TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Achraf is 16 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”
Alleen met mijn gedachten
Achraf is 16 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”
In de zwaarste periode sneed hij zichzelf regelmatig. Hij praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.” Hij had lange tijd suïcidale gedachten en deed ook meerdere pogingen. Thuis waren er vaak ruzies, waardoor hij zich nog verder terugtrok. “Daardoor werd mijn depressie alleen maar erger.”
“Ik wilde hen geen pijn doen met mijn depressie.”
Hoewel vrienden hem probeerden te steunen, voelde hij zich alsnog alleen. Toen zijn ouders erbij betrokken werden, sloot hij zich nog meer af. “Ik wilde hen geen pijn doen met mijn depressie. Ik merkte dat het ook voor hen zwaar was.” Het duurde jaren voordat hij er echt over kon praten en pas toen begon het langzaam beter te gaan.
Het zwaarst vond hij het gevoel dat mensen hem niet begrepen. “Ik wilde gewoon met rust gelaten worden, maar dat leek niemand te snappen.” Ouders, vrienden en docenten vroegen het goedbedoeld, maar voor hem voelde het benauwend.
Hij wist dat hij op school hulp kon krijgen, maar maakte daar geen gebruik van. “Ik wist dat het tegen mijn ouders verteld zou worden. Dat wilde ik echt niet.” Die angst zorgde ervoor dat hij helemaal geen hulp zocht.
’s Avonds, na een slechte dag, zocht hij online naar groepen met jongeren die hetzelfde meemaakten. “Vooral als ik mezelf pijn had gedaan of dat van plan was om te gaan doen.” Hij hoopte zich minder alleen te voelen en misschien met iemand te kunnen praten.
“Ik kon nog wel lachen, dus mensen dachten dat het niet zo erg was.”
Achteraf denkt hij dat de signalen duidelijk waren. “Ik kon nog wel lachen, dus mensen dachten dat het niet zo erg was.” Maar vanbinnen speelde er veel meer. Toen zijn vrienden na twee jaar docenten inschakelden, voelde dat niet als hulp. Zijn ouders werden gebeld en hij moest verplicht naar een therapeut waar hij niets zei. “Dat maakte me alleen maar meer afgesloten. ”Wat hij vooral wil dat mensen begrijpen: informatie delen zonder toestemming kan averechts werken. “Ik voelde me niet geholpen. Ik voelde me verraden.”
In die jaren leerde Achraf iets belangrijks over zichzelf. “Ik denk dat ik heb geleerd dat ik overal wel overheen kom.” Soms voelt het extreem zwaar en ziet hij het leven niet meer zitten, maar tot nu toe kwam er altijd weer een moment dat het iets lichter werd.
Kleine momenten maakten verschil. Afspreken met vrienden of iets doen met familie liet hem zien dat hij niet alleen was. “Dan geloofde ik weer even dat er mensen zijn die om mij geven.”
Wat hij nodig had? Iemand die echt begreep wat hij voelde. “Iemand die hetzelfde had meegemaakt en niet meteen dacht dat ik me aanstelde.”
“Hoe moeilijk het ook is, praat erover.”
Wat hij tegen andere jongeren wil zeggen is duidelijk: “Hoe moeilijk het ook is, praat erover.” Dat hoeft niet met iemand die je kent. Het kan ook anoniem. “Maar praat er alsjeblieft over. Mensen zijn begripvoller dan je denkt en er zijn genoeg mensen die je willen helpen.”
Volgens Achraf wordt er vaak gezegd dat jongeren overdrijven. “Omdat we nog ‘te jong’ zouden zijn voor echte problemen.” Maar mentale klachten zijn niet minder echt omdat je jong bent. Wat voor anderen klein lijkt, kan voor een jongere enorm voelen.
En misschien is dat wel het belangrijkste om te onthouden:
Ook als je nog kunt lachen, kan het vanbinnen donker zijn. En juist dan mag je om hulp vragen.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Achraf’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Eva is 20 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”In de zwaarste periode sneed ze zichzelf regelmatig. Ze praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.”
Eva (20): “Hulp vragen voelt eng, maar het kan je leven echt lichter maken”
Eva is 20 jaar en vertelt haar verhaal in de hoop dat anderen zich erin herkennen en misschien net iets eerder durven te praten. Hulp vragen is moeilijk, weet ze nu. Maar zwijgen kan soms nog zwaarder zijn.
Toen Eva 11 jaar was, kreeg ze anorexia. Wat begon als controle over eten, groeide langzaam uit tot een allesoverheersende manier van leven. Haar dagen draaiden steeds meer om regels, angst en het verbergen van wat er echt speelde. Ze kwam in aanraking met hulpverlening, maar herstel lukte toen nog niet. “Je kunt niet half herstellen, niemand kan het je opleggen.” zegt Eva nu. “Maar dat besef heb je pas als je er zelf klaar voor bent. Je moet het echt zelf willen, alleen dan accepteer je hulp.”
