheden zoals lezen en tekenen, en in de zorg voor twee katten die door het huis zwerven. Die rust is er nu, maar die is niet vanzelf ontstaan. Daaraan ging een lange periode van onzekerheid en zorgen vooraf.
Mika groeide op in armoede. Als kind woog die situatie extra zwaar. Twee keer raakte het gezin thuisloos en woonde Mika tijdelijk in een maatschappelijke opvang, samen met moeder en een broertje. Na de scheiding van de ouders kwamen grote schulden aan het licht. Schulden die jarenlang verborgen waren gebleven, maar ineens volledig terechtkwamen bij Mika’s moeder. Zij kampte zelf met mentale problemen en had weinig steun vanuit familie of vrienden.
In die periode was er weinig ruimte voor Mika om kind te zijn. De aandacht van moeder ging noodgedwongen vooral uit naar overleven en het draaiende houden van het gezin. Tegelijkertijd maakte Mika zelf ingrijpende en traumatische ervaringen mee, waar mentale klachten uit voortkwamen. In plaats van verzorgd te worden, nam Mika al op jonge leeftijd een zorgende rol op zich. Dat gevoel van verantwoordelijkheid maakte het moeilijk om eigen behoeften en problemen ruimte te geven.
De impact van armoede werd vooral zichtbaar op de middelbare school. Terwijl vrienden spontaan de stad in gingen of samen iets aten, moest Mika steeds excuses verzinnen. “Ik wilde niet dat mensen mij anders zouden zien, of dat ik iemand tot last was.” Niet omdat vrienden onbegripvol waren, maar uit schaamte. Geen geld hebben voelde als falen. Mika was opgegroeid met het idee dat je niemand tot last mag zijn en alles zelf moet oplossen. Daardoor ontstond langzaam een kloof: niet alleen financieel, maar ook emotioneel.
Rond het elfde levensjaar kwam jeugdzorg in beeld. Op vijftienjarige leeftijd besloot Mika vrijwillig uit huis te gaan, omdat de thuissituatie te zwaar werd. Dat was een ingrijpende stap. Het voelde als ‘verraad’, en zo werd het ook ervaren door de ouders. Toch bleek het nodig om te kunnen overleven. In een instelling en later op een woongroep kreeg Mika therapie, rust en voor het eerst het gevoel begrepen te worden. Daar leerde Mika hoe het is om niet altijd degene te zijn die zorgt, maar ook zelf zorg te ontvangen.
“Als dit het leven van iemand anders was geweest, had ik meteen gezegd: ga hier weg.”
Langzaam werd duidelijk dat er meer speelde. Mika bleek autisme te hebben en later ook een auto-immuunziekte en chronische vermoeidheid. Werken en school combineren was zwaar. Door gebrek aan energie en een vangnet ontstonden schulden, vooral door achteraf betalen. Omgaan met geld is iets wat je vaak thuis leert. Dat voorbeeld had Mika niet, en dat maakte het moeilijk. Mika hield het bij noodzakelijke aankopen, maar verloor het overzicht. De stress werd zo groot en leidde uiteindelijk tot meerdere suïcidepogingen en een opname.
Het keerpunt kwam toen Mika hulp durfde te vragen. Met begeleiding werd bewindvoering en schuldsanering geregeld. De schulden zo’n 6.000 à 7.000 euro werden overzichtelijk gemaakt. Dat haalde veel druk weg. “Ik hoefde niet alles alleen te doen.”
Nu gaat het, gezien de omstandigheden, beter. Mika woont zelfstandig, heeft een steunende vriendengroep, een partner en doet vrijwilligerswerk bij Het Vergeten Kind. Ook is Mika begonnen aan een gendertransitie. “Het leven is niet makkelijk, maar wel meer in balans.”
Wat Mika andere jongeren wil meegeven: “Je hoeft het niet allemaal zelf te doen. Je bent hier voor het eerst. Niemand verwacht dat je alles weet of aankan. Kleine stappen zijn ook stappen. Hulp vragen is geen zwakte, maar soms precies wat je nodig hebt om verder te kunnen.”
“Ik trok pas aan de bel toen de emmer al lang was overgelopen.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Mika’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Financiële vaardigheden voor een sterke toekomst
Jongeren krijgen steeds eerder te maken met complexe financiële keuzes.
My Cash, My Future helpt scholen om jongeren structureel financieel weerbaar te maken en schuldenproblematiek te voorkomen.
Het lesprogramma sluit aan bij de keuzes en situaties waar jongeren nu én later mee te maken krijgen. Denk aan omgaan met zakgeld en een bijbaan, sparen en uitgaven, maar ook aan grotere levensmomenten zoals zelfstandig wonen, financiële verplichtingen aangaan of omgaan met onzeker inkomen. Door te werken met realistische scenario’s en praktische opdrachten leren jongeren de gevolgen van hun keuzes overzien en weloverwogen beslissingen nemen.
