Mika is 23 jaar en woont sinds twee jaar zelfstandig. Werken of studeren lukt op dit moment niet, vanwege een chronische ziekte en mentale klachten. In het dagelijks leven vindt Mika houvast in creatieve bezigheden zoals lezen en tekenen, en in de zorg voor twee katten die door het huis zwerven. Die rust is er nu, maar die is niet vanzelf ontstaan. Daaraan ging een lange periode van onzekerheid en zorgen vooraf.
Mika groeide op in armoede. Als kind woog die situatie extra zwaar. Twee keer raakte het gezin thuisloos en woonde Mika tijdelijk in een maatschappelijke opvang, samen met moeder en een broertje. Na de scheiding van de ouders kwamen grote schulden aan het licht. Schulden die jarenlang verborgen waren gebleven, maar ineens volledig terechtkwamen bij Mika’s moeder. Zij kampte zelf met mentale problemen en had weinig steun vanuit familie of vrienden.
In die periode was er weinig ruimte voor Mika om kind te zijn. De aandacht van moeder ging noodgedwongen vooral uit naar overleven en het draaiende houden van het gezin. Tegelijkertijd maakte Mika zelf ingrijpende en traumatische ervaringen mee, waar mentale klachten uit voortkwamen. In plaats van verzorgd te worden, nam Mika al op jonge leeftijd een zorgende rol op zich. Dat gevoel van verantwoordelijkheid maakte het moeilijk om eigen behoeften en problemen ruimte te geven.
De impact van armoede werd vooral zichtbaar op de middelbare school. Terwijl vrienden spontaan de stad in gingen of samen iets aten, moest Mika steeds excuses verzinnen. “Ik wilde niet dat mensen mij anders zouden zien, of dat ik iemand tot last was.” Niet omdat vrienden onbegripvol waren, maar uit schaamte. Geen geld hebben voelde als falen. Mika was opgegroeid met het idee dat je niemand tot last mag zijn en alles zelf moet oplossen. Daardoor ontstond langzaam een kloof: niet alleen financieel, maar ook emotioneel.
Rond het elfde levensjaar kwam jeugdzorg in beeld. Op vijftienjarige leeftijd besloot Mika vrijwillig uit huis te gaan, omdat de thuissituatie te zwaar werd. Dat was een ingrijpende stap. Het voelde als ‘verraad’, en zo werd het ook ervaren door de ouders. Toch bleek het nodig om te kunnen overleven. In een instelling en later op een woongroep kreeg Mika therapie, rust en voor het eerst het gevoel begrepen te worden. Daar leerde Mika hoe het is om niet altijd degene te zijn die zorgt, maar ook zelf zorg te ontvangen.
“Als dit het leven van iemand anders was geweest, had ik meteen gezegd: ga hier weg.”
Langzaam werd duidelijk dat er meer speelde. Mika bleek autisme te hebben en later ook een auto-immuunziekte en chronische vermoeidheid. Werken en school combineren was zwaar. Door gebrek aan energie en een vangnet ontstonden schulden, vooral door achteraf betalen. Omgaan met geld is iets wat je vaak thuis leert. Dat voorbeeld had Mika niet, en dat maakte het moeilijk. Mika hield het bij noodzakelijke aankopen, maar verloor het overzicht. De stress werd zo groot en leidde uiteindelijk tot meerdere suïcidepogingen en een opname.
Het keerpunt kwam toen Mika hulp durfde te vragen. Met begeleiding werd bewindvoering en schuldsanering geregeld. De schulden zo’n 6.000 à 7.000 euro werden overzichtelijk gemaakt. Dat haalde veel druk weg. “Ik hoefde niet alles alleen te doen.”
Nu gaat het, gezien de omstandigheden, beter. Mika woont zelfstandig, heeft een steunende vriendengroep, een partner en doet vrijwilligerswerk bij Het Vergeten Kind. Ook is Mika begonnen aan een gendertransitie. “Het leven is niet makkelijk, maar wel meer in balans.”
Wat Mika andere jongeren wil meegeven: “Je hoeft het niet allemaal zelf te doen. Je bent hier voor het eerst. Niemand verwacht dat je alles weet of aankan. Kleine stappen zijn ook stappen. Hulp vragen is geen zwakte, maar soms precies wat je nodig hebt om verder te kunnen.”
“Ik trok pas aan de bel toen de emmer al lang was overgelopen.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Mika’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Financiële vaardigheden voor een sterke toekomst
Jongeren krijgen steeds eerder te maken met complexe financiële keuzes.
My Cash, My Future helpt scholen om jongeren structureel financieel weerbaar te maken en schuldenproblematiek te voorkomen.
