Op donderdag 29 januari vond in Boxmeer de derde bijeenkomst van het Burgerberaad MooiMaasvallei plaats. Tijdens deze bijeenkomst gingen inwoners in gesprek met verschillende experts om hun ideeën en voorlopige adviezen verder te verdiepen. Het doel: meer kennis en inzicht opdoen over de thema’s waar de deelnemers de komende periode samen aan werken.
Van brede ideeën naar scherpe thema’s
Tijdens de eerste bijeenkomst brachten inwoners gezamenlijk in kaart welke onderwerpen zij belangrijk vinden voor de toekomst van MooiMaasvallei. Dit resulteerde in twintig thema’s waarop gestemd kon worden. Deze stemming liet duidelijk zien waar de gezamenlijke prioriteiten lagen. Omdat sommige thema’s inhoudelijk overlapten, is voor de tweede bijeenkomst een zorgvuldige selectie gemaakt.
Uiteindelijk is besloten om verder te gaan met dertien thema’s:
Samen werken aan voorlopige adviezen
In de tweede bijeenkomst gingen inwoners aan de slag met het thema van hun voorkeur. In groepen werden voorlopige adviezen opgesteld. Er vonden open en inhoudelijke gesprekken plaats, waarin veel ideeën werden gedeeld. De betrokkenheid was groot en de sfeer was positief.
Verdieping door kennis en expertise
Tijdens de derde bijeenkomst stond het verdiepen en onderbouwen van deze voorlopige adviezen centraal. Inwoners kregen de gelegenheid om in gesprek te gaan met zo’n 40 experts*. Deze gesprekken boden waardevolle kennis en nieuwe inzichten, die helpen om de adviezen sterker en beter onderbouwd te maken.
In de volgende bijeenkomst, op 3 maart, gaan de deelnemers per thema verder aan de slag om de adviezen definitief te formuleren. De uiteindelijke adviezen worden aangeboden aan de Steungroep MooiMaasvallei: de betrokken gemeenten en samenwerkingspartners binnen MooiMaasvallei.
*Organisaties betrokken experts: America Left, Pantein, Voedselbos Velden, Huisartsenpraktijk Afferden, GGD, Sociom, Mezzo Scholen, Gemeente Land van Cuijk, Brabant Bereikbaar, Trendsportal, Buro SRO, Gemeente Gennep, Slabox, Burgerkracht Limburg, NOC*NSF, Architectenbureau G.v. Duijnhoven, Move woningadvies, Politie, Gemeente Bergen, VKKL, Vervoersdienst Vianen ik neem je mee.




Roland de Groot (44) zet zich al ruim 20 jaar in voor mensen die vastlopen in het ingewikkelde systeem van uitkeringen en sociale zekerheid. Als voorzitter van de Stichting Platform Sociale Zekerheid in Noord- en Midden-Limburg en als spreekuurhouder helpt hij mensen die het overzicht zijn kwijtgeraakt. Voor zijn inzet ontving hij meerdere onderscheidingen waaronder een koninklijke.
Missie en persoonlijk drijfveer
Rolands missie is helder: mensen die afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en het financieel moeilijk hebben wegwijs maken in de wirwar van regels en regelingen. Samen met de rest van het team biedt hij laagdrempelige hulp. Ze beantwoorden vragen, leggen ingewikkelde regels uit en helpen mensen weer grip te krijgen op hun situatie: “veel mensen voelen zich reddeloos.
Wij proberen hen rust, overzicht en een luisterend oor te bieden.” Hij spreekt niet alleen vanuit kennis, maar ook uit ervaring. Toen hij zelf ziek werd, belandde hij onverwacht in het systeem. “Wat ik nooit gedacht had, is me toch overkomen. Je wereld staat ineens op z’n kop. Het gaat dan niet alleen om fysieke tegenslagen, maar ook om stress, afspraken, en verlies van overzicht. Ik weet hoe zwaar dat is – en juist daarom wil ik anderen helpen.
Het systeem als doolhof
“Het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is goed bedoeld, maar in de praktijk te ingewikkeld en versnipperd. Mensen moeten langs meerdere instanties, vaak krijgen ze tegenstijdige informatie. Er is een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor medische beoordelingen en bezwaarprocedures soms anderhalf jaar duren. In die tijd zit iemand in onzekerheid én vaak zonder inkomen,” vertelt Roland. “Je kunt dan niet door met je leven. Soms kun je zelfs geen WW aanvragen omdat je formeel beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Maar aan de andere kant zeg je: “ik ben ziek”. Je komt terecht in een spagaat. Voor mensen in financiële nood is er soms hulp via het team Geldzorgen van het UWV, of via cliëntenondersteuners. Die laatste groep speelt een belangrijke rol bij schrijnende gevallen: ze zijn de spin in het web, schakelen tussen verschillende afdelingen en houden de cliënt op de hoogte.”
Alleen al gehoord worden betekent zó veel voor mensen. Ook al is er geen directe oplossing – weten wat er speelt en waar je aan toe bent, helpt om weer een beetje controle te krijgen.