My Cash, My Future is ontwikkeld met de Kredietbank, Rabobank en DoorS2Open.
Interesse om dit programma op jouw school in te zetten? Bekijk de aanvraagpagina voor meer informatie.
Samen het gesprek openen over kindermishandeling
Kindermishandeling komt vaker voor dan we denken en heeft grote impact op het leven van jongeren. Toch is het een onderwerp waar niet makkelijk over wordt gesproken. Met CARE-FREE ondersteunt Burgerkracht Limburg scholen en professionals om dit thema op een zorgvuldige en veilige manier bespreekbaar te maken.
CARE-FREE combineert informatie, ervaringsverhalen en interactie. Jongeren krijgen inzicht in wat kindermishandeling is, welke vormen er zijn en – vooral – waar zij terechtkunnen voor steun, voor zichzelf of voor iemand anders.
Waarom CARE-FREE waardevol is voor jongeren
CARE-FREE sluit aan bij de leefwereld van jongeren en creëert ruimte voor herkenning en gesprek. Het programma:
• helpt jongeren signalen van kindermishandeling te herkennen
• maakt duidelijk dat zij er niet alleen voor staan
• geeft handvatten om hulp te zoeken of een ander te ondersteunen
• doorbreekt taboes door open en respectvolle gesprekken
Door ervaringsverhalen wordt het onderwerp tastbaar en ontstaat er meer begrip en vertrouwen.
Meerwaarde voor scholen en professionals
CARE-FREE biedt scholen concrete ondersteuning bij signalering, preventie en nazorg. Het aanbod bestaat onder andere uit:
• gastlessen en workshops voor leerlingen
• interactieve gesprekken en werkvormen
• de gratis CARE-FREE app, waar jongeren anoniem informatie en advies kunnen vinden
• trainingen voor docenten en professionals om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan
Zo ontstaat een veilige omgeving waarin jongeren zich gehoord voelen en professionals zich gesteund weten.
Praktisch inzetbaar
CARE-FREE is flexibel inzetbaar en wordt afgestemd op de wensen en behoeften van de school of organisatie.
Wil je CARE-FREE inzetten binnen jouw school of organisatie? Bekijk de mogelijkheden en vraag het aanbod aan via de CARE-FREE-pagina.
Roland de Groot (44) zet zich al ruim 20 jaar in voor mensen die vastlopen in het ingewikkelde systeem van uitkeringen en sociale zekerheid. Als voorzitter van de Stichting Platform Sociale Zekerheid in Noord- en Midden-Limburg en als spreekuurhouder helpt hij mensen die het overzicht zijn kwijtgeraakt. Voor zijn inzet ontving hij meerdere onderscheidingen waaronder een koninklijke.
Missie en persoonlijk drijfveer
Rolands missie is helder: mensen die afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en het financieel moeilijk hebben wegwijs maken in de wirwar van regels en regelingen. Samen met de rest van het team biedt hij laagdrempelige hulp. Ze beantwoorden vragen, leggen ingewikkelde regels uit en helpen mensen weer grip te krijgen op hun situatie: “veel mensen voelen zich reddeloos.
Wij proberen hen rust, overzicht en een luisterend oor te bieden.” Hij spreekt niet alleen vanuit kennis, maar ook uit ervaring. Toen hij zelf ziek werd, belandde hij onverwacht in het systeem. “Wat ik nooit gedacht had, is me toch overkomen. Je wereld staat ineens op z’n kop. Het gaat dan niet alleen om fysieke tegenslagen, maar ook om stress, afspraken, en verlies van overzicht. Ik weet hoe zwaar dat is – en juist daarom wil ik anderen helpen.
Het systeem als doolhof
“Het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is goed bedoeld, maar in de praktijk te ingewikkeld en versnipperd. Mensen moeten langs meerdere instanties, vaak krijgen ze tegenstijdige informatie. Er is een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor medische beoordelingen en bezwaarprocedures soms anderhalf jaar duren. In die tijd zit iemand in onzekerheid én vaak zonder inkomen,” vertelt Roland. “Je kunt dan niet door met je leven. Soms kun je zelfs geen WW aanvragen omdat je formeel beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Maar aan de andere kant zeg je: “ik ben ziek”. Je komt terecht in een spagaat. Voor mensen in financiële nood is er soms hulp via het team Geldzorgen van het UWV, of via cliëntenondersteuners. Die laatste groep speelt een belangrijke rol bij schrijnende gevallen: ze zijn de spin in het web, schakelen tussen verschillende afdelingen en houden de cliënt op de hoogte.”
Alleen al gehoord worden betekent zó veel voor mensen. Ook al is er geen directe oplossing – weten wat er speelt en waar je aan toe bent, helpt om weer een beetje controle te krijgen.