Het lesprogramma sluit aan bij de keuzes en situaties waar jongeren nu én later mee te maken krijgen. Denk aan omgaan met zakgeld en een bijbaan, sparen en uitgaven, maar ook aan grotere levensmomenten zoals zelfstandig wonen, financiële verplichtingen aangaan of omgaan met onzeker inkomen. Door te werken met realistische scenario’s en praktische opdrachten leren jongeren de gevolgen van hun keuzes overzien en weloverwogen beslissingen nemen.
My Cash, My Future is ontwikkeld met de Kredietbank, Rabobank en DoorS2Open.
Interesse om dit programma op jouw school in te zetten? Bekijk de aanvraagpagina voor meer informatie.
“Het was een echte eye-opener. Je merkt hoe groot de impact van beleid kan zijn op iemands leven.”
Samen leren, samen doen
Burgerkracht Limburg werkt al enkele jaren samen met de opleiding Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht aan een bijzonder onderwijsproject over patiënten- en burgerinitiatieven. Elk jaar krijgen studenten de kans om aan de slag te gaan met échte vraagstukken uit de samenleving – ingebracht door initiatieven die zich inzetten voor mensen met gezondheids- of maatschappelijke uitdagingen. Vanaf dit jaar heeft de samenwerking een passende naam: Samen Sterk – studentenonderzoek met Burgerkracht Limburg.
Onderzoek mét mensen, niet alleen óver mensen
In de Samen Sterk-module voeren studenten zeven weken lang onderzoek uit in opdracht van een patiënten- of burgerinitiatief. Daarbij draait het niet alleen om cijfers of theorie, maar vooral om écht contact met mensen.
Studenten spreken bijvoorbeeld mensen die leven met een chronische ziekte, armoede of een zware mantelzorgtaak. Zo ontdekken ze hoe beleid, zorg en maatschappelijke ondersteuning elkaar raken in het dagelijks leven.
Een praktijkvoorbeeld: samenwerking met Hersenletsel
Een van de studentengroepen werkte dit jaar samen met de Hersenletsel. Hun onderzoek richtte zich op de vraag hoe de stichting beter en eerder in contact kan komen met patiënten en revalidanten. In overleg met de opdrachtgever scherpten de studenten de onderzoeksvraag aan tot: Hoe kan een patiëntenvereniging beter contact maken met (ex-)patiënten of revalidanten? En wat betekent dat contact voor de patiënt zelf? De aanleiding was helder: veel mensen ervaren na hun revalidatie een “gat”. Ze kunnen niet terug naar hun oude leven en voelen zich soms aan hun lot overgelaten. Contact met lotgenoten via een patiëntenvereniging kan dan een wereld van verschil maken.
Leren van de praktijk
Voor de studenten bleek de module een indrukwekkende ervaring.
“Voor mij was dit echt een eye-opener,” vertelt een van hen. “Tijdens de interviews hoorde ik persoonlijke en vaak emotionele verhalen. Het raakte me hoe groot de invloed van beleid kan zijn op het leven van mensen.”
Ook de samenwerking met de opdrachtgever liet een blijvende indruk achter:
“We hadden voor het eerst zó intensief contact met een organisatie, zonder tussenkomst van docenten. Dat maakte ons echt verantwoordelijk voor het proces. We leerden hoe belangrijk het is om de opdrachtgever actief op de hoogte te houden, ook als we geen dringende vragen hadden.”
Van cijfers naar mensen
De belangrijkste les? Beleid en onderzoek gaan niet alleen over data, maar over mensen van vlees en bloed. “Als toekomstig beleidsmaker wil ik verder kijken dan cijfers. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om te luisteren naar ervaringen en beleid te maken dat mensen écht helpt,” zegt een student. Het besef dat zorg en beleid niet losstaan van emoties, ervaringen en menselijke waardigheid maakt deze module bijzonder waardevol voor studenten én voor de initiatieven waarmee ze samenwerken.
Samen sterker
De Samen Sterk-module laat zien wat er ontstaat als onderwijs, onderzoek en burgerinitiatieven elkaar vinden. Studenten leren luisteren, invoelen en samenwerken, terwijl organisaties profiteren van frisse inzichten. Zo versterken we elkaar – studenten, initiatieven én de samenleving – stap voor stap.
Samen het gesprek openen over kindermishandeling
Kindermishandeling komt vaker voor dan we denken en heeft grote impact op het leven van jongeren. Toch is het een onderwerp waar niet makkelijk over wordt gesproken. Met CARE-FREE ondersteunt Burgerkracht Limburg scholen en professionals om dit thema op een zorgvuldige en veilige manier bespreekbaar te maken.
