In Sweikhuizen is vlak bij het AZC iets bijzonders ontstaan: het NAAIATELIER+ NAAIATELIER+ in Sweikhuizen is niet zomaar een creatieve werkplek maar het resultaat van een burgerinitiatief dat mensen dichter bij elkaar brengt. “Toen we bij “EmPOWER jouw initiatief” van Burgerkracht Limburg de eerste prijs wonnen wisten we ook direct waarvoor we de prijs wilden gebruiken. Een stevige, professionele naaimachine die ook dikkere stoffen aankan. Een investering waardoor we nóg beter kunnen naaien en verstellen. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor de inwoners van Sweikhuizen met wie we ons graag willen verbinden. Want dát is de onderliggende wens: verbinden, ontmoeten en samen creëren. Vandaag is de officiële opening, er zijn feestelijke koekjes, er is trots en vooral: de blijdschap van het samen zijn.
Een onbekende wereld
Stel je voor dat je plots in een nieuw land woont waar niemand je kent. Je spreekt de taal niet, de omgeving voelt vreemd, gewoonten zijn anders en alles wat ooit vertrouwd was, ligt achter je, meestal onder moeilijke of traumatische omstandigheden. Hoe vind je dan opnieuw je weg?
Gelukkig zijn er professionals, stagiaires én vrijwilligers die zich inzetten om deze mensen te begeleiden. Maar eenvoudig is het nooit. Na aankomst in een AZC krijgen bewoners twee weken tijd om te acclimatiseren. Daarna volgt een intakegesprek en een uitnodiging voor de Meedoenbalie. De Meedoenbalie staat voor: taalles, sportactiviteit, vrijwilligerswerk, creativiteit, algemeen samenkomen. hier worden mensen gestimuleerd om deel te nemen aan de verschillende activiteiten en nu ook het NAAIATELIER+. Het is een plek waar contacten ontstaan met opbouwwerkers, maatschappelijk werkers, medewerkers van het AZC en vrijwilligers. Een plek waar bewoners zich gezien en gehoord voelen en dat schept verbinding.
Het NAAIATELIER+ – een nieuwe plek, een nieuw begin
Er wás al een naaiatelier in het AZC, maar die ruimte werd ook gebruikt als leslokaal. Niet ideaal. Toen het bestuur van het dorpshuis contact zocht met de vraag of ze als buren iets voor elkaar konden betekenen, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Het dorpshuis zocht meer bestaansrecht in een vergrijzend dorp. Het AZC ligt op loopafstand. De ruimte is groter, toegankelijker en biedt kansen om contact te leggen met omwonenden. Zo ontstond een samenwerking die niemand vooraf had kunnen plannen, maar die precies op het juiste moment kwam.
Samenwerken door elkaar écht te zien
Het succes van het naaiatelier is dus het resultaat van samenwerking uit verschillende hoeken. Het Dorpshuis dat hun deuren opende, vrijwilligers uit de omgeving die hun tijd en kennis en tijd aanbieden. Bewoners en medewerkers van het AZC die graag willen bijdragen. De financiële steun door het winnen van de prijs van ‘EmPOWER jouw initiatief’. Soms zit het in kleine dingen. Zoals die monteur die de nieuwe naaimachine kwam installeren. Spontaan keek hij ook alle andere machines na. Omdat hij zag hoe belangrijk deze plek is. Wanneer mensen elkaar echt zien, gebeuren er mooie dingen.
De kracht van zingeving
In het atelier heerst inmiddels een levendige drukte. Achter de naaimachines werken groepjes vrouwen geconcentreerd met kleurrijke stoffen. Er wordt geknipt, gemeten en gepast; de machines ratelen gezellig en onvermoeibaar. Met trots demonstreert een van de deelneemsters de nieuwe machine die ze dankzij het prijzengeld hebben kunnen aanschaffen. De blijdschap is voelbaar.
De vrouwen vertellen hoe ze ooit begonnen: met slechts een paar lappen stof, twee scharen en wat fournituren. Nu staat er een volle kast met materialen.
Wat betekent het voor jullie om hier te zijn?
De vrouwen beginnen te stralen. Voor hen is dit hun wekelijkse uitje. Ze kleden zich er speciaal mooi voor aan. Want het gaat niet alleen om het naaien zelf, dat is slechts de aanleiding. Er gebeurt zoveel meer. Ze komen uit verschillende landen: Nigeria, Bangladesh, Somalië en Azerbeidzjan. Hier krijgen ze ruimte om hun verhaal te delen, vriendschappen te sluiten en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Terwijl ze creatief bezig zijn, kunnen ze even hun zorgen vergeten. “It’s a happy place,” zeggen ze allemaal vol overtuiging.
De bekendheid van het atelier groeit vooral via mond-tot-mondreclame. De plaatselijke bakker helpt daarbij, vrijwilligers denken actief mee. Kleine succesjes worden gedeeld en zo verspreidt het nieuws over het Naaiatelier zich vanzelf. De opstartfase is inmiddels voorbij. “We bevinden ons in een periode waarin we kansen moeten herkennen én grijpen. Vaak duurt het een half jaar voordat mensen – in dit geval de dorpsbewoners – de weg naar zo’n initiatief weten te vinden. Voor nu is het atelier elke woensdag geopend, en binnenkort komt daar de maandag bij”.
Het atelier biedt talloze mogelijkheden voor verbinding: het aanleveren van materialen, kleding en stofjes, het uitwisselen van ideeën, een kopje koffie drinken. Dat groeit stap voor stap. In de ruimte hangen vellen met uitleg en instructies. Er wordt volop genaaid en kleding versteld voor mensen uit het AZC. Maar nu dit eenmaal loopt zou het geweldig zijn als ze ook iets voor dorpsgenoten mogen betekenen onder het motto: “Als je iets versteld wilt hebben, ben je welkom.”