Voorbeelden als de complexe Wajong regeling of vertraagde medische beoordelingen laten zien hoe de menselijk maat ontbreekt. Volgens hem is er dringend behoeft aan een simpeler en menselijker systeem. Nu zijn er te veel hobbels en gaten. Zijn pleidooi: “één loket met een vaste contactpersoon die met je meedenkt! “Geen kastje-muur-verhalen meer, maar regels die begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Dat vraagt om maatwerk en samenwerking. Zelfredzaamheid is mooi maar alleen als het systeem het toelaat en dat is voor veel mensen niet zo.
Goede ideeën, stroperige uitvoering
Roland werkte jarenlang aan vernieuwingen binnen het UWV, zoals cliëntenondersteuning en een voorbereidingslijst voor gesprekken met verzekeringsartsen. Beide initiatieven kregen veel waardering maar zijn nog altijd niet structureel ingevoerd. “Iedereen was enthousiast, zelfs de Raad van Bestuur, maar het UWV is een mammoettanker: goede ideeën verdwijnen soms gewoon van de radar. Dan moet je weer opnieuw beginnen. Dat is frustrerend en kost bergen energie.
Die stroperigheid heeft hem uiteindelijk doen besluiten om te stoppen met beleidsmatig werk. “Het leverde te weinig op en ging ten koste van mijn gezondheid.” Toch blijft hij actief als spreekuurhouder want daar kan hij eerder een verschil maken.
Heldere informatie als sleutel
Een belangrijkrijk deel van zijn werk is het toegankelijk maken van informatie. Roland maakt infographics, folders en een nieuwsbrief over veranderingen in de sociale zekerheid. Die was eerder bestemd voor de spreekuurhouders maar wordt inmiddels ook gelezen door juridische loketten en beleidsmakers. Want toegankelijke uitleg is zeldzaam, maar hard nodig.
Waarom dit werk telt
We mogen onszelf best een compliment geven: we zijn goed bezig!
Over ziekte, armoede en uitkeringen praten mensen zelden openlijk. Niemand zegt op een verjaardag: “ik zit knel met mijn WIA-uitkering,” merkt Roland op. Toch is juist dat taboe een reden waarom zijn werk zo belangrijk is. “Veel mensen weten niet wat hun rechten zijn of durven geen hulp te vragen. We geven informatie en helpen maar laten de keuze bij de cliënt. Sommigen komen later terug met vragen en dat is prima. Dan nemen we de tijd om het opnieuw uit te leggen.En juist dát geeft de kracht om door te gaan – het doet ertoe.
Ondanks de frustraties en het geduld dat vernieuwing vraagt, blijft Roland zich inzetten. Hij weet hoe onmisbaar het is dat er dan iemand naast je staat.
Iemand die zegt: “ik help je. Dit zijn je opties. Je staat er niet alleen voor”.
Die persoon wil ik voor anderen zijn.
Leren over geld door te doen en te ervaren
Geldzaken en stress horen steeds vaker bij het leven van jongeren. Toch zijn deze onderwerpen lastig om in de klas bespreekbaar te maken. De mobiele escaperoom van Burgerkracht Limburg doet dat op een speelse en impactvolle manier.
In deze interactieve escaperoom stappen jongeren samen in een realistisch scenario. Door puzzels op te lossen en samen te werken ontdekken zij hoe belangrijk overzicht, keuzes maken en hulp vragen zijn wanneer geldzaken of administratie stress opleveren. Zo ervaren jongeren zelf wat er gebeurt als je grip hebt, of juist verliest, op je situatie.
Waarom werkt deze escaperoom?
De escaperoom sluit direct aan bij situaties die jongeren herkennen of later gaan tegenkomen. Door het spel:
• ervaren jongeren hoe geldstress kan ontstaan
• leren zij het belang van overzicht en ondersteuning
• oefenen zij met samenwerken, communiceren en keuzes maken
• wordt het makkelijker om na afloop het gesprek aan te gaan
Een waardevol onderdeel is het nagesprek, waarin jonge ervaringsdeskundigen hun verhaal delen. Dit maakt het onderwerp herkenbaar en verlaagt de drempel om vragen te stellen of hulp te zoeken.
Meerwaarde voor scholen
De mobiele escaperoom is een sterke aanvulling op lessen over burgerschap, LOB, mentoruren en financiële educatie. Scholen krijgen:
• een laagdrempelige en activerende werkvorm
• een blijvende indruk bij leerlingen
• ondersteuning bij preventie van financiële problemen
• een praktisch programma dat eenvoudig in te passen is
Praktisch inzetbaar
De escaperoom wordt verzorgd vanuit een caravan en is flexibel inzetbaar. Met een buitenruimte en een lokaal met smartboard kan het programma op school worden uitgevoerd, passend bij de groep en het beschikbare tijdsblok.
Wil je jongeren op een andere manier laten leren over geld, keuzes en hulp vragen? Bekijk de mogelijkheden en vraag de mobiele escaperoom aan via de aanvraagpagina.
