In gesprek met initiatiefnemer Edward
Vrouwencirkels, vrouwendagen, vrouwenevents zijn inmiddels niet meer weg te denken en terecht: vrouwen vinden elkaar in verschillende omgevingen waar ze kunnen delen, groeien en elkaar versterken. Mannenwerk bestaat al heel lang maar waar blijven de mannen? Volgens Edward, een van de initiatiefnemers die Mannenwerk naar Roermond heeft gehaald, is er een stille behoefte aan precies zulke plekken. Ze zijn er wel alleen hoor je er minder over.
Als het aan Edward ligt komt daar verandering in.
Met ‘Mannenwerk’ creëert hij ruimte voor iets wat vaak ontbreekt: een veilige ruimte voor échte verbinding tussen mannen. De groep gaat inmiddels het tweede jaar in en won in 2025 zelfs een gedeelde derde prijs bij het project ‘EmPOWER jouw initiatief’ van Burgerkracht Limburg. Bij de presentatie van de EmPOWER projecten kon Edward niet aanwezig zijn. Jammer, maar via Burgerkracht worden alsnog de nodige verbindingen gelegd. De gewonnen prijs wordt gebruikt om ‘Mannenwerk’ zichtbaarder te maken. “Want dit is nodig”, zegt Edward. “Meer dan mensen denken.”
Waarom mannenwerk?
“Een man heeft mannen nodig om te groeien en zich verder te ontwikkelen. Om te ontdekken wat het ‘man zijn’ anno 2026 betekent.”
Edward wist al langer dat hij iets voor mannen wilde betekenen. Er leeft zoveel wat onbesproken blijft, vertelt hij. Ook bij mijzelf. Hij groeide op met een hardwerkende vader die vaak weg was. Mijn moeder voedde ons liefdevol op, dat deed ze goed. Maar mannelijk voorbeeld miste hij. Dat gemis zie ik bij veel mannen terug. Van jongs af aan leren mannen zich groot te houden. Niet huilen. Niet twijfelen. Niet te boos zijn. Vooral sterk blijven. Kwetsbaarheid past niet in dat plaatje en dat eist zijn tol. Steeds meer jonge mannen worstelen met mentale en psychische problemen, merkt Edward.
Op een opleidingsdag raakte hij hierover in gesprek met een jonge man. Het klikte. De herkenning was groot. “We vroegen ons af: kunnen we hier iets mee doen? Dat gesprek leidde tot meerdere gesprekken, met andere mannen. Uiteindelijk plaatsten we een oproep op LinkedIn. De respons was groot. Mannen bleken open te staan voor het initiatief.
Mannen praten weinig
Mannen zijn vaak minder gewend om over gevoelens te praten. Gesprekken blijven al snel oppervlakkig: werk, sport, vrouwen, auto’s. Over twijfels, pijn of vastlopen wordt minder makkelijk gesproken. Dat is geen onwil maar aangeleerd gedrag. Dat gebeurt wél in de mannengroep, want dat is veilig. Als mannen elkaar leren kennen, durven ze zich open te stellen. Bovendien alles blijft binnenskamers. Thuis heb je het er globaal over maar niet tot in detail.
‘De Bewuste Man’: een maandelijkse ontmoetingsplek
In Roermond komt maandelijks een vaste groep van tien tot 12 mannen samen onder de naam ‘de Bewuste Man’. Het is een open, veilige setting, zonder oordeel of maskers.
De gesprekken gaan over thema’s die mannen vaak voor zich houden: relaties, werkdruk, vriendschap, geld, seksualiteit, emoties, agressie, onveiligheid, persoonlijke groei. Elke bijeenkomst brengt iemand een persoonlijk thema in. De anderen luisteren, stellen vragen en delen ervaringen. Geen kant en klare oplossingen, wel steun, inzicht en herkenning. Het is een laagdrempelige groep. Ook mannen die in het dagelijkse leven vaak “de sterke” zijn ontdekken hier hoe bevrijdend het is om even niet ‘de sterke’ te hoeven zijn. Inmiddels is er ook een tweede groep gestart. Edward wil dit concept graag verder uitbreiden naar een bredere community. Hij wil graag een derde groep speciaal voor jonge mannen.