Kook & Ko won in november 2025 de eerste prijs bij ‘EmPOWER jouw Initiatief’. Blij en trots zijn ze zeker – het enthousiasme spat ervan af. Vandaag ervaren we zelf waar de deelnemers zo blij van worden en wat samen koken én eten voor hen betekent. Veel!
Toen en nu
Dertig jaar geleden startte een huishoudschool in Horst met een kookactiviteit voor jongeren met een beperking. Wat begon als een eenvoudige les, groeide uit tot een hechte kookgroep. In die begintijd lag alles vast: wat er gekookt werd, hoe het moest gebeuren. Er was een strakke planning en één-op-één begeleiding. De kosten? 85 cent per avond.
In 2026 gaat het er heel anders aan toe. Twee keer per maand komt een groep van ongeveer twaalf mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking samen om te koken en te eten. De deelnemers zijn tussen de 21 en 70 jaar en worden begeleid door 4 vrijwilligers per avond, maar ze zijn met een club van 7 vrijwilligers die elkaar afwisselen. De groep kiest zelf wat er op het menu staat. Altijd 2 gangen: voor-en hoofdgerecht óf hoofdgerecht en toetje. Iedereen bewaart de recepten in een eigen map. Dan kunnen ze het recept nog eens gebruiken of eventueel thuis namaken.
De gewonnen prijs wordt gebruikt als bijdrage voor de huur. Na jarenlang gratis gebruik te hebben gemaakt van de keuken van Yuverta MBO, is Kook & Ko inmiddels verhuisd naar een voormalige kookstudio in de Norbertuswijk. De hogere huur vraagt om extra financiële steun, omdat veel deelnemers een Wajong-uitkering ontvangen. De deelnemers betalen hiervoor per jaar een bedrag. Ondanks deze uitdaging is de groep actief van september tot mei en biedt ze een warme plek waar samen koken, eten en contact centraal staat. Kook & Ko spreekt tot de verbeelding (ze hebben een wachtlijst).
De beleving
Bij binnenkomst voel je meteen dat het een gezellige avond wordt. De lichte kookstudio met vier ruime kookunits nodigt uit om aan de slag te gaan. Voor de glazen pui staat een lange rij tafels waar later wordt gegeten. Sjoerd, de eerste enthousiaste deelnemer, is al binnen en begroet ons met een brede lach. Daarna druppelen de anderen binnen: de vrijwilligers met kratten boodschappen en de ‘kokjes’. Allemaal op tijd, want klokslag 18.00 uur wordt er gestart, om 19.15 uur opgediend en om 21.00 uur is alles weer opgeruimd.
We stellen ons netjes voor. Vandaag mogen we meekoken. De schorten worden omgebonden. Antonio, liefhebber van de Italiaanse keuken, draagt een schort in de kleuren van de Italiaanse vlag. Lennart wijst trots op zíjn schort waar naast zijn naam ook het logo van superman prijkt. “Dus jij bent ‘Super Lennaert’?” Hij knikt verlegen maar trots. “Dat kun je wel zeggen” beaamt hij. “Mijn vader was vroeger kok, ik heb alles van hem geleerd.” Pa knikt en kijkt trots. Dat belooft wat.
Goed voorbereid
Aan tafel worden de recepten voorgelezen zodat iedereen weet wat er moet gebeuren.
Er staan altijd twee gangen op het menu. Een voorgerecht en een hoofdgerecht óf een hoofdgerecht en een nagerecht. Vandaag groentesoep en een ovenschotel met zuurkool en worst. Vrijwilligster Annemie koopt de boodschappen prijsbewust in en weet precies wat er nodig is. De boodschappen worden verdeeld per groep.
Prei, wortel, een stuk bloemkool, zuurkool, aardappelen en een potje kippenbouillon. De groepjes worden soepel verdeeld. Niets wordt opgelegd. “Kom jij deze keer bij mij? Ovenschotels worden ingevet, de pannen komen op het fornuis. “Ik schil de aardappels, snij jij de prei? Wie doet de worst?”
Aan de slag en vooral genieten
De sfeer is ontspannen. Eerst handen wassen, dan beginnen. Van stress is geen sprake.
Het gaat niet om presteren, maar om samen bezig zijn. Iedereen draagt bij op zijn eigen manier. Er wordt gesneden, gehakt, geschild, gebakken én gekletst.
Voor veel deelnemers is de kookgroep een belangrijk sociaal moment. Er ontstaan vriendschappen en verbindingen, ook buiten de kookavonden.
Als de soep begint te geuren en de ovenschotels in de oven staan, wordt alvast opgeruimd en de tafel gedekt. Dan is het zover: we gaan aan tafel. Iedereen geniet zichtbaar van het zelfbereide eten.
Een kleine domper
De taxi van Floor staat opnieuw veel te vroeg voor de deur. Ze heeft nog een vol bord zuurkool voor zich en ze is niet van plan om haar dit te laten ontnemen. Er vloeien een paar traantjes want het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. “Ik woon op Daelzicht” heeft ze me eerder die avond toevertrouwd. “Daar kunnen we alleen eten bestellen niet zelf koken.” Hier smaakt het veel lekkerder en het is gezelliger.
De groep leeft met haar mee. Als de taxichauffeur geen oplossing heeft, wordt aangeboden haar zelf naar huis te brengen. Gelukkig is de spanning snel verdwenen. “Wat eten we de volgende keer?” vraagt Annemie? “Chocomousse wordt er geroepen of vanillevla.” Ze kunnen gelukkig weer lachen.