Wat Eva ook aangeeft is dat de hulpverlening en haar omgeving alleen maar de nadruk leggen op dat het slecht ging. Er was geen ruimte of vraag naar dingen die wel goed gingen of ruimte voor hobby’s. Als meer aandacht naar het positieve gaat dan haal je ook even de aandacht van anorexia af. Want daar ben je zelf toch al dag en nacht mee bezig.
Eva ging op zoek naar meiden die ook eetstoornissen hadden. Ze kwam terecht bij online groepen waar ze in gesprek ging met andere meiden. Ze zocht herkenning, begrip en een plek waar ze zich gezien voelde. In eerste instantie leek ze die daar te vinden. Maar al snel merkte ze dat deze groepen haar eetstoornis juist versterkten. Het ongezonde gedrag werd genormaliseerd en aangemoedigd, waardoor afstand nemen steeds moeilijker werd.
“Mannen die zich voordeden als coach of mentor.”
Wat Eva toen niet kon overzien, is dat zich in die groepen ook volwassenen bevonden met verkeerde bedoelingen. Mannen die zich voordeden als coach of mentor, die deden alsof ze haar wilden helpen en begeleiden. Ze speelden bewust in op haar kwetsbaarheid, gaven ‘advies’ en bouwden langzaam vertrouwen op. “Ik was jong, ziek en zocht houvast,” vertelt Eva. “Pas veel later snapte ik dat dit niet ging om helpen, maar om controle en manipulatie.”
Tegelijkertijd begon Eva steeds meer te liegen. Over haar eten, over hoe het echt met haar ging, over het online contact. Dat liegen was geen bewuste keuze meer, maar werd een automatisme. “Ik was al zo lang dingen aan het verbergen, dat eerlijk zijn bijna niet meer lukte,” zegt ze. “Liegen voelde veiliger dan de waarheid vertellen.” De eetstoornis vroeg om geheimen, en die geheimen werden een gewoonte.
Dat maakte hulp vragen steeds lastiger. Het is heel moeilijk om iemand te helpen die enorm zijn best doet om het te verbergen. “Soms zei ik wel eens dat het niet goed ging, maar dan kreeg ik een antwoord terug waar ik niets aan had. Mensen zeiden dan, je hebt gisteren toch een boterham gegeten? Maar het gaat niet om gisteren, het gaat om vandaag, om hoe ik me nu voel en wat ik nu nodig heb.”
“De gedachtes van vandaag, zijn niet die van gisteren.”
Uiteindelijk durfde Eva voorzichtig iets te delen met een vriendin. Die luisterde zonder te oordelen of te duwen. Dat moment betekende niet dat alles ineens beter werd, maar het was wel een eerste stap naar open staan voor hulp. “Je verhaal vertellen zonder dat de ander een oordeel heeft is heel belangrijk,” zegt ze.
Op haar achttiende ging Eva naar een kliniek. Hier werd ze goed geholpen. Het ging inmiddels al veel verder dan alleen hulp voor anorexia, door alle ervaringen waren er ook depressies en trauma’s en problemen met automotulatie bij gekomen die verwerkt moesten worden.
Wat haar helpt, is het besef dat hulp vragen niet één vast pad kent. Het kan beginnen met een appje, een anoniem gesprek of één persoon die weet wat er speelt. “Voor veel jongeren is anoniem hulp zoeken een veilige eerste stap,” zegt Eva. “Zeker omdat je bang bent voor een oordeel van de ander.”
Je liegt omdat je niet meer weet hoe je veilig eerlijk kunt zijn.”
Eva hoopt dat volwassenen en professionals beter begrijpen hoe complex dit soort situaties zijn. Dat liegen geen onwil is, maar vaak een signaal van hoe vast iemand zit. “Je liegt niet omdat je niet geholpen wilt worden,” zegt ze. “Je liegt omdat je niet meer weet hoe je veilig eerlijk kunt zijn.” Je bang bent om het enige kwijt te raken wat je je goed laat voelen en afleid van trauma’s en negatieve gedachten. Het voelt alsof hulpverlening een stukje van jou wil afpakken.
Aan jongeren die nu worstelen, wil Eva dit meegeven:
“Je hoeft dit niet alleen te doen. Ook al voelt praten eng of onmogelijk, er is altijd een manier die bij jou past. Eén iemand die weet wat er speelt, kan al genoeg zijn om het verschil te maken.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Eva’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag. Ook voor jou.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Achraf’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Ayana is 24 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”In de zwaarste periode sneed ze zichzelf regelmatig. Ze praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.”
Ayana (24): “Ik was veertien en ineens zorgde ik voor mijn moeder
Ayana is 24 als ze terugkijkt op de periode die haar leven voorgoed veranderde. Ze was veertien toen haar moeder plotseling ernstig ziek werd. “Mijn moeder was altijd hard aan het werk. Als ik naar school ging, was zij al weg. Dus toen haar fiets er ’s ochtends nog stond, wist ik meteen dat er iets niet klopte.”
Wat begon met onderzoeken en onduidelijkheid, eindigde in een boodschap die haar wereld deed instorten: haar moeder had een levensbedreigende auto-immuunziekte. Ayana moest zich voorbereiden op het feit dat haar moeder binnen korte tijd zou kunnen overlijden. “Dat werd gewoon even tegen ons gezegd. Maar ik was veertien. Ik kon dat helemaal niet dragen.”