Wat het oplevert
Mannen die al langer aan de groep deelnemen merken duidelijke veranderingen.
Ze reageren anders in hun relaties. Ze gaan beter om met de emoties van hun partner, worden daadkrachtiger en nemen meer verantwoordelijkheid.
Veel mannen voelen zich snel aangevallen. Dat komt vaak voort uit oude pijn: het ‘kleine jongetje’ dat ooit bang was of gedomineerd werd. Boosheid is dan een manier om niet geraakt te worden. In de groep wordt dat zichtbaar. Iemand legt een probleem op tafel en de anderen stellen vragen. De groep is divers- van coaches tot technici en zorgmedewerkers. Door ervaringen te delen houden ze elkaar een spiegel voor. Oplossingen komen later, het begint bij bewustwording.
Waarom ook jonge mannen dit nodig hebben
Jonge mannen vinden het vaak nóg moeilijker om zich uit te spreken Ze zijn bang voor een oordeel of afwijzing. Maar als een jonge man zich niet uit kan dat twee kanten opgaan. Hij wordt rebels of een pleaser die geen confrontatie aangaat. Beide kunnen leiden tot depressie. Het aantal zelfmoorden onder mannen is extreem hoog, maar een gesprek erover blijft taboe. “Je moet het maar durven uitspreken dat mannen suïcidaal zijn,” zegt Edward. “Dat gebeurt niet snel. Want dan ben je een watje.” Sociale media versterken de druk: je moet voldoen aan onrealistische beelden. “Gekmakend, ”noemt Edward het.
Hij verwijst naar oude stammen waar jongeren werden ingewijd in het man-zijn.Tegenwoordig ontbreekt zo’n overgangsmoment volledig.
We zijn vervreemd van natuur, gevoel en emotie en vooral mannen vinden dat lastig.
Toekomstplannen
Edward staat open voor verbindingen met Burgerkracht en andere organisaties. Op zijn wensenlijstje staan onder meer; het organiseren van lezingen, themadagen bijvoorbeeld over suïcidaliteit bij mannen onder begeleiding van een psycholoog en psychiater.
“Gooi alles maar eens op tafel”, zegt hij. “Het is nodig dat dit gesprek gevoerd wordt.”
Een uitnodiging
Edward besluit met een duidelijke boodschap.
“Ik zou het elke man aanraden. Zit je ergens mee kom vooral!”
Een kinderfeestje geven? Hartstikke leuk! Maar voor veel gezinnen is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wat als er simpelweg geen budget voor is? Je gunt je kind dat bijzondere gevoel:
“Vandaag ben ik jarig, ik mag een feestje geven, en iedereen komt speciaal voor mij!”
Dit jaar viert Stichting Kinderfeest haar tienjarig jubileum. Wat ooit klein begon, groeide uit tot een organisatie die inmiddels zo’n 500 kinderfeestjes per jaar mogelijk maakt voor kinderen die opgroeien in armoede. Tanja Oostervink, directeur van Stichting Kinderfeest vertelt: “we organiseren een volwaardig kinderfeestje op locatie. Precies zoals andere klasgenootjes dat ook doen. En dat is belangrijk, want een kinderfeestje draait om meer dan slingers en taart. Het gaat vooral om erbij horen. Veel ouders ervaren schaamte of stress rondom armoede. Ze willen andere ouders liever niet thuis ontvangen en zien op tegen de organisatie en kosten. Door het feestje op een externe locatie te houden, verdwijnt die drempel. Alles wordt geregeld: de locatie, het eten, de activiteit. Ouders hoeven alleen met hun kind te komen en te genieten. De kosten en organisatie rondom het feestje verlopen anoniem: niemand weet dat het door Stichting Kinderfeest is gerealiseerd.”
Vrijwilligers maken het mogelijk
De stichting draait grotendeels op vrijwilligers. Feestcoördinatoren die de feestjes organiseren, vrijwilligers voor administratie, social media, fondsenwerving en bestuur. Slechts 0,8 fte is betaalde inzet; de rest gebeurt door betrokken mensen.