Een leven van veerkracht, creativiteit en vooral blijven kijken naar wat wél kan
Bernadette (60) zet zich als vrijwilliger in tegen armoede en sociale uitsluiting. Ze doet dit op een bijzondere manier: door posters te maken, verhalen en haiku’s (Japansedichtvorm) te schrijven en creatieve projecten te ontwikkelen die armoede zichtbaar en bespreekbaar maken. Maar om te begrijpen waarom dit haar drijft, moeten we terug naar haar jeugd.
Jeugd in armoede
Armoede is voor Bernadette geen maatschappelijk thema op afstand. Het loopt als een rode draad door haar leven. Ze groeide op in een bijstandsgezin met een alleenstaande moeder en twee oudere broers. Geld was er nauwelijks. Ze weet nog goed hoe het voelde om niet mee te kunnen doen. “Een schoolreisje was al vaak passen en meten voor mijn moeder. En vakanties? Die zaten er niet in.” Ze herinnert zich het verdriet van verhuizen naar een andere plek op haar negende. “Ik raaktemijn vertrouwde wereld kwijt; mijn vriendjes, het bos, de boerderij waar ik speelde. Alles.” Meedoen met leeftijdsgenoten was lastig. Uitzondering daarop was haar lidmaatschap bij de scouting. Het was pijnlijk om buiten de boot te vallen, bijvoorbeeld door afwijkende kleding of naar een feestje te gaan en niet weten dat je dan een cadeautje meeneemt. Haar vader, die bij een bank werkte liet haar een heel andere wereld zien. “Bij hem was één ijsje niet genoeg. Dan zei hij: wil je een tweede of zelfs een derde? Dat contrast maakte duidelijk hoe verschillend levens konden zijn.”
Studeren tegen de stroom in
Als eerste in het gezin ging Bernadette studeren. Ze koos voor maatschappelijk werk, maar dat leverde spanningen op. Haar vader lag dwars, stopte met het betalen van zijn ouderlijke bijdrage en geloofde niet dat ze haar opleiding zou afronden. “In ons gezin was studeren niet de norm. Ik heb het net niet gehaald, maar ik heb wel gevochten om er te komen.”
Struggles met werk en gezondheid
Na haar studie volgde een grillige loopbaan. Werk vinden bleek lastig, vaak voelde ze zich een buitenstaander. “Ik paste niet in het plaatje.” Collega’s vonden me te onzeker of te anders. Ze kreeg slechts tijdelijke contracten. Tweemaal werd ze ontslagen. De opeenvolgende verliezen – werk, haar kat, en kort daarna de dood van haar broer en ouders – leidden tot een zware depressie die drie jaar duurde. Ze sliep soms wel twintig uur per dag en had moeite om grip te krijgen op haar leven. Ze hield er chronische vermoeidheid aan over. Ze kreeg diabetes en de diagnose ADHD. Toch gaf ze niet op. Via het UWV volgde ze een omscholing tot sociaal-juridisch medewerker, die ze met succes afrondde. Maar opnieuw bleek het vinden van passend werk moeilijk. De opeenstapeling van teleurstellingen, armoede en gezondheidsproblemen maakte het leven zwaar. In 2018 kreeg ze ook nog een beroerte, waarna ze opnieuw moest leren lopen en spreken.
Creativiteit als uitweg
Wat Bernadette telkens weer overeind hield, was haar creativiteit. Ze ontdekte de kunst van het schrijven van haiku’s toen ze zich verdiepte in Japanse Zen filosofie. Vanaf dat moment werden korte gedichten haar manier om gevoelens en ervaringen te verwoorden. Later begon ze posters te maken waarin ze haiku’s combineerde met krachtige beelden. Deze posters vonden hun weg naar conferenties, bijeenkomsten en zelfs internationale netwerken tegen armoede.
Ze gaat soms gekscherend op pad als “Koningin Minima”, compleet met kroontje en zwarte jurk. Ze werd lid van de SP. In haar ogen dé partij die wat aan armoede doet en die dat ook durft te benoemen. Op die manier vraagt ze aandacht voor armoede en de gevolgen van politieke keuzes.
Het is háár creatieve manier van protest voeren en bewustwording creëren. Ook geeft ze workshops in schrijven en haiku’s. Vaak doet ze dat op bijzondere plekken, zoals bij de “Geheime Tuinen” in Sittard – plekken met een verborgen geschiedenis die door verhalen en kunst tot leven worden gewekt. Daar helpt Bernadette deelnemers om hun eigen ervaringen in woorden te vangen.
Een gezicht voor mensen in armoede.