“Ik spijbelde van school om alles draaiende te houden. Ondertussen was ik zelf ook depressief.”
Vanaf dat moment werd ze mantelzorger. Ze regelde medicatie, hielp haar moeder met wassen en aankleden, deed het huishouden, zorgde voor de huisdieren en nam een bijbaan om de financiën rond te krijgen. “Ik spijbelde van school om alles draaiende te houden. Ondertussen was ik zelf ook depressief.”
De verantwoordelijkheid drukte zwaar. Ayana maakte zich constant zorgen: over geld, over haar moeder, over de toekomst. “Ik was bang dat mijn moeder zou overlijden. Dat ik het huis moest leegruimen. Dat ik nergens meer terechtkon.”
Hulp zoeken bleek ingewikkeld. Ze klopte aan bij huisarts en gemeente, maar concrete ondersteuning bleef uit. Pas op haar zeventiende kwam er één uur huishoudelijke hulp per week. “Dat uur ging op aan mijn therapie. Voor de rest deed ik alles zelf. Wondverzorging, wassen, steunkousen aantrekken. Dingen die eigenlijk niet bij een kind horen.”
Toen haar moeder door een experimentele behandeling opknapte en haar moederrol weer wilde oppakken, ontstonden er spanningen. “Ik kon dat niet meer accepteren. Ik had jarenlang alles gedaan. Ik wist niet meer hoe ik ‘gewoon dochter’ moest zijn.” De angst bleef. Zelfs ’s nachts controleerde ze of haar moeder nog ademde.
“Je denkt dat het overal zo gaat. Pas toen klasgenoten vertelden over hoe fijn het thuis was, begon ik te voelen: er klopt iets niet.”
De mantelzorg stond niet op zichzelf. Ayana groeide op in een onveilige thuissituatie met psychische mishandeling en verwaarlozing. Lange tijd besefte ze niet dat het niet normaal was. “Je denkt dat het overal zo gaat. Pas toen klasgenoten vertelden over hoe fijn het thuis was, begon ik te voelen: er klopt iets niet.”
Wanneer ze probeerde te praten, werd ze niet altijd geloofd. Soms werd ze gezien als ‘het probleem’. Dat maakte haar stiller. “Je leert om te zwijgen. Om je aan te passen. Om te denken dat het aan jou ligt.”
In haar tienerjaren zakte ze steeds dieper weg in depressie en suïcidaliteit. Een jongerenwerker merkte op dat het niet goed ging. Toch veranderde er thuis weinig. “Mijn leven draaide om overleven. Mijn eigen herstel kwam niet aan bod, want ik was bang om alles kwijt te raken.”
Pas na een suïcidepoging en een periode van beschermd wonen kwam er ruimte om aan zichzelf te werken. “Dat voelde alsof ik mijn moeder in de steek liet. Maar eigenlijk redde ik mijn eigen leven.”
In therapie leerde Ayana kijken naar wat er onder haar klachten lag: trauma, angst, verantwoordelijkheid die nooit van haar had mogen zijn. Ze ontdekte hoe weinig ze eigenlijk wist over zichzelf. “Toen het eindelijk iets beter ging, voelde het als een leeg canvas. Wie ben ik zonder al die zorgen?”
“Herstel is niet mooi en niet recht. Het is rommelig. Soms zit je er middenin zonder dat je het doorhebt.”
Ze begon voorzichtig te ontdekken wat bij haar paste. Studeren. Werken. Grenzen leren voelen. Fouten mogen maken. “Herstel is niet mooi en niet recht. Het is rommelig. Soms zit je er middenin zonder dat je het doorhebt.”
Schrijven en schilderen hielpen haar wanneer woorden tekortschoten. Ook plekken waar ze ‘gewoon mocht zijn’, zoals een jongerencentrum, waren van onschatbare waarde. “Niet alles hoeft altijd over problemen te gaan. Soms is samen tafelvoetballen al genoeg.”
Tegenwoordig heeft Ayana een eigen bedrijf waarin ze trainingen en lezingen geeft. Haar ervaringen vormen niet langer haar identiteit, maar geven wel richting aan wat ze doet.
“Ik ben niet meer dat depressieve meisje. Dat is een deel van mijn verhaal, maar niet wie ik ben.”
Ayana denkt dat praten essentieel is, maar ook ingewikkeld. “Als het thuis onveilig is, kan hulp vragen spannend of zelfs risicovol voelen. Zoek iemand die je vertrouwt. Een docent, een trainer, een jongerenwerker. Iemand die met je meedenkt en zorgvuldig handelt.”
Ze benadrukt dat herstel mogelijk is. “Ook als het leeg voelt. Ook als je denkt dat het nooit anders wordt. Soms zit je al in herstel zonder dat je het ziet.”