Voorbeelden als de complexe Wajong regeling of vertraagde medische beoordelingen laten zien hoe de menselijk maat ontbreekt. Volgens hem is er dringend behoeft aan een simpeler en menselijker systeem. Nu zijn er te veel hobbels en gaten. Zijn pleidooi: “één loket met een vaste contactpersoon die met je meedenkt! “Geen kastje-muur-verhalen meer, maar regels die begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Dat vraagt om maatwerk en samenwerking. Zelfredzaamheid is mooi maar alleen als het systeem het toelaat en dat is voor veel mensen niet zo.
Goede ideeën, stroperige uitvoering
Roland werkte jarenlang aan vernieuwingen binnen het UWV, zoals cliëntenondersteuning en een voorbereidingslijst voor gesprekken met verzekeringsartsen. Beide initiatieven kregen veel waardering maar zijn nog altijd niet structureel ingevoerd. “Iedereen was enthousiast, zelfs de Raad van Bestuur, maar het UWV is een mammoettanker: goede ideeën verdwijnen soms gewoon van de radar. Dan moet je weer opnieuw beginnen. Dat is frustrerend en kost bergen energie.
Die stroperigheid heeft hem uiteindelijk doen besluiten om te stoppen met beleidsmatig werk. “Het leverde te weinig op en ging ten koste van mijn gezondheid.” Toch blijft hij actief als spreekuurhouder want daar kan hij eerder een verschil maken.
Heldere informatie als sleutel
Een belangrijkrijk deel van zijn werk is het toegankelijk maken van informatie. Roland maakt infographics, folders en een nieuwsbrief over veranderingen in de sociale zekerheid. Die was eerder bestemd voor de spreekuurhouders maar wordt inmiddels ook gelezen door juridische loketten en beleidsmakers. Want toegankelijke uitleg is zeldzaam, maar hard nodig.
Waarom dit werk telt
We mogen onszelf best een compliment geven: we zijn goed bezig!
Over ziekte, armoede en uitkeringen praten mensen zelden openlijk. Niemand zegt op een verjaardag: “ik zit knel met mijn WIA-uitkering,” merkt Roland op. Toch is juist dat taboe een reden waarom zijn werk zo belangrijk is. “Veel mensen weten niet wat hun rechten zijn of durven geen hulp te vragen. We geven informatie en helpen maar laten de keuze bij de cliënt. Sommigen komen later terug met vragen en dat is prima. Dan nemen we de tijd om het opnieuw uit te leggen.En juist dát geeft de kracht om door te gaan – het doet ertoe.
Ondanks de frustraties en het geduld dat vernieuwing vraagt, blijft Roland zich inzetten. Hij weet hoe onmisbaar het is dat er dan iemand naast je staat.
Iemand die zegt: “ik help je. Dit zijn je opties. Je staat er niet alleen voor”.
Die persoon wil ik voor anderen zijn.
“Wanneer Ingrid Henssen uit de lift stapt met haar trolley vol bloemen, takjes en linten, begint het feestje eigenlijk al. Alleen al bij het zien van zoveel kleur en moois wordt je vrolijk, dat kán niet anders! “
“Bij de pakken neerzitten past niet bij mij”
Ik ben arts geworden, maar was ook net zo lief naar de kunstacademie gegaan
Ingrid (57 jaar) kan door ziekte haar beroep niet meer uitoefenen.
Stilzitten was voor haar geen optie. “Bij de pakken neerzitten past niet bij mij,” zegt ze dus ging ik op zoek naar wat wèl mogelijk is.
Creatief was ik altijd al. Of het nu ging om bloemschikken, houtbranden of werken met mergelsteen, ze deed het allemaal met plezier.
“Ik krijg energie van iets maken en het geven van workshops bloemschikken. Voor deelnemers is het ook spannend. Mensen denken vaak: kan ik dat wel? Maar geloof me: ja, dat kún je! En je gaat altijd met iets moois naar huis.” Werken met je handen maakt het hoofd leeg. Je concentreert je even op niets anders.” Dat mogen Susan en Gaby van Burgerkracht Limburg aan den levende lijve op haar uitnodiging meemaken. “Ik kan wel vertellen hoe het is maar het is leuker als je het zelf ervaart.”
Bloemenbinding als beleving
Samen iets maken is leuk en levert andere gespreksstof op. Het doet een mens goed! Bij bezoeken aan verzorgingstehuizen viel het Ingrid op dat er voor de inwoners weinig te doen is. Een volwaardige dagbesteding ontbreekt. Er wordt wel een muziekvoorstelling uitgevoerd of een modeshow georganiseerd maar dat is heel iets anders dan zélf wat ondernemen. Bloemenbinding kun je doen met iemand die bij je op bezoek komt. Ingrid organiseert workshops voor duo’s – bijvoorbeeld een dochter die haar moeder bezoekt. Samen maken ze dan onder begeleiding van Ingrid een mooi bloemstuk.