Sanne Habich is één van die vrijwilligers. Haar motivatie is persoonlijk. “Onze dochter was als baby ernstig ziek. Daardoor kregen haar verjaardagen een speciale betekenis. Tegelijkertijd zag Sanne – onder andere via haar man die in het speciaal onderwijs werkt – hoe groot het contrast is met kinderen die nooit een feestje krijgen. “Het leven vieren zou voor ieder kind moeten kunnen”, zegt ze. “Dat geldt ook voor kinderen waarvan de ouders het niet breed hebben. Je kiest niet in welk gezin je geboren wordt. Heel veel dingen kun je niet oplossen maar je kan wel je steentje bijdragen aan het verbeteren van allerlei zaken die het leven plezierig maken.”
Voor wie zijn de feestjes?
De stichting helpt kinderen in de basisschoolleeftijd, vooral tussen de 6 en 12 jaar, met de nadruk op de oudere groepen. Juist daar speelt groepsdruk en vergelijken een grotere rol. Kinderen die zelf geen feestje geven, worden vaak niet uitgenodigd. Dat heeft grote gevolgen voor hun sociale ontwikkeling. De aanvragen voor de feestjes lopen via hulpverlenende instanties, zoals Stichting Leergeld of Quiet, zodat zeker is dat de hulp terecht komt bij gezinnen die het nodig hebben. De inkomensgrens ligt bij 130% van het sociaal minimum, omdat juist gezinnen net boven de armoedegrens vaak tussen wal en schip vallen. Limburg is één van de focusprovincies waar armoede relatief hoog is. Parkstad en omgeving behoren tot de armste gebieden van Nederland. We proberen zoveel mogelijk kinderen te helpen. Elk jaar proberen we als stichting geleidelijk uit te breiden, zonder financiële risico’s te nemen.
Wat doet een feestje met een kind?
De impact van een kinderfeestje reikt veel verder dan die ene middag. Uit metingen blijkt dat kinderen zich zekerder voelen, zich beter verbinden met klasgenoten en zelfs beter presteren op school. Het mee kunnen praten op het schoolplein, de voorpret, de herinneringen: het hoort er allemaal bij. Er zijn verhalen van kinderen die na hun feestje voor het eerst werden uitgenodigd om bij klasgenootjes te komen spelen. Of die ineens een spreekbeurt durfden te houden. Dat ene moment van gezien worden kan het begin zijn van blijvend zelfvertrouwen.
Het organiseren van een feestje begint met een aanvraag van een hulpverlenende instantie. Gevolgd door een telefoontje van de feestcoördinator met de ouders om de wensen van het kind te bepreken. De wens van het kind staat altijd centraal. Officieel zijn de thema’s: creatief, sportief, natuur of techniek. Vervolgens neemt de feestcoördinator contact op met de door het kind gekozen feestlocatie. En krijgen de ouders bericht over hoe het feestje eruit komt te zien. Onze grootste uitdagingen? Genoeg financiering en voldoende aanmeldingen via de juiste hulpverleners, vooral in Limburg. Niet omdat de nood er niet is, maar omdat hulpverleners vaak overbelast zijn.
Investering in de toekomst van een kind
“Een kinderfeestje is geen luxe,” benadrukt de stichting. “Het is een waardevol moment in het leven van een kind. Door zo’n viering mogelijk te maken draag je bij aan hun toekomst .”
Onze ultieme droom? Dat Stichting Kinderfeest ooit overbodig wordt. Dat elk kind, ongeacht de thuissituatie, zijn of haar verjaardag kan vieren. Tot die tijd blijven we doen wat we doen: kinderen laten voelen dat ze ertoe doen!
Woensdag Soepdag was in 2025 één van de finalisten van EmPOWER jouw initiatief. We gingen langs om te kijken hoe het gewonnen geldbedrag is ingezet en hoe het gaat met dit mooie initiatief uit Roermond.
Woensdag Soepdag
We aarzelen even als we voor de indrukwekkende Kapel in ’t Zand in Roermond staan. Een grote Kloosterkerk, al sinds 1418 een bedevaartsoord. Maar dan valt ons oog op een uitnodigend bord: “Woensdag Soepdag” in de Kloostergang.
Met de derde prijs van: ’Empower jouw initiatief’ is een groot verrijdbaar bord aangeschaft.