CARE-FREE combineert informatie, ervaringsverhalen en interactie. Jongeren krijgen inzicht in wat kindermishandeling is, welke vormen er zijn en – vooral – waar zij terechtkunnen voor steun, voor zichzelf of voor iemand anders.
Waarom CARE-FREE waardevol is voor jongeren
CARE-FREE sluit aan bij de leefwereld van jongeren en creëert ruimte voor herkenning en gesprek. Het programma:
• helpt jongeren signalen van kindermishandeling te herkennen
• maakt duidelijk dat zij er niet alleen voor staan
• geeft handvatten om hulp te zoeken of een ander te ondersteunen
• doorbreekt taboes door open en respectvolle gesprekken
Door ervaringsverhalen wordt het onderwerp tastbaar en ontstaat er meer begrip en vertrouwen.
Meerwaarde voor scholen en professionals
CARE-FREE biedt scholen concrete ondersteuning bij signalering, preventie en nazorg. Het aanbod bestaat onder andere uit:
• gastlessen en workshops voor leerlingen
• interactieve gesprekken en werkvormen
• de gratis CARE-FREE app, waar jongeren anoniem informatie en advies kunnen vinden
• trainingen voor docenten en professionals om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan
Zo ontstaat een veilige omgeving waarin jongeren zich gehoord voelen en professionals zich gesteund weten.
Praktisch inzetbaar
CARE-FREE is flexibel inzetbaar en wordt afgestemd op de wensen en behoeften van de school of organisatie.
Wil je CARE-FREE inzetten binnen jouw school of organisatie? Bekijk de mogelijkheden en vraag het aanbod aan via de CARE-FREE-pagina.
Leren over geld door te doen en te ervaren
Geldzaken en stress horen steeds vaker bij het leven van jongeren. Toch zijn deze onderwerpen lastig om in de klas bespreekbaar te maken. De mobiele escaperoom van Burgerkracht Limburg doet dat op een speelse en impactvolle manier.
In deze interactieve escaperoom stappen jongeren samen in een realistisch scenario. Door puzzels op te lossen en samen te werken ontdekken zij hoe belangrijk overzicht, keuzes maken en hulp vragen zijn wanneer geldzaken of administratie stress opleveren. Zo ervaren jongeren zelf wat er gebeurt als je grip hebt, of juist verliest, op je situatie.
Waarom werkt deze escaperoom?
De escaperoom sluit direct aan bij situaties die jongeren herkennen of later gaan tegenkomen. Door het spel:
• ervaren jongeren hoe geldstress kan ontstaan
• leren zij het belang van overzicht en ondersteuning
• oefenen zij met samenwerken, communiceren en keuzes maken
• wordt het makkelijker om na afloop het gesprek aan te gaan
Een waardevol onderdeel is het nagesprek, waarin jonge ervaringsdeskundigen hun verhaal delen. Dit maakt het onderwerp herkenbaar en verlaagt de drempel om vragen te stellen of hulp te zoeken.
Meerwaarde voor scholen
De mobiele escaperoom is een sterke aanvulling op lessen over burgerschap, LOB, mentoruren en financiële educatie. Scholen krijgen:
• een laagdrempelige en activerende werkvorm
• een blijvende indruk bij leerlingen
• ondersteuning bij preventie van financiële problemen
• een praktisch programma dat eenvoudig in te passen is
Praktisch inzetbaar
De escaperoom wordt verzorgd vanuit een caravan en is flexibel inzetbaar. Met een buitenruimte en een lokaal met smartboard kan het programma op school worden uitgevoerd, passend bij de groep en het beschikbare tijdsblok.
Wil je jongeren op een andere manier laten leren over geld, keuzes en hulp vragen? Bekijk de mogelijkheden en vraag de mobiele escaperoom aan via de aanvraagpagina.
“Je hebt niet altijd grip op wat je overkomt, wél hoe je ermee omgaat”.
‘Deel je verhaal’ is een training waarin je leert om je ervaringsverhaal beter te delen. Burgerkracht Limburg geeft die training al geruime tijd. Mét succes, melden we bescheiden, maar ook met gepaste trots. Want verhalen delen werkt! Waarom dat zo is? Dát vertellen oud deelnemers Marcel Verhoeven en Helma Bannink van ‘Mens achter de Patiënt’ (MAP), Iris Dekkers (vrijwilliger bij Burgerkracht Limburg) en Eric Jansen (NAH ambassadeur en ervaringsdeskundige). Vier cursisten die op verschillende momenten instapten en deelnamen aan de trainingen. Samen kijken ze terug op hoe ze de training hebben ervaren en wat het hun gebracht heeft.