De tip van Jessie
“Mag ik nog even tip geven” roept Jessie die helemaal aan het eind van de tafel zit. “Op onze zuurkoolschotel zat helemaal geen korstje. Kan daar de volgende keer beter op gelet worden? En de pot mosterd was al leeg voordat hij bij ons was! Kan toch ook niet?” De groep knikt instemmend. Er wordt beterschap beloofd en hard geklapt. Waarschijnlijk niet alleen voor Jessie, maar ook voor opnieuw een uitstekend geslaagde avond.
Wil jij een sleutelrol spelen in het vervolg van het burgerberaad MooiMaasvallei? Heb je ervaring met het begeleiden van groepen en wil je bijdragen aan de uitvoering van adviezen van inwoners? Dan zijn wij op zoek naar jou.
Over het burgerberaad MooiMaasvallei
Het burgerberaad MooiMaasvallei bracht een representatieve groep inwoners uit de regio (gemeenten Gennep, Bergen en Land van Cuijk) samen rondom de vraag wat volgens hen nodig is om zelf én met elkaar een (Positief) gezond leven en een gezonde leefomgeving te hebben in MooiMaasvallei, nu en in de toekomst. In vijf bijeenkomsten, tussen 28 oktober 2025 en 16 april 2026, gingen zij met elkaar in gesprek, verdiepten zij zich in het thema en werkten zij toe naar gezamenlijke adviezen voor bestuurders en betrokken organisaties.
Voor meer informatie over het burgerberaad en de uitkomsten, zie:
https://burgerkrachtlimburg.nl/project/mooimaasvallei/
Over het inwonerplatform
Na het burgerberaad MooiMaasvallei wordt een inwonerplatform opgericht. Dit platform bestaat uit circa 20 tot 25 deelnemers uit het burgerberaad en volgt de komende jaren wat er gebeurt met de opgestelde adviezen. Het platform denkt mee, reflecteert en geeft signalen af richting bestuurders en betrokken organisaties.
Het inwonerplatform speelt een belangrijke rol in het bewaken van de voortgang en het levend houden van de stem van inwoners.
Jouw rol als voorzitter
Als voorzitter begeleid je het inwonerplatform en zorg je voor een goed en open gesprek. Je creëert een veilige setting waarin alle deelnemers zich gehoord voelen en bewaakt de rode draad in de bijeenkomsten.
Je werkzaamheden bestaan onder andere uit:
Wie zoeken wij?
Wij zoeken een zelfstandige professional die:
Wat bieden wij?
Sollicitatie
Heb je interesse in deze rol? Stuur dan een korte motivatie en je CV naar veraniessen@burgerkrachtlimburg.nl t.a.v. Vera Niessen (projectleider burgerberaad MooiMaasvallei) vóór donderdag 4 juni. Eventuele vragen kun je stellen via bovenstaand mailadres of telefonisch via 06-34576949.
De sollicitatiegesprekken vinden plaats op maandag 15 juni 2026.
Het streven is dat de nieuwe voorzitter 1 september 2026 start.
In gesprek met initiatiefnemer Edward
Vrouwencirkels, vrouwendagen, vrouwenevents zijn inmiddels niet meer weg te denken en terecht: vrouwen vinden elkaar in verschillende omgevingen waar ze kunnen delen, groeien en elkaar versterken. Mannenwerk bestaat al heel lang maar waar blijven de mannen? Volgens Edward, een van de initiatiefnemers die Mannenwerk naar Roermond heeft gehaald, is er een stille behoefte aan precies zulke plekken. Ze zijn er wel alleen hoor je er minder over.
Als het aan Edward ligt komt daar verandering in.
Met ‘Mannenwerk’ creëert hij ruimte voor iets wat vaak ontbreekt: een veilige ruimte voor échte verbinding tussen mannen. De groep gaat inmiddels het tweede jaar in en won in 2025 zelfs een gedeelde derde prijs bij het project ‘EmPOWER jouw initiatief’ van Burgerkracht Limburg. Bij de presentatie van de EmPOWER projecten kon Edward niet aanwezig zijn. Jammer, maar via Burgerkracht worden alsnog de nodige verbindingen gelegd. De gewonnen prijs wordt gebruikt om ‘Mannenwerk’ zichtbaarder te maken. “Want dit is nodig”, zegt Edward. “Meer dan mensen denken.”
Waarom mannenwerk?
“Een man heeft mannen nodig om te groeien en zich verder te ontwikkelen. Om te ontdekken wat het ‘man zijn’ anno 2026 betekent.”
Edward wist al langer dat hij iets voor mannen wilde betekenen. Er leeft zoveel wat onbesproken blijft, vertelt hij. Ook bij mijzelf. Hij groeide op met een hardwerkende vader die vaak weg was. Mijn moeder voedde ons liefdevol op, dat deed ze goed. Maar mannelijk voorbeeld miste hij. Dat gemis zie ik bij veel mannen terug. Van jongs af aan leren mannen zich groot te houden. Niet huilen. Niet twijfelen. Niet te boos zijn. Vooral sterk blijven. Kwetsbaarheid past niet in dat plaatje en dat eist zijn tol. Steeds meer jonge mannen worstelen met mentale en psychische problemen, merkt Edward.
Op een opleidingsdag raakte hij hierover in gesprek met een jonge man. Het klikte. De herkenning was groot. “We vroegen ons af: kunnen we hier iets mee doen? Dat gesprek leidde tot meerdere gesprekken, met andere mannen. Uiteindelijk plaatsten we een oproep op LinkedIn. De respons was groot. Mannen bleken open te staan voor het initiatief.