Dat kan – na afstemming – ook bij mensen thuis wanneer ze zelf niet meer uit de voeten kunnen of dreigen te vereenzamen. De activiteit moet een goed doel dienen en duurt een uur tot anderhalf uur. De kosten zijn 25 euro per duo. Ingrid doet het vrijwillig; je betaalt alleen de bloemen, materialen en eventuele reiskosten.
Iedereen kan bloemschikken
Met haar burgerinitiatief “Bloemenbinding” won Ingrid dit jaar de derde prijs bij EmPOWER jouw initiatief. Daar kocht ze de handige trolley voor waardoor ze de bloemen makkelijk mee kan nemen én kon ze weer investeren in nieuwe materialen. Het bloemenbinding initiatief is in principe eenvoudig. Iedereen kan bloemschikken.
“Het verbaast me vaak dat zelfs de meest beperkte mensen er van nature er zo goed mee aan de slag kunnen. Soms is het iets wat ze vroeger hebben gedaan. Het lijkt dan net of dat weer een beetje terugkomt. Ik zie ogen weer oplichten. Deelnemers zijn weer trots op zichzelf.” Ze komen weer een beetje tot bloei.
Iets maken, samen praten
Tijdens het bloemschikken geeft Ingrid aanwijzingen op een rustige en bemoedigende manier: “gebruik dat buxustakje maar als opvulling” of “deze Gerbera mag iets rechter”. Maar het is vooral belangrijk dat mensen zelf hun keuzes maken. Iedereen gebruikt dezelfde materialen; maar elk bloemstuk wordt anders. De een werkt helemaal in geel, heel strak, de ander wat speelser. Het gaat om het stimuleren van de eigen creativiteit die aangewakkerd wordt en waarin ze vooral zélf ontdekken en doen. “Ik help zo min mogelijk. Het is belangrijk dat het hun éigen werk wordt. Daar kunnen ze dan ook echt trots op zijn.”
Tegen eenzaamheid
Ingrid ziet hoeveel mensen – vooral ouderen – zich eenzaam voelen. En dan bedoelt ze niet alleen het missen van bezoek, maar ook het gevoel dat het leven weinig zinvol is. “Eenzaamheid heeft veel gezichten. Ik wil mensen het gevoel geven dat ze ertoe doen. Dat ze nog steeds iets kunnen maken, iets moois dat telt.
Soms ontstaan de mooiste momenten spontaan. Zoals bij een mevrouw met een verlamde arm die met veel moeite elk bloemetje in haar hand nam en straalde van trots toen ze haar eigen bloemstuk af had. Ze was zich namelijk heel bewust van haar beperking.
Voor mij is het mooi dat ik ondanks het feit dat ik afgekeurd ben mensen nog een fijne middag kan bezorgen. Ik zoek daar ook zelf naar, anders zou ik me minder nuttig voelen. Ik kan iets doen wat ertoe doet. Hetzelfde gevoel speelt bij de deelnemers, ze doen mee, maken iets wat ze eventueel kunnen weggeven. Ze voelen zich weer gezien en gehoord.”
Een mooi moment voor in het herinneringsdoosje
Het uur vliegt om. “Wat leuk, dat rood. Als je dikkere stengels gebruikt, prik er dan even een gaatje in voordat je ze in de oase steekt. Het gaat hartstikke goed! Maak er maar een geheel van. Lintje erom en klaar!” Aan het eind staan er bloemstukjes waar iedereen trots op is. Zorgen, stress en een vol hoofd – die zijn even naar de achtergrond verdwenen. Wat overblijft is een gevoel van voldoening, verbondenheid en schoonheid.
Dit is iets wat je met je moeder of schoonmoeder kunt doen, zegt Ingrid. “Het brengt je dichter bij elkaar. Een mooi moment om te bewaren in je herinneringsdoosje.
De Academische Werkplaats Hulpmiddelen voor Zelfredzaamheid (AWH-Z) presenteert de resultaten van een praktijkproject naar ervaringen met hulpmiddelen. De bevindingen geven een scherp beeld van wat goed gaat en waar nog verbeteringen nodig zijn voor gebruikers, mantelzorgers en professionals.
Resultaten praktijkproject Academische Werkplaats Hulpmiddelen
Samen het verschil maken voor mensen die hulpmiddelen gebruiken: dat is wat de Academische Werkplaats Hulpmiddelen voor Zelfredzaamheid (AWH-Z) drijft.
De AWH-Z is een samenwerkingsverband in Limburg, opgericht in 2022, waarin Zuyd Hogeschool, Universiteit Maastricht, Gilde Opleidingen, Sevagram, CZ, afdeling WMO Heerlen, Ieder(in), Burgerkracht Limburg en de Federatie Gehandicaptenorganisaties Limburg (FGL) samenwerken. Het project wordt mede gefinancierd door ZonMw, dat gezondheidsonderzoek en vernieuwing in de zorg stimuleert. Doel is het verbeteren van de aansluiting tussen onderzoek en praktijk, met een focus op hulpmiddelen die mensen met beperkingen helpen langer en prettiger thuis te wonen.