Een verhaal delen doet iets met een mens; maar wat is dat iets dan precies?
Dat íets is je persoonlijke verhaal over wat je is overkomen. Wat er gebeurd is en waardoor je leven een andere wending heeft genomen. Het vertelt hoe jíj nu in het leven staat en hoe je daar bent gekomen. Geen makkelijke verhalen. En hoewel de onderwerpen van verschillende aard zijn is er altijd dat gevoel van herkenning tussen mensen die ‘diep’ gegaan zijn.
Het tonen van kwetsbaarheid is de lijm van verbinding
De groepen komen vier keer bij elkaar. Opvallend is hoe snel de groepen zich ‘samenpakken’ en in korte tijd hecht worden. In het begin is het aftasten, je deelt toch iets heel persoonlijks. Gaandeweg stellen mensen zich open. Door een van de gespreksleiders wordt bewust het spits afgebeten doordat zij bij de eerste bijeenkomst haar eigen verhaal deelt. Helma: “Het draagt bij aan het gevoel van vertrouwen en veiligheid. Het betekent dat je een van ‘ons’ bent en maakt dat je jezelf bloot durft te geven. Dat doét er toe. Ik ben weer zelfverzekerd geworden, een gevoel dat ik door mijn aandoening een tijdje kwijt was. Als je van je verhaal geen drama maakt, maar het gewoon op tafel legt, is het voor de toehoorder ook beter te behapstukken.
Marcel: “Je aandoening is niet van belang, maar slechts de aanleiding dat je daar bent. Niks is raar. Alles mag er zijn, het is wat het is, zonder oordeel. Je hoeft niets uit te leggen of te verdedigen. De onderlinge acceptatie is duidelijk voelbaar.
De training en waar je achter komt
Tijdens de training wordt geoefend met het vertellen van de verhalen die de deelnemers zelf aandragen. De structuur en de opbouw van een verhaal komen aan de orde. De deelnemers worden uitgedaagd om binnen een bepaalde tijd en voor verschillende groepen te spreken. Iedereen zoekt naar een manier die voor hem of haar het beste past. Dat gaat in het begin vaak alle kanten op. De feedback die zowel de cursisten als de trainers geven is verhelderend. Je leert vanuit verschillende perspectieven kijken: “doe jij dat zo? Daar had ik zelf nog nooit aan gedacht!” Mensen pakken onverwacht door op een manier die ze misschien zelf niet direct hadden bedacht. Soms komen ze er tijdens de training achter dat de manier waarop ze het doen al prima past, of komen er juist achter dat ze het verhaal helemaal niet wíllen delen.
Groepservaring en opbouw
Tijdens de training blijf je ‘schaven’ aan je verhaal. De een had daar liever nog wat meer tijd, de ander vindt het juist genoeg. Tussen de tweede en derde week van de cursus zit een extra week tijd om thuis aan het verhaal te werken en de boel te laten bezinken. De opgedane ervaringen uit de verschillende groepen zijn – positief. De lesklapper met opdrachten wordt door de deelnemers als een goed hulpmiddel en duidelijk naslagwerk ervaren.
Er wordt geopperd om na een paar maanden een terugkomdag te organiseren – vooral als je de gelegenheid hebt gehad om het geleerde in de praktijk te brengen. Dat wordt deels ondervangen door met het organiseren van ‘Deel je Verhaal’ avonden voorafgegaan door inloopmomenten.
Gaandeweg leer je; het is wonderbaarlijk én ontroerend wat er allemaal gebeurt
Eric: “van buitenaf kun je te maken krijgen met onbegrip want wat je hebt is niet altijd zichtbaar. Toch is er meer ‘ruimte’ dan je denkt. Je mag ook zelf de vrijheid nemen om dingen aan te geven. Dat doe je misschien niet zo gauw maar het gebruiken van humor en durven te relativeren maken het minder zwaar en dan kun je verder.”
Iris: “Ik durf nu gewoon te zeggen dat ik de draad kwijt ben. Dat is immers wat mijn aandoening gewoon doet. Het gaat er niet om hoe je een verhaal ‘perfect’ vertelt maar dat je weet te ráken met je verhaal. Dat is wat ík geleerd heb. Oefenen, oefenen en vooral bij jezelf blijven, voélen wat je stijl is.
Verder is het verrassend hoe je tijdens de cursus regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Er zijn echt ‘top-twists’ waardoor je soms iets heel anders moet doen dan waar je je op had voorbereid. Dat is spannend maar juist daardoor leer je flexibel te zijn. Je verhaal komt krachtig over wanneer je in het moment durft te ‘spelen ’en ingaat op wat op dat moment goed voelt en je niet strak vasthoudt aan wat je van plan was.”