Mannen praten weinig
Mannen zijn vaak minder gewend om over gevoelens te praten. Gesprekken blijven al snel oppervlakkig: werk, sport, vrouwen, auto’s. Over twijfels, pijn of vastlopen wordt minder makkelijk gesproken. Dat is geen onwil maar aangeleerd gedrag. Dat gebeurt wél in de mannengroep, want dat is veilig. Als mannen elkaar leren kennen, durven ze zich open te stellen. Bovendien alles blijft binnenskamers. Thuis heb je het er globaal over maar niet tot in detail.
‘De Bewuste Man’: een maandelijkse ontmoetingsplek
In Roermond komt maandelijks een vaste groep van tien tot 12 mannen samen onder de naam ‘de Bewuste Man’. Het is een open, veilige setting, zonder oordeel of maskers.
De gesprekken gaan over thema’s die mannen vaak voor zich houden: relaties, werkdruk, vriendschap, geld, seksualiteit, emoties, agressie, onveiligheid, persoonlijke groei. Elke bijeenkomst brengt iemand een persoonlijk thema in. De anderen luisteren, stellen vragen en delen ervaringen. Geen kant en klare oplossingen, wel steun, inzicht en herkenning. Het is een laagdrempelige groep. Ook mannen die in het dagelijkse leven vaak “de sterke” zijn ontdekken hier hoe bevrijdend het is om even niet ‘de sterke’ te hoeven zijn. Inmiddels is er ook een tweede groep gestart. Edward wil dit concept graag verder uitbreiden naar een bredere community. Hij wil graag een derde groep speciaal voor jonge mannen.
Wat het oplevert
Mannen die al langer aan de groep deelnemen merken duidelijke veranderingen.
Ze reageren anders in hun relaties. Ze gaan beter om met de emoties van hun partner, worden daadkrachtiger en nemen meer verantwoordelijkheid.
Veel mannen voelen zich snel aangevallen. Dat komt vaak voort uit oude pijn: het ‘kleine jongetje’ dat ooit bang was of gedomineerd werd. Boosheid is dan een manier om niet geraakt te worden. In de groep wordt dat zichtbaar. Iemand legt een probleem op tafel en de anderen stellen vragen. De groep is divers- van coaches tot technici en zorgmedewerkers. Door ervaringen te delen houden ze elkaar een spiegel voor. Oplossingen komen later, het begint bij bewustwording.
Waarom ook jonge mannen dit nodig hebben
Jonge mannen vinden het vaak nóg moeilijker om zich uit te spreken Ze zijn bang voor een oordeel of afwijzing. Maar als een jonge man zich niet uit kan dat twee kanten opgaan. Hij wordt rebels of een pleaser die geen confrontatie aangaat. Beide kunnen leiden tot depressie. Het aantal zelfmoorden onder mannen is extreem hoog, maar een gesprek erover blijft taboe. “Je moet het maar durven uitspreken dat mannen suïcidaal zijn,” zegt Edward. “Dat gebeurt niet snel. Want dan ben je een watje.” Sociale media versterken de druk: je moet voldoen aan onrealistische beelden. “Gekmakend, ”noemt Edward het.
Hij verwijst naar oude stammen waar jongeren werden ingewijd in het man-zijn.Tegenwoordig ontbreekt zo’n overgangsmoment volledig.
We zijn vervreemd van natuur, gevoel en emotie en vooral mannen vinden dat lastig.
Toekomstplannen
Edward staat open voor verbindingen met Burgerkracht en andere organisaties. Op zijn wensenlijstje staan onder meer; het organiseren van lezingen, themadagen bijvoorbeeld over suïcidaliteit bij mannen onder begeleiding van een psycholoog en psychiater.
“Gooi alles maar eens op tafel”, zegt hij. “Het is nodig dat dit gesprek gevoerd wordt.”
Een uitnodiging
Edward besluit met een duidelijke boodschap.
“Ik zou het elke man aanraden. Zit je ergens mee kom vooral!”
Een kinderfeestje geven? Hartstikke leuk! Maar voor veel gezinnen is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wat als er simpelweg geen budget voor is? Je gunt je kind dat bijzondere gevoel:
“Vandaag ben ik jarig, ik mag een feestje geven, en iedereen komt speciaal voor mij!”
Dit jaar viert Stichting Kinderfeest haar tienjarig jubileum. Wat ooit klein begon, groeide uit tot een organisatie die inmiddels zo’n 500 kinderfeestjes per jaar mogelijk maakt voor kinderen die opgroeien in armoede. Tanja Oostervink, directeur van Stichting Kinderfeest vertelt: “we organiseren een volwaardig kinderfeestje op locatie. Precies zoals andere klasgenootjes dat ook doen. En dat is belangrijk, want een kinderfeestje draait om meer dan slingers en taart. Het gaat vooral om erbij horen. Veel ouders ervaren schaamte of stress rondom armoede. Ze willen andere ouders liever niet thuis ontvangen en zien op tegen de organisatie en kosten. Door het feestje op een externe locatie te houden, verdwijnt die drempel. Alles wordt geregeld: de locatie, het eten, de activiteit. Ouders hoeven alleen met hun kind te komen en te genieten. De kosten en organisatie rondom het feestje verlopen anoniem: niemand weet dat het door Stichting Kinderfeest is gerealiseerd.”
Vrijwilligers maken het mogelijk
De stichting draait grotendeels op vrijwilligers. Feestcoördinatoren die de feestjes organiseren, vrijwilligers voor administratie, social media, fondsenwerving en bestuur. Slechts 0,8 fte is betaalde inzet; de rest gebeurt door betrokken mensen.