En misschien wel het belangrijkste: Je bent meer dan wat je hebt meegemaakt. Wat er ook is gebeurd, dat hoeft niet de rest van je leven te bepalen.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Achraf’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Lotte is 18 jaar. Jarenlang kampte ze met mentale problemen die langzaam steeds zwaarder werden. Toen haar ouders rond haar achtste gingen scheiden, veranderde er veel. Haar vader werkte veel en haar moeder was vaak weg. Samen met haar broer zat ze regelmatig alleen thuis. “Het voelde alsof ik er niet toe deed.”
Het gevoel er niet toe te doen
Lotte begon haar gevoelens op te kroppen. Van binnen was ze boos, maar ze liet niemand dichtbij komen. Op de middelbare school voelde ze zich steeds eenzamer. Ze werd gepest en werd bang om naar school te gaan. Uiteindelijk begon ze steeds vaker te spijbelen omdat ze zich daar niet veilig voelde.
Toen ze de moed verzamelde om tegen haar mentor te zeggen dat iemand gemeen tegen haar deed, kreeg ze te horen dat dat niet werd geloofd. “Dat bevestigde voor mij weer dat ik er niet toe deed.” Haar vertrouwen kreeg opnieuw een klap.
De jaren daarna ging het bergafwaarts. Lotte had meerdere psychologen, maar werd steeds doorgestuurd. Dat gaf haar het gevoel dat niemand haar echt kon helpen. Er volgde zelfs een periode in een crisisopvang.
Leegte, boosheid en afstand
In die periode voelde Lotte zich vooral leeg. Blijdschap voelde ze nauwelijks meer. Ze stopte met haar hobby’s omdat het niet meer lukte en haar dat alleen maar frustreerde. Muziek was één van de weinige dingen die haar nog een beetje kracht gaf. Het gaf hoop dat het ooit beter kon worden.
Hulp wilde ze toen eigenlijk niet. Ze weigerde te praten of loog over hoe het ging. Bij een psycholoog sloeg ze dicht en werd ze boos. Online zocht ze herkenning via TikTok. Video’s van anderen die zich hetzelfde voelden gaven even het gevoel dat ze niet alleen was. Maar ze zag ook verhalen van mensen die het “erger” hadden, waardoor ze dacht dat ze zich aanstelde.
“Ik bleef in dat algoritme hangen, terwijl het me eigenlijk niet hielp.”
Thuis en op school waren er signalen genoeg. Ze zonderde zich af, zat vooral op haar kamer en was vaak boos. Ze stopte met de hobby’s waar ze eerst blij van werd. Haar ouders zagen wel dat het niet goed ging, maar Lotte voelde niet dat ze écht werd geholpen. Ze denkt dat het misschien had geholpen als er thuis meer over gevoelens werd gepraat. Tegelijkertijd weet ze niet of ze daar toen voor open had gestaan. “Als iemand vroeg hoe het ging, werd ik alleen maar geïrriteerd. Maar eigenlijk wilde ik het wél delen.”
Leren dat hulp mag
Wat haar uiteindelijk het meest hielp, was dat mensen zonder oordeel luisterden. Bij een jeugdkliniek voelde ze zich voor het eerst serieus genomen. Ze merkte dat ze niet ‘raar’ was, maar iemand die hulp nodig had en dat dat mocht. Medewerkers die zelf vergelijkbare dingen hadden meegemaakt, gaven haar hoop.
“Al zit je diep in de put, er is altijd een uitweg.”
Lotte leerde dat emoties tonen geen zwakte is. “Ik dacht dat ik sterk moest zijn door alles op te kroppen.” Nu weet ze dat het juist krachtig is om gevoelens te erkennen en te uiten, ook als dat moeilijk is.
Mensen zagen vaak een stil meisje dat weinig zei. Maar vanbinnen speelde er veel meer. “Stilte betekent niet dat er niks aan de hand is.” Praten lukte gewoon niet; het voelde te zwaar om uit te leggen wat er in haar omging. Zelfs nu vindt ze het soms lastig om nieuwe vriendschappen aan te gaan, uit angst om gekwetst te worden.
Er waren ook kleine momenten van hoop. Tijdens de intake bij de jeugdkliniek vertelde een casemanager over zijn eigen leven. Dat gaf haar vertrouwen dat ook zij kon groeien. En kleine dingen, zoals naar concerten gaan, gaven haar even het gevoel van vrijheid.
Nu kijkt ze anders naar zichzelf. Ze ziet hoeveel ze is gegroeid. “Ook al wil ik soms nog opgeven, ik ben sterker geworden dan ik ooit had gedacht.” Kleine stappen vooruit betekenen voor haar alles.
Wat ze andere jongeren wil meegeven: het is oké om hulp te vragen. Het is niet zwak, het vraagt juist moed. Zoek kleine dingen die je even goed laten voelen. En onthoud dat je gevoelens serieus zijn, ook als anderen dat niet altijd begrijpen.
“Je hoeft het niet perfect te doen. Het is al genoeg dat je het probeert.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lotte’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Johnny is 23 jaar. Als hij terugkijkt op de afgelopen jaren, ziet hij hoe geldzorgen en mentale problemen langzaam in elkaar zijn gaan grijpen. Niet van de ene op de andere dag, maar stap voor stap.