Doel en aanpak
Het praktijkproject had als doel een methodiek te ontwikkelen om structureel en periodiek behoeften en knelpunten van hulpmiddelengebruikers, hun mantelzorgers en professionals in kaart te brengen. Daarbij gaat het om ervaringen met de hulpmiddelen zelf én het verstrekkingsproces. Het project kende twee delen: de ontwikkeling van de methodiek en het verzamelen van resultaten.
Ontwikkeling van de methodiek
Er werd gekozen voor een digitale vragenlijst, met aparte versies voor hulpmiddelengebruikers/mantelzorgers en voor professionals. De lijsten werden drie keer getest met de doelgroep. Deelnemers beoordeelden de begrijpelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en inhoud. De meeste vonden de vragen goed geformuleerd en de lengte prima. Slechts één deelnemer vroeg een papieren versie. Na enkele tekstuele aanpassingen werd geconcludeerd dat de vragenlijsten geschikt zijn om knelpunten, wensen en behoeften rondom hulpmiddelen en het proces op te halen.
Resultaten hulpmiddelengebruikers en mantelzorgers
In totaal vulden 44 hulpmiddelengebruikers en 22 mantelzorgers de vragenlijst in. Van de gebruikers ervaarden 14 knelpunten, zoals:
· het hulpmiddel is vaak defect;
· reparaties duren lang of worden niet vergoed;
· het onderhoud gebeurt te weinig;
· het hulpmiddel is duur is of het hulpmiddel wordt niet of slechts gedeeltelijk vergoed.
Daartegenover stond dat 30 van de 44 geen knelpunten hadden en relatief tevreden waren. 84% gaf aan dat het hulpmiddel het probleem dat zij ervaarden bij een dagelijkse activiteit oplost, wat leidt tot meer vrijheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke deelname. Mantelzorgers zagen verbeteringen in lopen, buitenshuis gaan en het voorkomen van uit bed vallen. Wel ervaart 30% van de gebruikers nog problemen bij andere activiteiten zonder hulpmiddel. Het aanvraag- en verstrekkingsproces wordt soms als traag en bureaucratisch ervaren.
Resultaten professionals
Ook 91 professionals – ergotherapeuten, WMO-consulenten en adviseurs hulpmiddelen – vulden de vragenlijst in. De helft gaf aan dat cliënten vaak niet weten waar ze terechtkunnen voor een hulpmiddel. 85% vond dat cliënten over het algemeen tevreden zijn en dat het verstrekte hulpmiddel het probleem oplost én de goedkoopste optie is. Zo’n 30% zag knelpunten zoals:
Vervolg
De AWH-Z onderzoekt nu of de vragenlijsten verder kunnen worden toegespitst op verschillende instanties die betrokken zijn bij de hulpmiddelenzorg en of landelijke uitrol van deze methodiek mogelijk is.
Jan (47) kampt met de gevolgen van Long COVID, zoals extreme vermoeidheid, concentratieproblemen en kortademigheid. Voor het gesprek met de verzekeringsarts voelde hij zich onzeker en angstig. Hij was bang dat zijn klachten niet serieus genomen zouden worden en had veel last van de spanning vooraf, wat resulteerde in knikkende knietjes. Hij wist niet goed hoe hij zijn situatie moest uitleggen.
Spreekuur:
Jan werd naar ons spreekuur verwezen, waar we hem hielpen met:
Resultaat:
Dankzij de voorbereiding en de begeleiding voelde Jan zich veel rustiger en beter voorbereid. De knikkende knietjes verdwenen en hij voelde zich in controle. Het gesprek verliep soepel, de verzekeringsarts waardeerde zijn duidelijke uitleg, en Jan kreeg sneller de nodige ondersteuning. Hij besefte dat goed voorbereid zijn niet alleen voor hemzelf, maar ook voor het UWV-voordelen had. Jan verliet het gesprek met het gevoel dat hij regie had genomen over zijn situatie en zijn vertrouwen in het proces was sterk gegroeid.
Patrick (52) werkte jarenlang als magazijnmedewerker, maar moest vanwege ernstige rugklachten en chronische pijn volledig stoppen met werken. Na afloop van zijn loongerelateerde WIA-uitkering ontving hij een WIA-vervolguitkering. Tot zijn schrik bleek deze uitkering zeer laag, omdat deze gebaseerd was op het sociaal minimum en zijn arbeidsongeschiktheidsklasse.
In eerste instantie dacht Patrick dat het UWV een fout had gemaakt bij de berekening van zijn uitkering, omdat het bedrag veel lager was dan verwacht. Hierdoor had hij grote moeite om financieel rond te komen en begon hij zich zorgen te maken over zijn vaste lasten.
Patrick had geen idee dat hij recht had op aanvullende financiële regelingen, zoals de Toeslagenwet van UWV en diverse gemeentelijke minimaregelingen. Hij maakte zich zorgen over vaste lasten, stijgende energiekosten en noodzakelijke medische kosten die niet volledig werden vergoed.