Sanne Habich is één van die vrijwilligers. Haar motivatie is persoonlijk. “Onze dochter was als baby ernstig ziek. Daardoor kregen haar verjaardagen een speciale betekenis. Tegelijkertijd zag Sanne – onder andere via haar man die in het speciaal onderwijs werkt – hoe groot het contrast is met kinderen die nooit een feestje krijgen. “Het leven vieren zou voor ieder kind moeten kunnen”, zegt ze. “Dat geldt ook voor kinderen waarvan de ouders het niet breed hebben. Je kiest niet in welk gezin je geboren wordt. Heel veel dingen kun je niet oplossen maar je kan wel je steentje bijdragen aan het verbeteren van allerlei zaken die het leven plezierig maken.”
Voor wie zijn de feestjes?
De stichting helpt kinderen in de basisschoolleeftijd, vooral tussen de 6 en 12 jaar, met de nadruk op de oudere groepen. Juist daar speelt groepsdruk en vergelijken een grotere rol. Kinderen die zelf geen feestje geven, worden vaak niet uitgenodigd. Dat heeft grote gevolgen voor hun sociale ontwikkeling. De aanvragen voor de feestjes lopen via hulpverlenende instanties, zoals Stichting Leergeld of Quiet, zodat zeker is dat de hulp terecht komt bij gezinnen die het nodig hebben. De inkomensgrens ligt bij 130% van het sociaal minimum, omdat juist gezinnen net boven de armoedegrens vaak tussen wal en schip vallen. Limburg is één van de focusprovincies waar armoede relatief hoog is. Parkstad en omgeving behoren tot de armste gebieden van Nederland. We proberen zoveel mogelijk kinderen te helpen. Elk jaar proberen we als stichting geleidelijk uit te breiden, zonder financiële risico’s te nemen.
Wat doet een feestje met een kind?
De impact van een kinderfeestje reikt veel verder dan die ene middag. Uit metingen blijkt dat kinderen zich zekerder voelen, zich beter verbinden met klasgenoten en zelfs beter presteren op school. Het mee kunnen praten op het schoolplein, de voorpret, de herinneringen: het hoort er allemaal bij. Er zijn verhalen van kinderen die na hun feestje voor het eerst werden uitgenodigd om bij klasgenootjes te komen spelen. Of die ineens een spreekbeurt durfden te houden. Dat ene moment van gezien worden kan het begin zijn van blijvend zelfvertrouwen.
Het organiseren van een feestje begint met een aanvraag van een hulpverlenende instantie. Gevolgd door een telefoontje van de feestcoördinator met de ouders om de wensen van het kind te bepreken. De wens van het kind staat altijd centraal. Officieel zijn de thema’s: creatief, sportief, natuur of techniek. Vervolgens neemt de feestcoördinator contact op met de door het kind gekozen feestlocatie. En krijgen de ouders bericht over hoe het feestje eruit komt te zien. Onze grootste uitdagingen? Genoeg financiering en voldoende aanmeldingen via de juiste hulpverleners, vooral in Limburg. Niet omdat de nood er niet is, maar omdat hulpverleners vaak overbelast zijn.
Investering in de toekomst van een kind
“Een kinderfeestje is geen luxe,” benadrukt de stichting. “Het is een waardevol moment in het leven van een kind. Door zo’n viering mogelijk te maken draag je bij aan hun toekomst .”
Onze ultieme droom? Dat Stichting Kinderfeest ooit overbodig wordt. Dat elk kind, ongeacht de thuissituatie, zijn of haar verjaardag kan vieren. Tot die tijd blijven we doen wat we doen: kinderen laten voelen dat ze ertoe doen!
Op donderdag 29 januari vond in Boxmeer de derde bijeenkomst van het Burgerberaad MooiMaasvallei plaats. Tijdens deze bijeenkomst gingen inwoners in gesprek met verschillende experts om hun ideeën en voorlopige adviezen verder te verdiepen. Het doel: meer kennis en inzicht opdoen over de thema’s waar de deelnemers de komende periode samen aan werken.
Van brede ideeën naar scherpe thema’s
Tijdens de eerste bijeenkomst brachten inwoners gezamenlijk in kaart welke onderwerpen zij belangrijk vinden voor de toekomst van MooiMaasvallei. Dit resulteerde in twintig thema’s waarop gestemd kon worden. Deze stemming liet duidelijk zien waar de gezamenlijke prioriteiten lagen. Omdat sommige thema’s inhoudelijk overlapten, is voor de tweede bijeenkomst een zorgvuldige selectie gemaakt.
Uiteindelijk is besloten om verder te gaan met dertien thema’s:
Samen werken aan voorlopige adviezen
In de tweede bijeenkomst gingen inwoners aan de slag met het thema van hun voorkeur. In groepen werden voorlopige adviezen opgesteld. Er vonden open en inhoudelijke gesprekken plaats, waarin veel ideeën werden gedeeld. De betrokkenheid was groot en de sfeer was positief.
Verdieping door kennis en expertise
Tijdens de derde bijeenkomst stond het verdiepen en onderbouwen van deze voorlopige adviezen centraal. Inwoners kregen de gelegenheid om in gesprek te gaan met zo’n 40 experts*. Deze gesprekken boden waardevolle kennis en nieuwe inzichten, die helpen om de adviezen sterker en beter onderbouwd te maken.
In de volgende bijeenkomst, op 3 maart, gaan de deelnemers per thema verder aan de slag om de adviezen definitief te formuleren. De uiteindelijke adviezen worden aangeboden aan de Steungroep MooiMaasvallei: de betrokken gemeenten en samenwerkingspartners binnen MooiMaasvallei.