Vanaf zijn achttiende gaf Johnny veel geld uit aan luxe hotels, stappen en dure kleding, het leven moest leuk zijn. Vaste lasten liet hij liggen en hij gaf structureel meer uit dan er binnenkwam. “Ik leefde alsof het altijd zo door kon gaan,” vertelt hij. De consequenties voelden ver weg. Pas later kwamen ze hard binnen. Inmiddels, in 2026, staat Johnny onder bewind.
Tegelijkertijd speelde er mentaal veel meer dan hij toen doorhad. In 2023 kreeg hij een heftige psychose. Hij zat niet lekker in zijn vel, woonde op een plek waar hij zich niet veilig voelde en gebruikte veel drugs. In het weekend stond hij tot diep in de nacht achter de bar. Rust of stabiliteit was er nauwelijks.
“Mentaal voelde ik me heel eenzaam en niet gehoord,” zegt Johnny. “Je raakt je sociale leven kwijt. Vrienden begrijpen je niet, en je begrijpt jezelf ook niet meer.” De geldproblemen voelde hij op dat moment minder. “Ik deed gewoon wat ik zelf wilde. De gevolgen schoof ik vooruit.”
Wat hij het zwaarst vond in die periode, was het gevoel zichzelf kwijt te zijn. Door de medicatie die hij slikte, voelde hij zich vlak en oppervlakkig. “Ik herkende mezelf niet meer,” vertelt hij. “Dat vond ik misschien nog wel erger dan alles wat er omheen speelde.”
“Hulp voelde als controleverlies.”
Johnny wist in theorie wel waar hij terechtkon voor hulp. Voor zijn schulden wist hij wat de mogelijkheden waren, maar hij wilde er lange tijd niets van weten. “Ik wilde zelf baas blijven over mijn geld,” zegt hij. Hulp voelde als controleverlies. Voor zijn mentale gezondheid wist hij ook waar hij moest zijn, maar de realiteit van lange wachtlijsten maakte het moeilijk om echt geholpen te worden.
Johnny ging online op zoek naar informatie. Hij hoopte verhalen te vinden van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt. “Herkenning, maar ook oplossingen,” zegt hij. “Gewoon weten dat je niet de enige bent.”
“Op social media lijkt het alsof iedereen een perfect leven heeft. Dan voelt het alsof jij faalt, en durf je je problemen niet te delen.”
Achteraf ziet hij dat er mensen waren die hem hadden kunnen helpen. Zijn ouders bijvoorbeeld, al was dat in die periode ingewikkeld. “Mijn emoties gingen alle kanten op,” vertelt hij. “Dat maakte het contact soms lastig.” Wat jongeren volgens Johnny vaak tegenhoudt om hulp te vragen, is schaamte en angst. “Op social media lijkt het alsof iedereen een perfect leven heeft. Dan voelt het alsof jij faalt, en durf je je problemen niet te delen.”
Dat mensen signalen hadden kunnen zien, daar is Johnny duidelijk over. Vooral mentaal. Hij was vaker gefrustreerd, afwezig en minder vrolijk. “Als je erop let, zie je het,” zegt hij.
Wat hem echt geholpen heeft, is de steun van zijn stiefvader Leo. In de periode dat het mentaal slecht ging, nam Leo veel praktische zaken over. Hij hielp met financiën en het maken van afspraken. “Dat gaf rust,” vertelt Johnny. “Iemand die het even voor je regelt als je dat zelf niet kunt.”
“Eerlijk gezegd heb ik liever een gebroken been dan nog een psychose.”
De belangrijkste les die Johnny heeft geleerd, is hoe kwetsbaar mentale gezondheid is. “Dat is echt het allerbelangrijkste,” zegt hij. “Wees daar dankbaar voor.” Hij benadrukt dat simpele dingen, die voor anderen vanzelfsprekend zijn, dat niet zijn voor iemand met psychoses of schizofrenie. “Eerlijk gezegd heb ik liever een gebroken been dan nog een psychose.” En over geld is hij stellig: “Laat problemen niet opstapelen. Wees er op tijd bij.”
Momenten van hoop zaten voor Johnny in de kleine dingen. Een telefoontje met zijn vader of oma kon al genoeg zijn om hem weer even overeind te houden. “Dat gaf me kracht,” zegt hij.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Johnny dit meegeven:
“Geef niet op. Zie het als een film: aan het einde komt het meestal weer goed. Je bent wie je bent, en jouw tijd komt nog.”
“Blijf fit en geniet van het leven, maar doe het met mate. En pas op met drank en drugs.”
Tot slot:
Wat volgens hem vaak niet wordt begrepen, is dat geldzorgen en mentale klachten iedereen kunnen overkomen. “Mensen denken soms dat we ons aanstellen,” zegt hij. “Maar problemen maken geen onderscheid in leeftijd of achtergrond.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Jonny’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging en suïcidale gedachten. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Lucky is 21 jaar en kijkt terug op een periode die diepe sporen heeft achtergelaten. Zijn mentale gezondheid stond jarenlang onder druk, vooral in relatie tot zijn transgenderervaring. Het proces van zelfontdekking, het omgaan met maatschappelijke verwachtingen en het wachten op medische stappen zorgden voor veel onzekerheid. “Er waren momenten waarop ik mezelf volledig kwijtraakte,” vertelt Lucky. “Ik voelde me depressief, had een afkeer van mezelf en wist soms niet hoe ik verder moest.”