Ze maakt zichtbaar wat vaak onzichtbaar blijft. Door haar eigen ervaringen te delen, door kunst te maken en door anderen te begeleiden in creatieve uitingen, geeft ze armoede een gezicht. Haar overtuiging is dat iedereen kansen verdient, vooral via goed onderwijs en door begeleiding. Ze weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om zonder steun of voorbeeld je weg te vinden. Armoede beïnvloed je denken, zegt ze: “Je verstand neemt met tien procent af als je in armoede leeft. Je maakt keuzes meer op korte termijn, want je bent bezig met overleven.”
Geluksmomenten en dromen
“Ik zet iets neer wat een ander nog nooit heeft neergezet. Het is niet gekopieerd, het komt helemaal uit mezelf.”
Ondanks alles kent Bernadette momenten van geluk. Het meest geniet ze ’s avonds op haar balkon, wanneer de stilte neerdaalt en ze kan reflecteren op de dag. Ook in het schrijven, tekenen en geven van workshops vindt ze vreugde en zingeving.
Ze blijft nieuwe talen leren en droomt van een reis naar Zweden. Maar vooral wil ze doorgaan met wat ze nu doet: verhalen vertellen, haiku’s schrijven en mensen in armoede een gezicht en stem geven. Als ik die interesses niet had gehad was ik veel ‘armer’ geweest. Het maakt dat ik mijn armoede op de een of andere manier minder voel en daardoor denk: “ik red het wel!”
Afgelopen vrijdag organiseerde de Limburgse Armoede Beweging, onderdeel van Burgerkracht Limburg, samen met de Landelijke Armoedecoalitie een werkbezoek voor Esmah Lahlah (PvdA/GroenLinks) en Jefte Erens (Volt).
Tijdens deze dag bezochten we drie initiatieven die dagelijks het verschil maken voor mensen die in armoede of bestaansonzekerheid leven: Stichting 1 Klein Gebaar in Blerick, Stichting ’t Groenewold in Venlo en Stichting Ik Begin in Venray. Daarnaast vertelde Noor Wobbes hoe haar werkgever haar talenten zag en kansen bood, ondanks haar arbeidsbeperking.
Wat overal opviel, was de passie en betrokkenheid van de vrijwilligers en initiatiefnemers. Hun inzet laat zien dat echte verandering niet uit regels of systemen komt, maar uit mensen die de ander ziet staan, vertrouwen geven en de handen ineenslaan. Enkele inzichten en quotes van inwoners en initiatiefnemers, die Esmah en Jefte meenemen naar Den Haag om de Limburgse stem te laten horen.
“Geef mensen vertrouwen in plaats van ze te wantrouwen. Een luisterend oor en geloof in iemands verhaal zijn vaak waardevoller dan extra formulieren en controles.“
“Zet de mens centraal. Niet de titel of functie maakt het verschil, maar de manier waarop iemand contact maakt en aanwezig is.“
“Kijk als werkgever verder dan beperkingen en zie juist de talenten. Wanneer iemand met een arbeidsbeperking vertrouwen en ruimte krijgt, ontstaan vaak verrassend mooie resultaten.“
“Stimuleer samenwerking. Initiatieven die elkaar kennen, versterken en ondersteunen, bereiken samen meer dan ieder afzonderlijk.“
“Bouw aan een netwerk. Wanneer organisaties elkaar kennen, kunnen zij mensen sneller en beter doorverwijzen naar passende hulp of ondersteuning.“
“Bied nabijheid en veiligheid. Een vertrouwd gezicht of een laagdrempelige plek kan net dat duwtje zijn waardoor iemand de eerste stap durft te zetten.“
“Houd actief contact. Een eenvoudig berichtje, zoals laten weten dat de koffie of vlaai klaarstaat, kan het verschil maken tussen wel of niet meedoen.“
“Leer van bestaande initiatieven. Er is al veel kennis en ervaring in Limburg; benut die kracht in plaats van steeds opnieuw te beginnen.“
“Blijf geloven in eigen kracht. Mensen en organisaties kunnen vaak meer dan ze zelf denken, zolang ze durven te beginnen.“
Het werkbezoek maakte opnieuw zichtbaar hoeveel veerkracht er in Limburg aanwezig is en hoeveel we van elkaar kunnen leren. Kleine gebaren en lokale initiatieven blijken keer op keer een groot verschil te maken in het leven van mensen.
Wil jij je inzetten tegen armoede in Limburg? Heb je zelf ervaring, werk je in de praktijk of ben je gewoon betrokken bij het thema? Sluit je dan aan bij de Limburgse Armoede Beweging. Als lid blijf je op de hoogte van onze activiteiten, ontmoet je andere betrokken mensen en denk je mee over thema’s die er écht toe doen. Je kunt zelf kiezen welke activiteiten interessant voor je zijn. Samen zorgen we dat armoede bespreekbaar blijft én aangepakt wordt.