Spreekuur:
Tijdens het spreekuur werd met Patrick gekeken naar welke regelingen hem financieel konden ondersteunen en gaven we hem uitleg over de WIA. Onze spreekuurhouders hielpen hem bij:
Resultaat:
Dankzij de ondersteuning van het spreekuur ging Patricks maandelijkse inkomen met ruim €250 omhoog, doordat hij recht had op de Toeslagenwet en extra gemeentelijke regelingen. Daarnaast kreeg hij een eenmalige vergoeding voor zijn energiekosten en bespaarde hij structureel op gemeentelijke heffingen.
Dit gaf Patrick eindelijk financiële rust, waardoor hij zich kon richten op zijn gezondheid zonder zich constant zorgen te maken over geld. Hij gaf aan dat hij zonder deze hulp waarschijnlijk niet eens had geweten dat deze regelingen bestonden.
Anne (43) werkte als financieel medewerker, maar kreeg te maken met de progressieve gevolgen van Multiple Sclerose (MS). Hierdoor werd werken steeds moeilijker en viel ze uit. Ze wist niet precies wat haar rechten en plichten waren binnen het poortwachterproces en welke rol zij daarin had. Dit zorgde voor veel onzekerheid. Haar werkgever wilde wel meedenken, maar er was geen duidelijk plan voor hoe zij eventueel kon blijven werken.
Spreekuur:
Tijdens het spreekuur kreeg Anne een duidelijke uitleg over het poortwachterproces en haar rol daarin. Hierdoor kreeg ze inzicht in wat er van haar werd verwacht en welke mogelijkheden er waren. Onze spreekuurhouders hielpen haar met:
Resultaat:
Door de begeleiding van het spreekuur kreeg Anne meer eigen regie over haar eigen re-integratie. Ze besprak met haar werkgever hoe haar werk anders ingericht kon worden en kreeg een op maat gemaakte functie die aansloot bij haar mogelijkheden. Hierdoor kon ze parttime blijven werken binnen haar eigen bedrijfstak, zonder overbelasting.
Daarnaast ontving ze een aanvullende WIA-uitkering om het verlies aan verdiensten te compenseren. Zonder de informatie en het advies van het spreekuur had ze deze mogelijkheid waarschijnlijk niet benut en was ze volledig uitgevallen.
Door jobcreation en maatwerk in te zetten, kon Anne binnen haar mogelijkheden actief blijven in de samenleving en zich verder ontwikkelen.
Hessel 40 jaar, is verzorgende-IG bij Meander en woont al 16 jaar in de meest kleurrijke flat van Heerlen-Noord: de Aurora flat. Aan de ‘verkeerde’ kant van het spoor, maar daar denkt Hessel daar anders over. “Heerlen staat – ten onrechte – nog steeds bekend als heroïne-stad terwijl er al jaren hard wordt gewerkt om Heerlen-Noord leefbaar te maken. De gemeente, provincie, woningcorporaties, bewoners en andere partijen werken al lange tijd samen aan een betere leefbaarheid en dat wordt langzamerhand zichtbaar. “Daar ben ik best trots op. Ik voel me thuis in deze rauwe volkswijk waar het niet allemaal vanzelf gaat maar wat wel een échte samenleving is! Er wonen mensen met verschillende achtergronden die het moeilijk hebben. Mensen met psychische problemen, asielzoekers met een verblijfstatus, verslaafden. Zelf ben ik ook verslaafd geweest. Ik ben opgegroeid in een villawijk waar geld geen rol speelde, maar verslavingsgevoeligheid heeft niets te maken met arm zijn. Als je rijk bent kun je het alleen beter maskeren. Toen het weer beter met me ging wilde ik iets positiefs doen. Ik maakte er mijn missie van om mijn woonomgeving beter te maken en ging van deur-tot-deur om bewoners van de flat enthousiast te maken om het complex leefbaar te maken. Niet altijd makkelijk want mensen hebben vaak wat anders aan hun hoofd. Het hele gebouw werd met hulp van een groep street-art-kunstenaars opgepimpt. Het gebouw stond altijd bekend als probleemflat maar door dit kunstproject werd anders naar ons gekeken. Bewoners hielpen mee en vertelden hun verhaal. Alles is uit de kast gehaald om zoveel mogelijk buurtbewoners naar de binnenplaats van het Auroracomplex te lokken: een springkussen, Limburgse vlaai, muziek en drankjes. Samen met andere bewoners van Aurora in Heerlen werkte hij mee aan een kunstproject. Ze beschilderden hun woongebouw, met de boodschap: ‘Dit gebouw mag gezien worden. Wij mogen gezien worden.’
Dit jaar mocht Hessel zelfs de koning rondleiden maar zonder poespas of rode lopers.