“Er waren momenten waarop ik mezelf volledig kwijtraakte.”
In die periode ging het mentaal zo slecht dat Lucky suïcidaal was en zichzelf beschadigde. Het laat zien hoe diep hij toen in de knoop zat met zichzelf. “Ik zat zo vast in mijn hoofd en lichaam,” zegt Lucky. “Het voelde alsof ik gevangen zat in iets wat niet klopte, zonder te weten wanneer daar verandering in zou komen.”
Het dagelijks leven voelde zwaar. Op school lukte leren en presteren nauwelijks, omdat Lucky constant bezig was met zijn innerlijke strijd. Sociale situaties, zoals feesten of drukke bijeenkomsten, vermeed hij vaak. “Ik was bang voor wat mensen van me zouden denken en ik wilde mezelf daar niet laten zien,” legt hij uit. Zelfs zijn eigen verjaardag voelde moeilijk, doordat oude herinneringen en gevoelens naar boven kwamen.
Thuis was het niet altijd veilig of steunend. Een broer stond niet achter Lucky’s transgenderidentiteit, wat zorgde voor spanning en verdriet. Nadat Lucky uitkwam als transgender verslechterde de thuissituatie verder. “Ik had behoefte aan een plek waar ik mezelf kon terugtrekken en veilig kon zijn,” zegt hij. “Maar die plek had ik thuis niet.”
Toch waren er ook lichtpuntjes. Lucky’s vriendin speelde een enorme rol in deze periode. “Zij heeft me altijd gesteund, vooral als het ging om mijn zelfbeeld,” vertelt Lucky. Ook een goede vriend stond dicht bij hem. Hun steun gaf hem het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Daarnaast waren zijn opa en oma belangrijk: zij accepteerden Lucky zonder voorwaarden en zagen hem simpelweg als mens. “Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
“Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
Hulp was er op papier genoeg: via school, werk, een psycholoog en de schoolarts. Toch voelde het alsof niets echt hielp. De kern van Lucky’s worsteling lag bij het wachten op zijn medische transitie. Dat wachten bracht onzekerheid, frustratie en het gevoel vast te staan. “Ik wist dat er stappen moesten komen, maar ik kon alleen maar wachten,” vertelt hij. “Dat maakte alles zwaarder.” Achteraf denkt Lucky dat het had geholpen als de genderkliniek sneller had gehandeld en het traject eerder op gang was gekomen.
In moeilijke momenten zocht Lucky online naar informatie en herkenning. Vooral wanneer het echt niet meer ging, bood het zoeken naar ervaringen van anderen of praktische handvatten enige houvast. Ook het contact met een andere transgender jongen was belangrijk. “Dat gesprek gaf me voor het eerst het gevoel dat iemand me écht begreep,” zegt Lucky. Hoewel anonimiteit voor hem niet per se noodzakelijk is, kan het volgens hem wel een laagdrempelige eerste stap zijn als praten spannend voelt.
Achteraf gezien waren er duidelijke signalen dat het niet goed ging. Waar Lucky als kind vrolijk en uitbundig was, veranderde dat in zijn tienerjaren volledig. Hij werd stil en teruggetrokken, at slecht, raakte verslaafd, sloeg school en werk over en was vaak geïrriteerd of boos. “Als ik nu terugkijk, waren dat allemaal tekenen dat ik hulp nodig had,” zegt hij.
Ondanks alles heeft deze periode Lucky ook veel geleerd. Hij leerde zijn emoties beter herkennen, ontdekte zijn kwaliteiten als persoon en zag hoe veerkrachtig hij eigenlijk is. “Ik had nooit gedacht dat ik dit zou overleven,” zegt Lucky. “Maar ik ben sterker dan ik toen dacht.”
Wat Lucky anderen graag wil meegeven, is dat steun en liefde vaak dichterbij zijn dan je denkt. “Je hoeft het echt niet alleen te doen,” zegt hij. “Ook al voelt het soms zo.” Kleine momenten, een gesprek, een berichtje of een update over een volgende stap, kunnen al hoop geven.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Lucky zeggen: “Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien. Zoek mensen die je vertrouwt.”
“Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien.”
Tot slot benadrukt Lucky iets wat vaak wordt onderschat: hoe zwaar mentale klachten of geldzorgen voor jongeren kunnen zijn. “Wat voor anderen klein lijkt, kan voor iemand die erin zit enorm zijn,” zegt hij. “En mentale pijn is niet altijd zichtbaar. Je kunt er van buiten prima uitzien, terwijl je vanbinnen aan het vechten bent.”
Lucky koos bewust deze anonieme naam. Het beschrijft hoe hij zich nu voelt: dat hij zijn verhaal zonder zorgen kan delen en zichzelf eindelijk gezien voelt.
“Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
Hulp was er op papier genoeg: via school, werk, een psycholoog en de schoolarts. Toch voelde het alsof niets echt hielp. De kern van Lucky’s worsteling lag bij het wachten op zijn medische transitie. Dat wachten bracht onzekerheid, frustratie en het gevoel vast te staan. “Ik wist dat er stappen moesten komen, maar ik kon alleen maar wachten,” vertelt hij. “Dat maakte alles zwaarder.” Achteraf denkt Lucky dat het had geholpen als de genderkliniek sneller had gehandeld en het traject eerder op gang was gekomen.
In moeilijke momenten zocht Lucky online naar informatie en herkenning. Vooral wanneer het echt niet meer ging, bood het zoeken naar ervaringen van anderen of praktische handvatten enige houvast. Ook het contact met een andere transgender jongen was belangrijk. “Dat gesprek gaf me voor het eerst het gevoel dat iemand me écht begreep,” zegt Lucky. Hoewel anonimiteit voor hem niet per se noodzakelijk is, kan het volgens hem wel een laagdrempelige eerste stap zijn als praten spannend voelt.
Achteraf gezien waren er duidelijke signalen dat het niet goed ging. Waar Lucky als kind vrolijk en uitbundig was, veranderde dat in zijn tienerjaren volledig. Hij werd stil en teruggetrokken, at slecht, raakte verslaafd, sloeg school en werk over en was vaak geïrriteerd of boos. “Als ik nu terugkijk, waren dat allemaal tekenen dat ik hulp nodig had,” zegt hij.
Ondanks alles heeft deze periode Lucky ook veel geleerd. Hij leerde zijn emoties beter herkennen, ontdekte zijn kwaliteiten als persoon en zag hoe veerkrachtig hij eigenlijk is. “Ik had nooit gedacht dat ik dit zou overleven,” zegt Lucky. “Maar ik ben sterker dan ik toen dacht.”
Wat Lucky anderen graag wil meegeven, is dat steun en liefde vaak dichterbij zijn dan je denkt. “Je hoeft het echt niet alleen te doen,” zegt hij. “Ook al voelt het soms zo.” Kleine momenten, een gesprek, een berichtje of een update over een volgende stap, kunnen al hoop geven.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Lucky zeggen: “Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien. Zoek mensen die je vertrouwt.”
“Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien.”
Tot slot benadrukt Lucky iets wat vaak wordt onderschat: hoe zwaar mentale klachten of geldzorgen voor jongeren kunnen zijn. “Wat voor anderen klein lijkt, kan voor iemand die erin zit enorm zijn,” zegt hij. “En mentale pijn is niet altijd zichtbaar. Je kunt er van buiten prima uitzien, terwijl je vanbinnen aan het vechten bent.”
Lucky koos bewust deze anonieme naam. Het beschrijft hoe hij zich nu voelt: dat hij zijn verhaal zonder zorgen kan delen en zichzelf eindelijk gezien voelt.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lucky’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Lizz is 21 jaar. Wat ze deelt, doet ze omdat ze weet dat haar verhaal herkenbaar kan zijn voor andere jongeren. Want ook al ben je jong, dat betekent niet dat wat je meemaakt minder zwaar is.
De periode die voor Lizz het meest ingrijpend was, ontstond niet door één gebeurtenis, maar door een opeenstapeling. Ze groeide op in een onveilige thuissituatie en ging uiteindelijk uit huis. Tegelijkertijd voelde ze steeds meer prestatiedruk op haar opleiding en kreeg ze te maken met geldzorgen. Zelfstandig wonen bleek allesbehalve makkelijk. Langzaam raakte ze mentaal uitgeput en belandde ze in een diep dal. Uiteindelijk kreeg ze te maken met PTSS en een angststoornis
“Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
“In die tijd voelde ik me vooral heel alleen,” vertelt Lizz. “En vooral onbegrepen.” Ze merkte dat mensen vaak niet zagen dat jongeren net zo goed heftige situaties meemaken als volwassenen. Dat haar gevoelens werden gebagatelliseerd, maakte het extra pijnlijk. “Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
Het zwaarst vond ze de angststoornis die ze ontwikkelde. Drukke plekken werden iets om te vermijden. Ze was constant bang voor paniekaanvallen. “Soms had ik er wel vijf op een dag,” zegt ze. “Omdat ik toen niet wist wat het was of hoe ik ermee om moest gaan, voelde het alsof mijn hele leven werd ingeperkt.” De angst bepaalde waar ze naartoe durfde, wat ze deed en hoe vrij ze zich voelde.
Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen.
In die periode wist Lizz niet waar ze terechtkon voor hulp. Nog steeds vindt ze het soms onduidelijk waar je precies professionele ondersteuning kunt krijgen. Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen. Zij verwezen haar door naar een noodopvang voor jongvolwassene. Ook hebben ze haar in contact gebracht met WMO, zodat ik samen met de gemeente kon kijken hoe ik op kort termijn hulp en een woning kon krijgen. Waardoor ik een mooie woning kon huren. Zonder hen had ze waarschijnlijk nog veel langer alleen doorgelopen met haar klachten.