*Organisaties betrokken experts: America Left, Pantein, Voedselbos Velden, Huisartsenpraktijk Afferden, GGD, Sociom, Mezzo Scholen, Gemeente Land van Cuijk, Brabant Bereikbaar, Trendsportal, Buro SRO, Gemeente Gennep, Slabox, Burgerkracht Limburg, NOC*NSF, Architectenbureau G.v. Duijnhoven, Move woningadvies, Politie, Gemeente Bergen, VKKL, Vervoersdienst Vianen ik neem je mee.




Roland de Groot (44) zet zich al ruim 20 jaar in voor mensen die vastlopen in het ingewikkelde systeem van uitkeringen en sociale zekerheid. Als voorzitter van de Stichting Platform Sociale Zekerheid in Noord- en Midden-Limburg en als spreekuurhouder helpt hij mensen die het overzicht zijn kwijtgeraakt. Voor zijn inzet ontving hij meerdere onderscheidingen waaronder een koninklijke.
Missie en persoonlijk drijfveer
Rolands missie is helder: mensen die afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en het financieel moeilijk hebben wegwijs maken in de wirwar van regels en regelingen. Samen met de rest van het team biedt hij laagdrempelige hulp. Ze beantwoorden vragen, leggen ingewikkelde regels uit en helpen mensen weer grip te krijgen op hun situatie: “veel mensen voelen zich reddeloos.
Wij proberen hen rust, overzicht en een luisterend oor te bieden.” Hij spreekt niet alleen vanuit kennis, maar ook uit ervaring. Toen hij zelf ziek werd, belandde hij onverwacht in het systeem. “Wat ik nooit gedacht had, is me toch overkomen. Je wereld staat ineens op z’n kop. Het gaat dan niet alleen om fysieke tegenslagen, maar ook om stress, afspraken, en verlies van overzicht. Ik weet hoe zwaar dat is – en juist daarom wil ik anderen helpen.
Het systeem als doolhof
“Het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is goed bedoeld, maar in de praktijk te ingewikkeld en versnipperd. Mensen moeten langs meerdere instanties, vaak krijgen ze tegenstijdige informatie. Er is een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor medische beoordelingen en bezwaarprocedures soms anderhalf jaar duren. In die tijd zit iemand in onzekerheid én vaak zonder inkomen,” vertelt Roland. “Je kunt dan niet door met je leven. Soms kun je zelfs geen WW aanvragen omdat je formeel beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Maar aan de andere kant zeg je: “ik ben ziek”. Je komt terecht in een spagaat. Voor mensen in financiële nood is er soms hulp via het team Geldzorgen van het UWV, of via cliëntenondersteuners. Die laatste groep speelt een belangrijke rol bij schrijnende gevallen: ze zijn de spin in het web, schakelen tussen verschillende afdelingen en houden de cliënt op de hoogte.”
Alleen al gehoord worden betekent zó veel voor mensen. Ook al is er geen directe oplossing – weten wat er speelt en waar je aan toe bent, helpt om weer een beetje controle te krijgen.
Voorbeelden als de complexe Wajong regeling of vertraagde medische beoordelingen laten zien hoe de menselijk maat ontbreekt. Volgens hem is er dringend behoeft aan een simpeler en menselijker systeem. Nu zijn er te veel hobbels en gaten. Zijn pleidooi: “één loket met een vaste contactpersoon die met je meedenkt! “Geen kastje-muur-verhalen meer, maar regels die begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Dat vraagt om maatwerk en samenwerking. Zelfredzaamheid is mooi maar alleen als het systeem het toelaat en dat is voor veel mensen niet zo.
Goede ideeën, stroperige uitvoering
Roland werkte jarenlang aan vernieuwingen binnen het UWV, zoals cliëntenondersteuning en een voorbereidingslijst voor gesprekken met verzekeringsartsen. Beide initiatieven kregen veel waardering maar zijn nog altijd niet structureel ingevoerd. “Iedereen was enthousiast, zelfs de Raad van Bestuur, maar het UWV is een mammoettanker: goede ideeën verdwijnen soms gewoon van de radar. Dan moet je weer opnieuw beginnen. Dat is frustrerend en kost bergen energie.
Die stroperigheid heeft hem uiteindelijk doen besluiten om te stoppen met beleidsmatig werk. “Het leverde te weinig op en ging ten koste van mijn gezondheid.” Toch blijft hij actief als spreekuurhouder want daar kan hij eerder een verschil maken.
Heldere informatie als sleutel
Een belangrijkrijk deel van zijn werk is het toegankelijk maken van informatie. Roland maakt infographics, folders en een nieuwsbrief over veranderingen in de sociale zekerheid. Die was eerder bestemd voor de spreekuurhouders maar wordt inmiddels ook gelezen door juridische loketten en beleidsmakers. Want toegankelijke uitleg is zeldzaam, maar hard nodig.
Waarom dit werk telt
We mogen onszelf best een compliment geven: we zijn goed bezig!
Over ziekte, armoede en uitkeringen praten mensen zelden openlijk. Niemand zegt op een verjaardag: “ik zit knel met mijn WIA-uitkering,” merkt Roland op. Toch is juist dat taboe een reden waarom zijn werk zo belangrijk is. “Veel mensen weten niet wat hun rechten zijn of durven geen hulp te vragen. We geven informatie en helpen maar laten de keuze bij de cliënt. Sommigen komen later terug met vragen en dat is prima. Dan nemen we de tijd om het opnieuw uit te leggen.En juist dát geeft de kracht om door te gaan – het doet ertoe.
Ondanks de frustraties en het geduld dat vernieuwing vraagt, blijft Roland zich inzetten. Hij weet hoe onmisbaar het is dat er dan iemand naast je staat.