Wat de deelnemers nog meegeven
De laagdrempeligheid van de training is heel fijn maar je mag ook iets verwachten van de cursisten, zoals serieus het huiswerk maken!
En verder…vooral doorgaan met de cursus zoals die is en de warmte en de openheid die jullie bieden koesteren. De algemene tendens is van het verhaal: “ik heb er heel veel van geleerd.” Dáár doen we het voor!
In Memoriam Joyce Kleij
Joyce was een gewaardeerde collega en vooral een geliefd mens.
Bij Burgerkracht Limburg voelde zij zich thuis.
Ze wist dat ze hier écht iets voor anderen kon betekenen en dat deed ze ook.
Ze vervulde meerder rollen met enthousiasme en de training ‘Deel je verhaal’ was haar grote trots. ze noemde het vaak haar ‘kindje’. Met recht, want deze training kwam recht uit haar hart en raakte veel mensen.
Met haar open blik, warme houding, glimlach en zachte stem gaf ze mensen een veilige plek. Daardoor durfden zij hun verhaal te delen en gingen ze hun eigen ervaring in een ander licht zien. Ze liet zien hoe waardevol het is om écht naar elkaar te luisteren en elkaar te zien.
Dat bracht mensen dichter bij zichzelf én bij elkaar.
Joyce, heeft een blijvende indruk achtergelaten.
We missen je meer dan woorden kunnen zeggen, maar we zijn dankbaar voor alles wat je ons hebt gegeven.
Jouw woorden ‘Je bent niet alleen’ en ‘Durf te vragen’ blijven ons bij.
Het MamaCafé
In een tijd waarin bijna alles digitaal wordt, is de behoefte aan écht contact groter dan ooit. Dát biedt het MamaCafé. Kennis, steun, maar vooral verbinding is waar het bij het MamaCafé in Roermond om draait. Wat begon met een paar kopjes thee en een koekje in een speeltuin, groeide uit tot een bijzondere ontmoetingsplek voor ouders in Roermond en omstreken. Opgezet door een vrouw met een missie, iemand die uit eigen ervaring weet hoe het is om in de “tropenjaren” te zitten – met slapeloze nachten, zorgen om je kind, en het gevoel dat het allemaal op jouw schouders terecht komt. “Ik heb drie huilbaby’s gehad. Mijn jongste twee zijn zelfs in het ziekenhuis opgenomen. Op het moment dat je denkt: nu komt er lucht, nu gaat de jongste bijna naar school… kwam ik zelf in een heftige burn-out terecht. Alles wat ik had vastgehouden, kwam eruit.” De zorgen om je zieke kind/kinderen, de coronatijd thuis met drie en proberen te voldoen aan het perfecte plaatje om ‘alle ballen in de lucht houden’. Ze praat er open over. Eerlijk. Zonder opsmuk. En precies dát maakt haar zo geloofwaardig. Ze weet hoe het is als je moeder wordt en niemand vraagt echt hoe het met jou gaat. Dat je op Instagram alleen maar perfecte plaatjes ziet. Dat je soms schreeuwt om hulp, maar niemand het hoort.
Hoe het begon
Als jonge moeder verhuisde Gertrud vanuit de Randstad terug naar Limburg: “Ik had geen netwerk meer en zat alleen met kleine kinderen thuis tussen vier muren. Aan den lijve heb ik toen ervaren hoe eenzaam en zwaar die eerste jaren kunnen zijn. Het is niet automatisch zo dat ouders na de geboorte van hun baby terecht komen in een roze wolk; het kan ook een grijze of zelfs zwarte wolk zijn. Ik ontdekte het toenmalige MamaCafé in Roermond (destijds nog gericht op borstvoeding). Toen de oprichtster ermee stopte, twijfelde ik geen moment en maakte een doorstart in2020. Maar wél op mijn manier. Ik vroeg om volledige vrijheid – en die kreeg ik.
Toen heb ik alles opnieuw opgebouwd, met enkel een Facebookgroep en de naam als uitgangspunt. Met mijn achtergrond als Sociaal Pedagoog in zware jeugdhulpverlening, vrouwenopvang en begeleiding van ‘multi-problem gezinnen’, wist ik hoe waardevol het is om er niet alleen voor te staan. Mijn hart ligt bij gezinnen. Vanuit mijn werk weet ik hoe belangrijk het is om preventief te werken: ouders ondersteunen, zodat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien. Want de kinderen van nu zijn de volwassenen van straks.