Marjan en Bettine ontmoetten elkaar bij het burgerinitiatief ‘Bindkracht’ in Venlo, waar ze zijn aangesloten bij de werkgroep ‘Kind in Armoede’. Marjan is ondersteuner van een fractie op het gebied van o.a. armoede en Bettine is werkzaam bij de Vonk (www.de-vonk.nu). In Venlo leven veel kinderen in armoede. De werkgroep ‘Kind in Armoede’ heeft als doel om armoede bij kinderen te voorkomen, deze te herkennen, visie te ontwikkelen en voorzieningen toegankelijker te maken.
Weinig geld hebben betekent méér zorgen
Met ervaringsdeskundigen, organisaties, vrijwilligers en de gemeente gaat ‘Bindkracht’ de strijd tegen armoede aan. Het bundelen van krachten is geen eenvoudige opgave. Weten dat armoede bestaat is iets anders dan het zelf ervaren. Ervaringsdeskundigen zijn soms boos en strijdbaar, terwijl beleidsmakers denken vanuit het benutten van mogelijkheden die voorzieningen bieden. Dat zijn heel verschillende manieren van denken. Vanuit Bindkracht werken we aan meer begrip tussen ervaringskenners en beleidsmakers. Samenwerking betekent dan ook soms harde noten kraken. Veel van wat gedeeld wordt, is negatief, maar de focus van de groep ligt op positieve verandering.
Uit persoonlijke ervaring weten Bettine en Marjan hoe geldzorgen voelen en wat het betekent om moeilijk rond te komen. Dat versterkt hun motivatie om zich in te zetten voor de bestrijding ervan. Marjan: “Ik moest na een scheiding in de jaren 80 jarenlang met twee kinderen rondkomen van een bijstandsuitkering. Ondanks een goede opleiding als onderwijzeres en docent Engels, kon ik niet aan de slag. Er was niet voldoende kinderopvang in die tijd. Mannen kregen voorrang in het onderwijs ook bij benoemingen. Het hebben van kinderen werd bij een vrouw door schoolbesturen als grote belemmering gezien.” Nu denk ik weleens: ‘Hoe heb ik het allemaal voor elkaar gekregen? Toen, en ook nu nog zijn het vaak de alleenstaande moeders die in de armoede terecht komen. Dat hoor ik op scholen waar ik als regiocoördinator kom van het Jeugdeducatiefonds.’
Tegen alleenstaande moeders in armoede zou ik willen zeggen: “Armoede hoeft niet je hele leven te duren”. Toen de kinderen groter waren, ging ik werken bij de vakbond en werd maatschappelijk en politiek actief. Dat ben ik nog steeds. Ik werd raadslid en kreeg een lieve steunende partner.
Met trillende handen bij de kassa: frikandellen of broccoli?
Bettine: “Als maatschappelijk werker zie ik de impact van armoede op het welzijn van ouders en kinderen. Het is daarom belangrijk dat zij zelf kunnen meepraten over armoede en hoe deze beter kan worden aangepakt. Zij weten immers hoe het is om niet te kunnen sporten en dat een gezonde voedingskeuze ook een kwestie van geldgebrek is. Dagelijks de frituur aanzetten is vaak de goedkoopste manier om een maaltijd te bereiden. Een hele doos frikandellen is bij wijze van spreken net zo duur als een broccoli. De stijgende prijzen van boodschappen maken de situatie er niet beter op.”
Bettine: “Ik heb vroeger ervaren hoe het is om met trillende handen bij de kassa te staan. Kan ik alles wel betalen? In je hoofd bedenk je alvast welke producten je teruglegt als je niet genoeg geld hebt. Als je dat nooit hebt meegemaakt, kun je je daar geen voorstelling van maken.”
Durf te praten over geldkeuzes
Jongeren worden tegenwoordig sterk beïnvloed door sociale media. Continu krijgen ze te zien en te horen wat ze zouden moeten hebben en waar ze aan mee moeten doen. Wat werkelijk waardevol is, is voor hen soms moeilijk te onderscheiden. Hierover praten is essentieel, maar gebeurt nauwelijks. Niet met ouders, niet op scholen en ook niet door jongeren onderling. Dit leidt tot een vertekend beeld van wat nu echt belangrijk is en bemoeilijkt het maken van verstandige keuzes. Kies je voor die fat bike of voor een sportabonnement? Er bestaan veel misverstanden over armoede en geldzorgen. Het vermijden van gesprekken hierover is begrijpelijk maar lost het probleem niet op.
Deel je verhaal
Marjan volgde bij Burgerkracht Limburg de training ‘Deel je verhaal’. Goed leren luisteren en je eigen ervaringen delen helpt bij gesprekken en educatieve spellen. Iemand vertelde bijvoorbeeld: “Ik had vroeger niet veel, maar was tóch gelukkig.” Dergelijke verhalen zijn belangrijk in gesprekken met jongeren. Of iemand zegt: “Ik was ook blij met een jurkje dat niet supernieuw was.” Het hoeft niet allemaal luxe en trendy te zijn. Je bent niets minder waard als je weinig te besteden hebt. Door deze ervaringen te delen, creëren we bewustwording. De werkgroep wil het thema armoede nog beter bespreekbaar maken en werkt aan theatervormen om dit onder de aandacht te brengen.