Iemand die zegt: “ik help je. Dit zijn je opties. Je staat er niet alleen voor”.
Die persoon wil ik voor anderen zijn.
“Wanneer Ingrid Henssen uit de lift stapt met haar trolley vol bloemen, takjes en linten, begint het feestje eigenlijk al. Alleen al bij het zien van zoveel kleur en moois wordt je vrolijk, dat kán niet anders! “
“Bij de pakken neerzitten past niet bij mij”
Ik ben arts geworden, maar was ook net zo lief naar de kunstacademie gegaan
Ingrid (57 jaar) kan door ziekte haar beroep niet meer uitoefenen.
Stilzitten was voor haar geen optie. “Bij de pakken neerzitten past niet bij mij,” zegt ze dus ging ik op zoek naar wat wèl mogelijk is.
Creatief was ik altijd al. Of het nu ging om bloemschikken, houtbranden of werken met mergelsteen, ze deed het allemaal met plezier.
“Ik krijg energie van iets maken en het geven van workshops bloemschikken. Voor deelnemers is het ook spannend. Mensen denken vaak: kan ik dat wel? Maar geloof me: ja, dat kún je! En je gaat altijd met iets moois naar huis.” Werken met je handen maakt het hoofd leeg. Je concentreert je even op niets anders.” Dat mogen Susan en Gaby van Burgerkracht Limburg aan den levende lijve op haar uitnodiging meemaken. “Ik kan wel vertellen hoe het is maar het is leuker als je het zelf ervaart.”
Bloemenbinding als beleving
Samen iets maken is leuk en levert andere gespreksstof op. Het doet een mens goed! Bij bezoeken aan verzorgingstehuizen viel het Ingrid op dat er voor de inwoners weinig te doen is. Een volwaardige dagbesteding ontbreekt. Er wordt wel een muziekvoorstelling uitgevoerd of een modeshow georganiseerd maar dat is heel iets anders dan zélf wat ondernemen. Bloemenbinding kun je doen met iemand die bij je op bezoek komt. Ingrid organiseert workshops voor duo’s – bijvoorbeeld een dochter die haar moeder bezoekt. Samen maken ze dan onder begeleiding van Ingrid een mooi bloemstuk.
Dat kan – na afstemming – ook bij mensen thuis wanneer ze zelf niet meer uit de voeten kunnen of dreigen te vereenzamen. De activiteit moet een goed doel dienen en duurt een uur tot anderhalf uur. De kosten zijn 25 euro per duo. Ingrid doet het vrijwillig; je betaalt alleen de bloemen, materialen en eventuele reiskosten.
Iedereen kan bloemschikken
Met haar burgerinitiatief “Bloemenbinding” won Ingrid dit jaar de derde prijs bij EmPOWER jouw initiatief. Daar kocht ze de handige trolley voor waardoor ze de bloemen makkelijk mee kan nemen én kon ze weer investeren in nieuwe materialen. Het bloemenbinding initiatief is in principe eenvoudig. Iedereen kan bloemschikken.
“Het verbaast me vaak dat zelfs de meest beperkte mensen er van nature er zo goed mee aan de slag kunnen. Soms is het iets wat ze vroeger hebben gedaan. Het lijkt dan net of dat weer een beetje terugkomt. Ik zie ogen weer oplichten. Deelnemers zijn weer trots op zichzelf.” Ze komen weer een beetje tot bloei.
Iets maken, samen praten
Tijdens het bloemschikken geeft Ingrid aanwijzingen op een rustige en bemoedigende manier: “gebruik dat buxustakje maar als opvulling” of “deze Gerbera mag iets rechter”. Maar het is vooral belangrijk dat mensen zelf hun keuzes maken. Iedereen gebruikt dezelfde materialen; maar elk bloemstuk wordt anders. De een werkt helemaal in geel, heel strak, de ander wat speelser. Het gaat om het stimuleren van de eigen creativiteit die aangewakkerd wordt en waarin ze vooral zélf ontdekken en doen. “Ik help zo min mogelijk. Het is belangrijk dat het hun éigen werk wordt. Daar kunnen ze dan ook echt trots op zijn.”
Tegen eenzaamheid
Ingrid ziet hoeveel mensen – vooral ouderen – zich eenzaam voelen. En dan bedoelt ze niet alleen het missen van bezoek, maar ook het gevoel dat het leven weinig zinvol is. “Eenzaamheid heeft veel gezichten. Ik wil mensen het gevoel geven dat ze ertoe doen. Dat ze nog steeds iets kunnen maken, iets moois dat telt.
Soms ontstaan de mooiste momenten spontaan. Zoals bij een mevrouw met een verlamde arm die met veel moeite elk bloemetje in haar hand nam en straalde van trots toen ze haar eigen bloemstuk af had. Ze was zich namelijk heel bewust van haar beperking.
Voor mij is het mooi dat ik ondanks het feit dat ik afgekeurd ben mensen nog een fijne middag kan bezorgen. Ik zoek daar ook zelf naar, anders zou ik me minder nuttig voelen. Ik kan iets doen wat ertoe doet. Hetzelfde gevoel speelt bij de deelnemers, ze doen mee, maken iets wat ze eventueel kunnen weggeven. Ze voelen zich weer gezien en gehoord.”
Een mooi moment voor in het herinneringsdoosje
Het uur vliegt om. “Wat leuk, dat rood. Als je dikkere stengels gebruikt, prik er dan even een gaatje in voordat je ze in de oase steekt. Het gaat hartstikke goed! Maak er maar een geheel van. Lintje erom en klaar!” Aan het eind staan er bloemstukjes waar iedereen trots op is. Zorgen, stress en een vol hoofd – die zijn even naar de achtergrond verdwenen. Wat overblijft is een gevoel van voldoening, verbondenheid en schoonheid.