‘Alles leuk en aardig Hessel, wij drinken ook, maar jij gaat over grenzen’
“Ik ben de oudste van drie kinderen. Bij ons thuis ging het moeizaam – en dan druk ik me zacht uit. Materieel had ik thuis alles maar ik voelde me niet gelukkig. De sfeer was altijd gespannen, dus zocht ik al snel mijn heil buitenshuis. Al vanaf mijn puberteit ging ik graag op stap. Om me beter te voelen dronk ik om mijn zorgen te vergeten. In het begin was dat totaal onschuldig. Ik amuseerde me prima en heb gelukkig geen kwade dronk. Maar ik schoot door. Na verloop van tijd raakte ik lichamelijk en geestelijk in disbalans en ontwikkelde een coke verslaving. Daardoor kon ik nog langer doordrinken en de feestvreugde verlengen. Het werd een dure grap. Op een gegeven moment had ik financieel niet veel meer te makken. Met hangen en wurgen wist ik uit de schulden te blijven. Mijn vrienden regelden een paar interventies. ‘Alles leuk en aardig Hessel, wij drinken ook, maar jij gaat over grenzen.’ Natuurlijk luisterde ik niet meteen!”
Op zoek naar hulp en zelf de regie terugpakken
“Op een gegeven moment ging het zó slecht met me dat zelfs ík snapte dat er iets moest gebeuren. Na veel getwijfel belde ik naar de Mondriaan Stichting. Een fijn en warm gesprek volgde, maar er was ook een wachtlijst van een jaar. Pas toén kon ik het confronterende deeltraject in. Bewustwording en sociale vaardigheden, daar heb ik hard aan moeten werken naast de nodige therapie. Uit de training bleek dat ik gevoelsmatig op het niveau van een 15-jarige zat terwijl ik allang een volwassen man was. Het traject was zwaar, want steeds opnieuw word je aan verleidingen blootgesteld. Het was moeilijk, want je moet leren uitgaan zonder alcohol te drinken. Maar het deed me ook goed. Ik besefte dat ik er niet alleen voor stond. Er waren meer mensen met dezelfde problemen als ik. Dat had ik me nooit gerealiseerd. Ik had een ‘hulplijn’, kreeg handvatten aangereikt en zwichtte niet meer voor verleidingen. Maar die eerste jaren waren zwaar. Voor mij zijn er twee systemen: die van het denken en gevoel.
Je goed voelen kan op meerdere manieren
Te veel denken is niet goed voor een mens. Ik moest iets anders gaan doen om me goed te voelen. Dat werd hardlopen. Daarin werd ik zo fanatiek dat ik marathons ging lopen. Mediteren werd belangrijk. Dat wordt cross addictie genoemd. Ergens anders een ‘rush’ door voelen. Voor mij werkt het. Ik denk dat je een soort middenweg moet zoeken die bij je past.
Mondriaan en mindfullness
“Bij de Mondriaan Stichting waren we de eerste groep die als doel had mindfullness preventief in te zetten om op die manier verslavingsgevoelige impulsen te beteugelen. Door mindfullness en Zenmeditatie hebben dagelijkse gedachten nu minder vat op me. Mijn gedachten waren voorheen heel negatief. Mijn eerste gedachte in die tijd was: ‘waarom doe ik de dingen die ik doe?’ Ik mediteer nog dagelijks, blijf verslavingsgevoelig maar ik geef er niet meer aan toe. Aan beiden moet je aandacht schenken.
De kracht van het delen van verhalen maakt dat je begrip krijgt voor een ander en helpt om zelf regie te krijgen
Omdat Hessel zelf door een verslaving en herstelproces is gegaan begrijpt hij wat anderen doormaken. Hij biedt praktische ondersteuning en emotionele herkenning.
Als ervaringsdeskundige vertel ik dan mijn levensverhaal. Ik weet hoe bemoedigend dat kan zijn en wil mensen laten weten: je staat er niet alleen voor!”
Het Spel ‘Be Yourself’ – Gewonnen en doorontwikkeld en binnenkort op de markt
Rowdy, Bram en Rowan worden in 2021 de jongste winnaars (13-14 jaar) van de ‘Jongeren Challenge’, georganiseerd door Burgerkracht Limburg. Het spel ‘Be Yourself’ is – tot hun grote verrassing – unaniem door de jury verkozen. Inmiddels zijn Bram en Rowan doorgestroomd naar het HBO en vervolgt Rowdy zijn traject op het VWO. Tijd voor een terugblik om te vertellen hoe het verder is gegaan met hún spel. Eén ding willen ze vooraf al kwijt: “zonder mevrouw Hoefnagels was het allemaal niet gelukt. Ze is ons al die jaren blijven steunen”. “Jullie hebben het toch écht helemaal zélf bedacht en gedaan!” vindt hun bescheiden docent.
Waarom ook alweer dit spel?
“Met elkaar kennismaken klinkt makkelijker dan het is. Veel leerlingen hikken er tegen aan en vinden het moeilijk. Dat maakten we zelf mee. Vandaar het spel. Door het spel maak je niet alleen kennis met elkaar maar leer je elkaar ook écht kennen. Niemand leunt achterover bij dit spel. Je moét wel meedoen!” Het bedenken van het spel vonden de jongens niet moeilijk. Een overweging die ze daarbij gebruikten was: ‘Waar wordt iedereen blij van?’ ‘Chocola’, was het simpele antwoord. Chocola is in de eerste versie van het spel als beloning gebruikt.