Het ‘Arm en Rijk spel’
We benaderen basis- en mbo-scholen om het spel ‘Arm en Rijk’ te spelen, een ganzenbordspel voor kinderen tot 14 jaar. De hele klas doet mee. Kinderen worden willekeurig ingedeeld in groepjes van zes en krijgen de rol van ‘arm’ of ‘rijk’. Elke groep wordt begeleid door een goed opgeleide vrijwilliger die de aandachtspunten en verwachtingen kent. Opvallend is dat kinderen in het spel vaak solidair met elkaar zijn.
Na afloop is het belangrijk dat de leerkracht met de kinderen bespreekt hoe ze zich voelen bij bepaalde situaties. Tijdens één van de sessies kwam de wethouder op bezoek. Hij deelde eigen ervaringen uit zijn kindertijd, waarin het ook niet altijd makkelijk was. Zo beseffen kinderen dat armoede iedereen kan overkomen, maar dat verandering mogelijk is. Zo’n gesprek is waardevol. Het doel is om solidariteit te vergroten. We ontvangen positieve feedback. Kinderen tonen meer begrip voor wat geldzorgen met iemand doen. Die impact is ook zichtbaar bij leerkrachten, stagiaires en leidinggevenden. Dit bewustzijn was er vroeger veel minder. Scholen zien wel dat het spel werkt, maar het blijft een uitdaging om het onder de aandacht te brengen en scholen te motiveren om het te gebruiken. Armoede en geldzorgen zouden eigenlijk geïntegreerd moeten worden binnen het curriculum. Niet als een los onderwerp, maar verweven in vakken zoals rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Burgerschap gaat immers over voorbereiding op zelfstandigheid. Op mbo-scholen blijkt dat 12% van de jongeren een consumptief krediet (het kopen van spullen op afbetaling) heeft. Dit benadrukt het belang van educatie en bewustwording over geldzaken op jonge leeftijd, zodat jongeren hier niet pas op hun 18e mee geconfronteerd worden.
Hoopvolle ontwikkelingen
In Venlo zijn inmiddels brugfunctionarissen aangesteld die ouders helpen om gebruik te maken van voorzieningen, zodat kinderen meer kansen krijgen. Idealiter speelt school een actieve rol in het signaleren van armoede. Dit vraagt om betrokkenheid van brugfunctionarissen, teamleiders en leerkrachten. Aandacht voor geldzaken, geldkeuzes en solidariteit is cruciaal. De norm zou moeten zijn dat er gewoon gesproken wordt, zonder schaamte of stigma. Vroeger kon er op die manier ook niet gesproken worden over ouders die gescheiden waren. Daar rustte een taboe op. Gelukkig is dat vandaag de dag helemaal anders. Er kan nu normaal over gesproken worden. Het zou mooi zijn als dat met praten over armoede ook lukt. De uitdaging is om daarmee aan de slag te gaan.
Kleine locatie met grote servicebereidheid
in Gennep ligt de meest noordelijke spreekuurlocatie PSZ van Limburg. Deze kleine gemeente net boven Venray telt slechts 17.071 inwoners. Toch bestaat ook hier de mogelijkheid om wekelijks een inloopspreekuur te bezoeken op vrijdagmiddag in de bibliotheek tussen 14.00 uur en 15.00 uur.
Er is blijkbaar behoefte aan, want er wordt dankbaar gebruik van gemaakt van deze inloopsessies. Een afspraak maken is niet nodig. Leon Willems staat je graag te woord en geeft advies bij vragen over arbeidsongeschiktheid, ziekte en sociale zaken. Hoe dat precies in zijn werk gaat in Gennep? Leon vertelt er hieronder meer over.
Sociale wetgeving roept vragen op
Leon werkt als juridisch medewerker bij Vluchtelingwerk in Grave. Als vrijwilliger is hij spreekuurhouder in Gennep. Zijn rijke arbeidsverleden is daarbij helpend. Hij werkte bij diverse gemeenten als klantmanager, beleidsmedewerker, beslisambtenaar en begeleider van statushouders. Hij is goed op de hoogte van de sociale wetgeving. Cliënten kunnen minder snel terecht bij de reguliere instellingen vanwege lange wachttijden, personele onderbezetting en de beperkte hoeveelheid beschikbare uren. Dat frustreert, en dan is het inloopspreekuur een uitkomst of in ieder geval een stap in de goede richting. Hier wordt meer tijd uitgetrokken voor een gesprek en vervolggesprekken worden snel ingepland. Je hoeft er geen weken op te wachten.