Waar we nu staan
Inmiddels zijn we vijf-en-een-half jaar verder en is het MamaCafé Roermond uitgegroeid tot een
bloeiende community en telt de Facebookpagina meer dan 800 volgers. Ook via Instagram groeit onze community. Het begon als een klein koffiemoment (de oprichtster betaalt de koffie en thee soms zelf -niet omdat ze het kan missen, maar omdat ze gelooft dat een koffiemoment er echt bij hoort). Elke derde woensdag van de maand komen ouders samen op een plek waar niks moet, maar alles mag. In de winter zitten we in de stadsbibliotheek en zomers buiten in speeltuin de Kitskensberg. Je hoeft je niet aan te melden, er is geen drempel. Soms zijn er vijf ouders, soms dertig. Maar altijd is er ruimte voor verbinding, een luisterend oor.
Elke maand organiseren we bijeenkomsten – om de maand met een gastspreker over thema’s rondom kinderen van 0 tot 4 jaar, van draagdoekconsulent tot voedingscoaches. Er wordt peuterdans gegeven, een slaapcoach geeft advies, peutergym, kinder-EHBO en muziek op schoot. Alles draait om ontmoeting en uitwisseling. En bovenal: alles is op vrijwillige basis. In de zomervakantie maken we er een picknick van, waar ook oud-bezoekers op afkomen. Wat het MamaCafé bijzonder maakt? Het is volledig vrijwillig opgezet en uitgevoerd. Ik doe dit zonder subsidie of vaste ondersteuning. Toch organiseer ik kledingbeurzen, wandelingen, mama-dates, en zelfs een carnavalsoptocht. We hebben een appgroep met ruim 90 moeders waar alles gedeeld wordt: vragen, ervaringen, spullen, steun. Ouders helpen elkaar. En dat is precies waar het om draait.
“Als je eenmaal bij het MamaCafé bent geweest, hoef je nooit meer alleen te zijn”
In een wereld waar alles sneller lijkt te gaan, waar ouders soms het niet meer weten, is er één plek waar je gewoon even mag zijn. Waar je welkom bent zoals je bent met wallen onder je ogen, metvragen in je hoofd, of gewoon met je kindje op schoot. Die plek is het MamaCafé. De kracht zit in de herkenning. Iemand zegt: “Mijn kindje heeft uitslag.” Drie moeders reageren meteen geruststellend: “Oh, dat is gewoon de zesde ziekte. Gaat vanzelf over.” Dat soort gesprekken halen spanning weg. Je voelt: ik ben niet alleen.
Mijn droom?
Dat ik dit werk mag blijven doen, liefst beroepsmatig. Dat er ruimte komt – in beleid én financiering –om preventieve, verbindende initiatieven als die van mij verder te laten groeien. Want als je een ouder ondersteunt, geef je een kind de kans om veilig en gezond op te groeien. Daar begint alles mee. Vooralsnog regel ik alles zelf – van de planning en communicatie tot het contact met locaties. Gelukkig krijg ik bij grotere evenementen, zoals de kledingbeurs, hulp van andere moeders in de opzet en uitvoering. Ik vind het belangrijk om ook anderen te stimuleren om initiatief te nemen. Als iemand een goed idee heeft, zoals de kledingbeurs – help ik graag om dat via het MamaCafé te realiseren.
De kracht van een burgerinitiatief
Ondanks het succes draait alles nog steeds op vrijwillige inzet. Subsidie is er niet, maar wél veel betrokkenheid. Gertrud heeft aanvragen gedaan, echter zonder resultaat, maar ze laat zich niet ontmoedigen. Ze meldde zich aan voor EmPOWER jouw initiatief en won zelfs de tweede prijs – een geldprijs van €500 die ze zorgvuldig wil inzetten: voor flyers, kerstcadeautjes voor de kindjes, of een attentie voor de vrijwilligers. “Je kunt zoveel doen met weinig middelen – als je het maar met je hart doet. Toch begint het na vijfeneenhalf jaar weleens te wringen. Gelukkig dragen ouders soms vrijwillig bij, en werken we samen met lokale partijen zoals de bibliotheek, de Groene Transformator en Sportservice Roermond. Maar structurele steun zou enorm helpen daarom deed ik ook mee aan EmPOWER jouw Initiatief.
Dromen over de toekomst
“Het mooiste aan het MamaCafé? De relaties die ontstaan. Ouders die elkaar voor het eerst spreken,
en jaren later nog steeds contact hebben. Moeders die elkaar ontmoeten tijdens een wandeling in coronatijd en vriendinnen worden. Een vader uit Canada die langskomt met zijn gezin en geraakt wordt door het concept. Ik had laatst een moeder die zei: ‘Ik heb lang getwijfeld, maar ik ben er toch’.