En hij doet precies waarvoor hij is bedoeld is namelijk: de weg wijzen.
We zitten meteen goed.
Gastvrije ontvangst in een bijzondere omgeving
En het wordt nog beter want vandaag ís het soepdag en wij mogen gezellig aanschuiven tussen de andere gasten. De ontvangst in de kapel is allerhartelijkst. Je voelt je welkom. Er wordt spontaan plaats voor ons gemaakt want de drie grote tafels zijn allemaal bezet. Vandaag wordt tomaten-pastinaaksoep geserveerd met stokbrood. De soep smaakt nog lekkerder dan ie ruikt. Eén ding is zeker: deze soep is niet alleen met verse ingrediënten gemaakt maar vooral met liefde. Er heerst een vrolijke sfeer aan tafel. Iedereen praat geanimeerd met elkaar. Over het leven, over vroeger, over kleine dingen van de dag. “Waarom komen jullie hier eigenlijk?” vraag ik tussen twee happen soep door aan mijn tafelgenoten. De antwoorden komen van alle kanten. “Voor de gezelligheid.” “Je ontmoet nog eens iemand.” “Samen eten is gewoon leuker!” “Ik oriënteer me hier vast op mijn eigen oude dag en wat ik na mijn pensioen ga doen”, vertrouwt mijn buurman me toe.
“Ik woon hier tegenover en ben gek op soep, glundert de vrouw schuin tegenover me.” Een van de aanwezigen vertelt dat hij, sinds hij van een dorp naar Roermond verhuisde, juist hier wél zijn plek vond. “Er gebeurt zoveel moois.” En dat klopt. “Iemand nog een tweede kopje?” wordt er gevraagd. Niemand weigert.
De buurt een beetje warmer maken
‘Woensdag Soepdag’ is een initiatief van de Hulpgroep WMO Roermond Zuid. Een parochiële werkgroep die mensen met weinig contacten of die het financieel moeilijk hebben, weer met anderen in verbinding brengt. Want als je elkaar ontmoet, ontstaat er vanzelf een netwerk. Vaak zie je de mensen die het moeilijk hebben niet. Dat herkenden we ook bij de andere groepen die meededen aan ‘EmPower jouw initiatief’. Groepen leren en inspireren elkaar. Daar zijn deze projecten voor bedacht. De Hulpgroep WMO Roermond Zuid heeft inmiddels negen projecten. Waaronder nu dus ook ‘Woensdag Soepdag’! “Vorig jaar september zijn we gestart. Maar het loopt als een tierelier. Mensen weten ons te vinden via de kerk, of de huisarts. Iedere woensdag is iedereen van 12.00 uur tot 13.00 uur van harte welkom en er zijn geen kosten aan verbonden.
Missie nu al geslaagd
Maar wie maakt nu eigenlijk die heerlijke soep?
“Dat doen we samen met onze soeppartners” vertelt coördinator Etty.
“Vrijwilligers van Pedagogisch Sociaal Werk (PSW) maken bij toerbeurt soep, net als de allochtone vrouwen van Maximina en leerlingen van Wings Niekée. Die laatsten helpen niet alleen met koken maar ook met uitserveren en opruimen. Alles verloopt soepel. Het team werkt als een goed geoliede machine en bestaat uit een voorzitter, een coördinator en zes gastvrouwen. Er is duidelijk chemie aanwezig, een goede onderlinge klik. Ook de koster helpt mee en we zijn heel blij dat we deze ruimte mogen gebruiken van het kerkbestuur en van VAL Apotheek Roermond Zuid”.
Ze hebben het leuk samen, en dat merken de gasten ook. Iedere week staat er een andere soeppartner en staan andere gastvrouwen op het rooster. En als een soeppartner door vakantie niet kan, dan maken de gastvrouwen zelf soep. Dat doen ze met plezier, zeker als ze de vrolijke gezichten van de gasten zien.
En wonderlijk maar waar: er is nog nooit twee keer dezelfde soep gemaakt.
Zijn er nog wensen?
“Eigenlijk maar één: dat het blijft zoals het nu is. Kleinschalig in deze prachtige kapel en dat ze dit vooral samen nog lang mogen blijven doen”.