Laagdrempeligheid werkt. ’Als het nodig is pak ik mijn fiets en ga ik op huisbezoek’
Het spreekuur is dus een stuk laagdrempeliger. Mensen lopen gewoon even binnen. Leon is bovendien ook te bereiken via Whatsapp. Hij voorziet in een behoefte en treft mensen van allerlei nationaliteiten met de meest uiteenlopende hulpvragen. Mensen weten hem te vinden. Via kabelnieuws, de gemeentegids of folders bij huisartsen en tandartsen en via mond-tot-mond reclame. Ze blijven vaak langer dan de duur van het spreekuur. Daarin is Leon gemakkelijk. “Ik zit momenteel in een pré-pensioenregeling en ben flexibel. Ik maak vervolgafspraken op de zaterdagochtend als het nodig is en ga zelfs zondag op huisbezoek”. Hij is daarin vrij relaxed en heeft ook nooit problemen met mensen, want ze voelen zich door hem gehoord en gezien. “Bij het inloopspreekuur vertellen mensen mij hun verhaal”. Voor aanvang van het vervolggesprek bekijkt Leon de mogelijkheden van wat hij voor iemand kan betekenen, welke hulp hij kan/mag bieden. Aan de hand daarvan plant hij het vervolggesprek in. Indien nodig begeleidt hij mensen naar de gemeente of het UWV. “Vrijdag is een interessante dag om te werken. Gemeentehuizen en andere instanties zijn dan meestal dicht. Dus dan komen de mensen hier met bijvoorbeeld een brief van de gemeente. Dan kan ik in ieder geval al zeggen dat ze bepaald informatie moeten aanleveren en terug moeten komen. Of ze komen met rekeningen en vragen over de afsluiting van de elektriciteit”. Dat is zo vlak voor het weekend een probleem. Meestal maakt hij dan een mail voor gemeenteambtenaren zodat deze maandagochtend meteen gelezen wordt. In de gemeente Gennep wordt daar adequaat op gereageerd. “Het contact met de wethouder en ambtenaren is goed. Korte lijnen. Je kunt gewoon bellen en wordt persoonlijk te woord gestaan. Het voordeel van een kleinere gemeente”.
Bredere inzet
Waar overige spreekuurhouderlocaties zich voornamelijk bezighouden met arbeidsongeschiktheid/UWV is dat bij Leon nog iets breder. Ook sociale zaken pakt hij op. Als er problemen zijn met hulpvragen richting de sociale dienst dan brengt hij contacten tot stand met de gemeente en/of gaat met mensen mee. Vragen met betrekking tot de Wmo of de participatiewet komen ook veelvuldig voor. Leon is voornemens om ook na zijn pensionering zijn werk als spreekuurhouder voort te zetten.
Als ze met een glimlach op het gezicht naar buiten wandelen heb ik iets goeds gedaan
Waar zijn bevlogenheid om te helpen vandaan komt? “Waarschijnlijk heeft het te maken met mijn opvoeding. Van jongs af aan ben ik al dienstverlenend. Ik help mensen en krijg daar iets moois voor terug. Als ze met een glimlach naar buiten wandelen heb ik iets goeds gedaan”. De verscheidenheid aan vragen is groot, maar wat opvalt is dat er momenteel veel financiële vragen binnen komen bijvoorbeeld over elektriciteits- en energiekosten. Veel sociale huurwoningen zijn meestal niet goed geïsoleerd. Dat is iets wat duur uitpakt en zorgt voor onrust. Je kunt hiervoor terecht bij het energieloket, maar de vraag wordt toch ook bij hem neergelegd omdat mensen ermee in hun maag zitten.
De focus moet liggen op de menselijke maat
“Ambtenaren zijn vaak overbelast. Klantgerichtheid en dienstbaarheid uiteindelijk begint alles met een goede bejegening. Anders werkt het niet. Er wordt niet altijd goed omgegaan met een hulpvraag. Dat is geen verwijt maar een gegeven. Ik wéét waar ik over spreek want ik ben zelf ambtenaar geweest. Je bent gebonden aan tijd. Mensen worden te vaak geconfronteerd met lange wachttijden, en als er dan ook nog weinig tijd wordt vrijgemaakt en ze hun verhaal niet kwijt kunnen houdt het op.
De menselijke maat ontbreekt soms. Voor hulpvragers voelt het of ambtenaren zich verschuilen achter de regels. Het gevaar bestaat dat mensen zich hierdoor niet serieus genomen voelen. Ze voelen zich afgeschoven en dan komt er natuurlijk ook geen vervolggesprek”.Eigenlijk komt alles hierop neer: “Werkelijke hulp begint met nederigheid: je moet oprecht wíllen helpen en jezelf niet beter dan een ander voelen. Jíj moet de geduldigste zijn en ook je ongelijk kunnen aanvaarden; inzien dat je niet begrepen hebt wat de hulpvrager al lang begrepen had”.