Zure matjes en chocola – Hoe de prijs werd ingezet
Van de prijs (€ 2500) is O&O (onderzoek & ontwerpen) betaald. Dat zijn kosten die nodig zijn om een project uit te voeren. Denk aan een lasersnijder (om prototypes te maken), de vormgever van school (Bernardinus is hierin ook financieel tegemoet gekomen), de productie van 3 spellen én de aanschaf van laptops om bepaalde ontwerpprogrammatuur te kunnen gebruiken. Daarmee kan er ook op afstand gezamenlijk worden gewerkt. Het was ontzettend veel werk: uitproberen, testen, een proefversie maken – en dat allemaal onder tijdsdruk (kunst en vliegwerk). Vanaf het eerste prototype tot aan de uiteindelijke versie is er veel veranderd. De chocolaatjes werden vervangen door houten ‘voetstapjes’ die symbool staan voor de stappen die in het leven worden gezet. Er vielen dingen af en er kwamen dingen bij. Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke bagage (als ‘rugzakjes’ toegevoegd aan het spel) en dat verandert voortdurend. Mevrouw Hoefnagels is inmiddels vertrokken bij het Bernardinuscollege en het afscheidscadeau van school werd een cadeau van haar aan ons. Haar wens was een écht mooie versie te maken van het spel, compleet met doos. De vormgever hielp ook hier bij het maken van het ontwerp voor het nieuwe spel.
Als het op Bernardinus lukt gaan we ermee verder – hulp van buitenaf
In eerste instantie was het de bedoeling om het spel op Bernardinus in te zetten. Daar is het spel ook uitgetest. De spellen, die nú worden geproduceerd zijn bedoeld om ook op andere plaatsen in te zetten zodat méér scholen, maar ook plekken waar jongeren samenkomen ervan kunnen profiteren. Het spel is onderdeel geworden van een groot onderzoek van een Leernetwerk waar bekeken wordt hoe de veerkracht van jonge mensen ondersteund kan worden. Daarvoor zijn een aantal interventies getest. Het spel ‘Be Yourself’ was er daar één van. De jongens hebben voor het spel vragen op drie niveaus gemaakt: kennismakingsvragen, verdiepende en persoonlijke vragen. Daaruit zijn verdere contacten voort gekomen met onder andere: scholen, Jens, @Ease, Burgerkracht Limburg en Home Plus. Het spel is getest en uitgebreid geëvalueerd door deskundigen en als goed beoordeeld. Het feit dat niemand buiten de boot valt bij het spelen van het spel is daar mede debet aan. “Met hulp van Wilma Pelz van Burgerkracht Limburg hebben we een subsidie gekregen van het Steunfonds Jeugd Welzijn Limburg, waardoor we het spel in een kleine oplage kunnen produceren. Spellen maken is een kostbare zaak dus dan wil je ook dat het op de juiste plekken terecht komt, zodat het van daaruit zijn weg verder vindt. Ook daarbij kon Wilma van Burgerkracht Limburg ons goed helpen en wees ze ons de weg naar partijen waar we het spel het beste konden introduceren”. De jongens grapten er onderling in het verleden over: “misschien worden we wel rijk door het spel…” Wie weet gaat dat alsnog lukken. “Maar zoiets moois neerzetten als het spel is op zich al rijkdom”, vindt mevrouw Hoefnagels.
Het spel is te verkrijgen bij Hannie Hoefnagels. Belangstellenden kunnen een bericht sturen naar: zinzaaien@gmail.com
Kleine locatie met grote servicebereidheid
in Gennep ligt de meest noordelijke spreekuurlocatie PSZ van Limburg. Deze kleine gemeente net boven Venray telt slechts 17.071 inwoners. Toch bestaat ook hier de mogelijkheid om wekelijks een inloopspreekuur te bezoeken op vrijdagmiddag in de bibliotheek tussen 14.00 uur en 15.00 uur.
Er is blijkbaar behoefte aan, want er wordt dankbaar gebruik van gemaakt van deze inloopsessies. Een afspraak maken is niet nodig. Leon Willems staat je graag te woord en geeft advies bij vragen over arbeidsongeschiktheid, ziekte en sociale zaken. Hoe dat precies in zijn werk gaat in Gennep? Leon vertelt er hieronder meer over.
Sociale wetgeving roept vragen op
Leon werkt als juridisch medewerker bij Vluchtelingwerk in Grave. Als vrijwilliger is hij spreekuurhouder in Gennep. Zijn rijke arbeidsverleden is daarbij helpend. Hij werkte bij diverse gemeenten als klantmanager, beleidsmedewerker, beslisambtenaar en begeleider van statushouders. Hij is goed op de hoogte van de sociale wetgeving. Cliënten kunnen minder snel terecht bij de reguliere instellingen vanwege lange wachttijden, personele onderbezetting en de beperkte hoeveelheid beschikbare uren. Dat frustreert, en dan is het inloopspreekuur een uitkomst of in ieder geval een stap in de goede richting. Hier wordt meer tijd uitgetrokken voor een gesprek en vervolggesprekken worden snel ingepland. Je hoeft er geen weken op te wachten.