Dit is iets wat je met je moeder of schoonmoeder kunt doen, zegt Ingrid. “Het brengt je dichter bij elkaar. Een mooi moment om te bewaren in je herinneringsdoosje.
De Academische Werkplaats Hulpmiddelen voor Zelfredzaamheid (AWH-Z) presenteert de resultaten van een praktijkproject naar ervaringen met hulpmiddelen. De bevindingen geven een scherp beeld van wat goed gaat en waar nog verbeteringen nodig zijn voor gebruikers, mantelzorgers en professionals.
Resultaten praktijkproject Academische Werkplaats Hulpmiddelen
Samen het verschil maken voor mensen die hulpmiddelen gebruiken: dat is wat de Academische Werkplaats Hulpmiddelen voor Zelfredzaamheid (AWH-Z) drijft.
De AWH-Z is een samenwerkingsverband in Limburg, opgericht in 2022, waarin Zuyd Hogeschool, Universiteit Maastricht, Gilde Opleidingen, Sevagram, CZ, afdeling WMO Heerlen, Ieder(in), Burgerkracht Limburg en de Federatie Gehandicaptenorganisaties Limburg (FGL) samenwerken. Het project wordt mede gefinancierd door ZonMw, dat gezondheidsonderzoek en vernieuwing in de zorg stimuleert. Doel is het verbeteren van de aansluiting tussen onderzoek en praktijk, met een focus op hulpmiddelen die mensen met beperkingen helpen langer en prettiger thuis te wonen.
Doel en aanpak
Het praktijkproject had als doel een methodiek te ontwikkelen om structureel en periodiek behoeften en knelpunten van hulpmiddelengebruikers, hun mantelzorgers en professionals in kaart te brengen. Daarbij gaat het om ervaringen met de hulpmiddelen zelf én het verstrekkingsproces. Het project kende twee delen: de ontwikkeling van de methodiek en het verzamelen van resultaten.
Ontwikkeling van de methodiek
Er werd gekozen voor een digitale vragenlijst, met aparte versies voor hulpmiddelengebruikers/mantelzorgers en voor professionals. De lijsten werden drie keer getest met de doelgroep. Deelnemers beoordeelden de begrijpelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en inhoud. De meeste vonden de vragen goed geformuleerd en de lengte prima. Slechts één deelnemer vroeg een papieren versie. Na enkele tekstuele aanpassingen werd geconcludeerd dat de vragenlijsten geschikt zijn om knelpunten, wensen en behoeften rondom hulpmiddelen en het proces op te halen.
Resultaten hulpmiddelengebruikers en mantelzorgers
In totaal vulden 44 hulpmiddelengebruikers en 22 mantelzorgers de vragenlijst in. Van de gebruikers ervaarden 14 knelpunten, zoals:
· het hulpmiddel is vaak defect;
· reparaties duren lang of worden niet vergoed;
· het onderhoud gebeurt te weinig;
· het hulpmiddel is duur is of het hulpmiddel wordt niet of slechts gedeeltelijk vergoed.
Daartegenover stond dat 30 van de 44 geen knelpunten hadden en relatief tevreden waren. 84% gaf aan dat het hulpmiddel het probleem dat zij ervaarden bij een dagelijkse activiteit oplost, wat leidt tot meer vrijheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke deelname. Mantelzorgers zagen verbeteringen in lopen, buitenshuis gaan en het voorkomen van uit bed vallen. Wel ervaart 30% van de gebruikers nog problemen bij andere activiteiten zonder hulpmiddel. Het aanvraag- en verstrekkingsproces wordt soms als traag en bureaucratisch ervaren.
Resultaten professionals
Ook 91 professionals – ergotherapeuten, WMO-consulenten en adviseurs hulpmiddelen – vulden de vragenlijst in. De helft gaf aan dat cliënten vaak niet weten waar ze terechtkunnen voor een hulpmiddel. 85% vond dat cliënten over het algemeen tevreden zijn en dat het verstrekte hulpmiddel het probleem oplost én de goedkoopste optie is. Zo’n 30% zag knelpunten zoals:
Vervolg
De AWH-Z onderzoekt nu of de vragenlijsten verder kunnen worden toegespitst op verschillende instanties die betrokken zijn bij de hulpmiddelenzorg en of landelijke uitrol van deze methodiek mogelijk is.
Jan (47) kampt met de gevolgen van Long COVID, zoals extreme vermoeidheid, concentratieproblemen en kortademigheid. Voor het gesprek met de verzekeringsarts voelde hij zich onzeker en angstig. Hij was bang dat zijn klachten niet serieus genomen zouden worden en had veel last van de spanning vooraf, wat resulteerde in knikkende knietjes. Hij wist niet goed hoe hij zijn situatie moest uitleggen.
Spreekuur:
Jan werd naar ons spreekuur verwezen, waar we hem hielpen met:
Resultaat:
Dankzij de voorbereiding en de begeleiding voelde Jan zich veel rustiger en beter voorbereid. De knikkende knietjes verdwenen en hij voelde zich in controle. Het gesprek verliep soepel, de verzekeringsarts waardeerde zijn duidelijke uitleg, en Jan kreeg sneller de nodige ondersteuning. Hij besefte dat goed voorbereid zijn niet alleen voor hemzelf, maar ook voor het UWV-voordelen had. Jan verliet het gesprek met het gevoel dat hij regie had genomen over zijn situatie en zijn vertrouwen in het proces was sterk gegroeid.