Toen heb ik haar meteen gecomplimenteerd. Want als je die drempel over durft, heb je de grootste stap al gezet.” Dromen zijn er. Het Café floreert. Maar het blijft allemaal draaien op één persoon, met de hulp van vrijwilligers en een partner die achter me staat. “Mijn wens? Dat iemand zegt: ‘Wat jij doet is zó waardevol, wij willen dat je dit groter maakt.’ Dat een organisatie of gemeente zegt: ‘Kom voor ons werken. Of laat ons jou inhuren als zzp’er.’ Want ik weet: dit werkt en het bewijs is er. Ouders hebben dit nodig. Dat weet ik niet alleen uit ervaring, maar ik zie elke maand opnieuw wat er gebeurt als je mensen samenbrengt. Als je de ruimte geeft om écht te praten. Als je laat zien dat hetouderschap niet altijd licht is, maar dat je er niet alleen in hoeft te staan.
Eén boodschap blijft hangen:
“Als je eenmaal bij het MamaCafé bent geweest, hoef je nooit meer alleen te zijn.” Geen slogan. Gewoon de waarheid!
Marjan en Bettine ontmoetten elkaar bij het burgerinitiatief ‘Bindkracht’ in Venlo, waar ze zijn aangesloten bij de werkgroep ‘Kind in Armoede’. Marjan is ondersteuner van een fractie op het gebied van o.a. armoede en Bettine is werkzaam bij de Vonk (www.de-vonk.nu). In Venlo leven veel kinderen in armoede. De werkgroep ‘Kind in Armoede’ heeft als doel om armoede bij kinderen te voorkomen, deze te herkennen, visie te ontwikkelen en voorzieningen toegankelijker te maken.
Weinig geld hebben betekent méér zorgen
Met ervaringsdeskundigen, organisaties, vrijwilligers en de gemeente gaat ‘Bindkracht’ de strijd tegen armoede aan. Het bundelen van krachten is geen eenvoudige opgave. Weten dat armoede bestaat is iets anders dan het zelf ervaren. Ervaringsdeskundigen zijn soms boos en strijdbaar, terwijl beleidsmakers denken vanuit het benutten van mogelijkheden die voorzieningen bieden. Dat zijn heel verschillende manieren van denken. Vanuit Bindkracht werken we aan meer begrip tussen ervaringskenners en beleidsmakers. Samenwerking betekent dan ook soms harde noten kraken. Veel van wat gedeeld wordt, is negatief, maar de focus van de groep ligt op positieve verandering.
Uit persoonlijke ervaring weten Bettine en Marjan hoe geldzorgen voelen en wat het betekent om moeilijk rond te komen. Dat versterkt hun motivatie om zich in te zetten voor de bestrijding ervan. Marjan: “Ik moest na een scheiding in de jaren 80 jarenlang met twee kinderen rondkomen van een bijstandsuitkering. Ondanks een goede opleiding als onderwijzeres en docent Engels, kon ik niet aan de slag. Er was niet voldoende kinderopvang in die tijd. Mannen kregen voorrang in het onderwijs ook bij benoemingen. Het hebben van kinderen werd bij een vrouw door schoolbesturen als grote belemmering gezien.” Nu denk ik weleens: ‘Hoe heb ik het allemaal voor elkaar gekregen? Toen, en ook nu nog zijn het vaak de alleenstaande moeders die in de armoede terecht komen. Dat hoor ik op scholen waar ik als regiocoördinator kom van het Jeugdeducatiefonds.’
Tegen alleenstaande moeders in armoede zou ik willen zeggen: “Armoede hoeft niet je hele leven te duren”. Toen de kinderen groter waren, ging ik werken bij de vakbond en werd maatschappelijk en politiek actief. Dat ben ik nog steeds. Ik werd raadslid en kreeg een lieve steunende partner.
Met trillende handen bij de kassa: frikandellen of broccoli?
Bettine: “Als maatschappelijk werker zie ik de impact van armoede op het welzijn van ouders en kinderen. Het is daarom belangrijk dat zij zelf kunnen meepraten over armoede en hoe deze beter kan worden aangepakt. Zij weten immers hoe het is om niet te kunnen sporten en dat een gezonde voedingskeuze ook een kwestie van geldgebrek is. Dagelijks de frituur aanzetten is vaak de goedkoopste manier om een maaltijd te bereiden. Een hele doos frikandellen is bij wijze van spreken net zo duur als een broccoli. De stijgende prijzen van boodschappen maken de situatie er niet beter op.”