Laagdrempeligheid werkt. ’Als het nodig is pak ik mijn fiets en ga ik op huisbezoek’
Het spreekuur is dus een stuk laagdrempeliger. Mensen lopen gewoon even binnen. Leon is bovendien ook te bereiken via Whatsapp. Hij voorziet in een behoefte en treft mensen van allerlei nationaliteiten met de meest uiteenlopende hulpvragen. Mensen weten hem te vinden. Via kabelnieuws, de gemeentegids of folders bij huisartsen en tandartsen en via mond-tot-mond reclame. Ze blijven vaak langer dan de duur van het spreekuur. Daarin is Leon gemakkelijk. “Ik zit momenteel in een pré-pensioenregeling en ben flexibel. Ik maak vervolgafspraken op de zaterdagochtend als het nodig is en ga zelfs zondag op huisbezoek”. Hij is daarin vrij relaxed en heeft ook nooit problemen met mensen, want ze voelen zich door hem gehoord en gezien. “Bij het inloopspreekuur vertellen mensen mij hun verhaal”. Voor aanvang van het vervolggesprek bekijkt Leon de mogelijkheden van wat hij voor iemand kan betekenen, welke hulp hij kan/mag bieden. Aan de hand daarvan plant hij het vervolggesprek in. Indien nodig begeleidt hij mensen naar de gemeente of het UWV. “Vrijdag is een interessante dag om te werken. Gemeentehuizen en andere instanties zijn dan meestal dicht. Dus dan komen de mensen hier met bijvoorbeeld een brief van de gemeente. Dan kan ik in ieder geval al zeggen dat ze bepaald informatie moeten aanleveren en terug moeten komen. Of ze komen met rekeningen en vragen over de afsluiting van de elektriciteit”. Dat is zo vlak voor het weekend een probleem. Meestal maakt hij dan een mail voor gemeenteambtenaren zodat deze maandagochtend meteen gelezen wordt. In de gemeente Gennep wordt daar adequaat op gereageerd. “Het contact met de wethouder en ambtenaren is goed. Korte lijnen. Je kunt gewoon bellen en wordt persoonlijk te woord gestaan. Het voordeel van een kleinere gemeente”.
Bredere inzet
Waar overige spreekuurhouderlocaties zich voornamelijk bezighouden met arbeidsongeschiktheid/UWV is dat bij Leon nog iets breder. Ook sociale zaken pakt hij op. Als er problemen zijn met hulpvragen richting de sociale dienst dan brengt hij contacten tot stand met de gemeente en/of gaat met mensen mee. Vragen met betrekking tot de Wmo of de participatiewet komen ook veelvuldig voor. Leon is voornemens om ook na zijn pensionering zijn werk als spreekuurhouder voort te zetten.
Als ze met een glimlach op het gezicht naar buiten wandelen heb ik iets goeds gedaan
Waar zijn bevlogenheid om te helpen vandaan komt? “Waarschijnlijk heeft het te maken met mijn opvoeding. Van jongs af aan ben ik al dienstverlenend. Ik help mensen en krijg daar iets moois voor terug. Als ze met een glimlach naar buiten wandelen heb ik iets goeds gedaan”. De verscheidenheid aan vragen is groot, maar wat opvalt is dat er momenteel veel financiële vragen binnen komen bijvoorbeeld over elektriciteits- en energiekosten. Veel sociale huurwoningen zijn meestal niet goed geïsoleerd. Dat is iets wat duur uitpakt en zorgt voor onrust. Je kunt hiervoor terecht bij het energieloket, maar de vraag wordt toch ook bij hem neergelegd omdat mensen ermee in hun maag zitten.
De focus moet liggen op de menselijke maat
“Ambtenaren zijn vaak overbelast. Klantgerichtheid en dienstbaarheid uiteindelijk begint alles met een goede bejegening. Anders werkt het niet. Er wordt niet altijd goed omgegaan met een hulpvraag. Dat is geen verwijt maar een gegeven. Ik wéét waar ik over spreek want ik ben zelf ambtenaar geweest. Je bent gebonden aan tijd. Mensen worden te vaak geconfronteerd met lange wachttijden, en als er dan ook nog weinig tijd wordt vrijgemaakt en ze hun verhaal niet kwijt kunnen houdt het op.
De menselijke maat ontbreekt soms. Voor hulpvragers voelt het of ambtenaren zich verschuilen achter de regels. Het gevaar bestaat dat mensen zich hierdoor niet serieus genomen voelen. Ze voelen zich afgeschoven en dan komt er natuurlijk ook geen vervolggesprek”.Eigenlijk komt alles hierop neer: “Werkelijke hulp begint met nederigheid: je moet oprecht wíllen helpen en jezelf niet beter dan een ander voelen. Jíj moet de geduldigste zijn en ook je ongelijk kunnen aanvaarden; inzien dat je niet begrepen hebt wat de hulpvrager al lang begrepen had”.