Bettine: “Ik heb vroeger ervaren hoe het is om met trillende handen bij de kassa te staan. Kan ik alles wel betalen? In je hoofd bedenk je alvast welke producten je teruglegt als je niet genoeg geld hebt. Als je dat nooit hebt meegemaakt, kun je je daar geen voorstelling van maken.”
Durf te praten over geldkeuzes
Jongeren worden tegenwoordig sterk beïnvloed door sociale media. Continu krijgen ze te zien en te horen wat ze zouden moeten hebben en waar ze aan mee moeten doen. Wat werkelijk waardevol is, is voor hen soms moeilijk te onderscheiden. Hierover praten is essentieel, maar gebeurt nauwelijks. Niet met ouders, niet op scholen en ook niet door jongeren onderling. Dit leidt tot een vertekend beeld van wat nu echt belangrijk is en bemoeilijkt het maken van verstandige keuzes. Kies je voor die fat bike of voor een sportabonnement? Er bestaan veel misverstanden over armoede en geldzorgen. Het vermijden van gesprekken hierover is begrijpelijk maar lost het probleem niet op.
Deel je verhaal
Marjan volgde bij Burgerkracht Limburg de training ‘Deel je verhaal’. Goed leren luisteren en je eigen ervaringen delen helpt bij gesprekken en educatieve spellen. Iemand vertelde bijvoorbeeld: “Ik had vroeger niet veel, maar was tóch gelukkig.” Dergelijke verhalen zijn belangrijk in gesprekken met jongeren. Of iemand zegt: “Ik was ook blij met een jurkje dat niet supernieuw was.” Het hoeft niet allemaal luxe en trendy te zijn. Je bent niets minder waard als je weinig te besteden hebt. Door deze ervaringen te delen, creëren we bewustwording. De werkgroep wil het thema armoede nog beter bespreekbaar maken en werkt aan theatervormen om dit onder de aandacht te brengen.
Het ‘Arm en Rijk spel’
We benaderen basis- en mbo-scholen om het spel ‘Arm en Rijk’ te spelen, een ganzenbordspel voor kinderen tot 14 jaar. De hele klas doet mee. Kinderen worden willekeurig ingedeeld in groepjes van zes en krijgen de rol van ‘arm’ of ‘rijk’. Elke groep wordt begeleid door een goed opgeleide vrijwilliger die de aandachtspunten en verwachtingen kent. Opvallend is dat kinderen in het spel vaak solidair met elkaar zijn.
Na afloop is het belangrijk dat de leerkracht met de kinderen bespreekt hoe ze zich voelen bij bepaalde situaties. Tijdens één van de sessies kwam de wethouder op bezoek. Hij deelde eigen ervaringen uit zijn kindertijd, waarin het ook niet altijd makkelijk was. Zo beseffen kinderen dat armoede iedereen kan overkomen, maar dat verandering mogelijk is. Zo’n gesprek is waardevol. Het doel is om solidariteit te vergroten. We ontvangen positieve feedback. Kinderen tonen meer begrip voor wat geldzorgen met iemand doen. Die impact is ook zichtbaar bij leerkrachten, stagiaires en leidinggevenden. Dit bewustzijn was er vroeger veel minder. Scholen zien wel dat het spel werkt, maar het blijft een uitdaging om het onder de aandacht te brengen en scholen te motiveren om het te gebruiken. Armoede en geldzorgen zouden eigenlijk geïntegreerd moeten worden binnen het curriculum. Niet als een los onderwerp, maar verweven in vakken zoals rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Burgerschap gaat immers over voorbereiding op zelfstandigheid. Op mbo-scholen blijkt dat 12% van de jongeren een consumptief krediet (het kopen van spullen op afbetaling) heeft. Dit benadrukt het belang van educatie en bewustwording over geldzaken op jonge leeftijd, zodat jongeren hier niet pas op hun 18e mee geconfronteerd worden.
Hoopvolle ontwikkelingen
In Venlo zijn inmiddels brugfunctionarissen aangesteld die ouders helpen om gebruik te maken van voorzieningen, zodat kinderen meer kansen krijgen. Idealiter speelt school een actieve rol in het signaleren van armoede. Dit vraagt om betrokkenheid van brugfunctionarissen, teamleiders en leerkrachten. Aandacht voor geldzaken, geldkeuzes en solidariteit is cruciaal. De norm zou moeten zijn dat er gewoon gesproken wordt, zonder schaamte of stigma. Vroeger kon er op die manier ook niet gesproken worden over ouders die gescheiden waren. Daar rustte een taboe op. Gelukkig is dat vandaag de dag helemaal anders. Er kan nu normaal over gesproken worden. Het zou mooi zijn als dat met praten over armoede ook lukt. De uitdaging is om daarmee aan de slag te gaan.