Wat ze ook deed, was online zoeken. Ze wilde begrijpen wat er in haar lichaam en hoofd gebeurde. “Ik zocht uitleg, maar ook herkenning,” vertelt ze. “Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
“Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
Terugkijkend ziet Lizz dat er veel mensen waren die haar hadden kunnen helpen. Niet omdat iemand tekortschiet, maar omdat signalen vaak niet worden herkend. “Als je niet weet waar je op moet letten, zie je het ook niet,” legt ze uit. Al waren er wel degelijk signalen. Ze verloor in vier maanden tijd dertig kilo, ging destructief met zichzelf om en verborg dat nauwelijks. Toch werd het niet opgemerkt of naar gevraagd. Volgens Lizz is het belangrijk dat er meer kennis komt over signalen van slechte mentale gezondheid en ingrijpende gebeurtenissen.
Wat jongeren volgens haar vaak tegenhoudt om hulp te vragen, is de cultuur waarin mentale problemen bij jongeren worden afgedaan als aanstellerij. “Alsof je aandacht zoekt,” zegt ze. Daarnaast speelt de thuissituatie een grote rol. “Als je nog thuis woont en bang bent je enige veilige plek te verliezen, ga je niet snel om hulp vragen.”
Daarom gelooft Lizz sterk in het belang van een anonieme plek om je verhaal te kunnen delen. “Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten,” zegt ze. “En anonimiteit voelt veilig, zeker als je nog niet klaar bent om het met mensen om je heen te delen.”
“Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten.”
Niet alles wat mensen tegen haar zeiden, hielp. Ze herinnert zich nog goed dat haar moeder, toen Lizz veertien was en een depressie kreeg, zei: ‘Alle tieners zijn wel eens verdrietig.’ “Dat deed veel pijn,” zegt ze eerlijk. Wat wel hielp, waren vrienden die zeiden dat ze altijd bij hen terechtkon, en dat ook echt lieten zien. “Dat gaf vertrouwen.”
Na jaren kwam er wel hoop. Een belangrijk moment was toen ze haar vriend ontmoette. “Hij luisterde, pushte niet en gaf me het gevoel dat hij echt gaf om hoe het met mij ging,” vertelt Lizz. “Dat iemand je begrijpt, maakt een wereld van verschil.”
De afgelopen jaren heeft Lizz veel geleerd over zichzelf: wat haar energie geeft, wat haar inspireert en hoe ze met emoties omgaat, die van zichzelf en van anderen. Misschien wel de belangrijkste les die ze heeft geleerd, is dat je nooit weet wat iemand doormaakt. “Vraag ernaar,” zegt ze. “Check bij de mensen van wie je houdt.”
“Steun zou normaal moeten zijn.”
Wat ze hoopt dat mensen meenemen uit haar verhaal, is dit: leeftijd zegt niets over hoe zwaar iets kan zijn. “Steun zou normaal moeten zijn,” zegt ze. “Maar veel jongeren weten niet waar ze die kunnen vinden.”
Aan jongeren die nu worstelen, wil Lizz meegeven:
“Je bent niet alleen. Zoek iemand die hier verstand van heeft, zoals een professional, die je kan helpen de juiste kant op te gaan. Het duurt misschien even, maar het komt goed.”
En tot slot haar oproep aan iedereen:
“Let op jezelf, maar ook op elkaar. Vraag hoe het écht gaat. En als je iets ziet wat niet klopt, durf het gesprek aan te gaan.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lizz’ verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over mentale klachten, depressie, angst en eetproblematiek. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Valentina is 19 jaar en bevindt zich in een fase waarin veel tegelijk veranderde. Een van de meest ingrijpende momenten in haar leven was de overgang naar volwassenenzorg toen ze 18 werd. Ze had al een lange geschiedenis in de jeugdzorg, door mentale klachten zoals depressie, angsten, eetproblematiek en problemen in de thuissituatie. Rond diezelfde periode ging ze ook op zichzelf wonen.
Die combinatie bleek zwaar. “De stap van intensieve begeleiding naar ineens veel zelfstandigheid voelde enorm,” vertelt Valentina. “Ik moest opnieuw leren omgaan met alleen zijn, en dat was veel moeilijker dan ik had verwacht.”
Wanneer ze alleen was, zat ze diep in haar hoofd. De stilte werd al snel zwaar. Afleiding bood weinig verlichting. “Het voelde leeg,” zegt ze. “Alsof niets echt binnenkwam.”
“Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
In deze periode voelde Valentina zich vooral eenzaam en verdrietig. Ze had het gevoel nergens écht terecht te kunnen op momenten dat ze iemand nodig had. Haar netwerk was klein en begeleiding was vooral binnen vaste tijden bereikbaar. Hulp vragen vond ze lastig. “Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
Online zocht ze soms naar herkenning. Het hielp haar om te lezen dat ze niet de enige was die hiermee worstelde. Toch merkte ze dat wat ze het meest nodig had, eigenlijk heel simpel was: iemand die luisterde, zonder meteen met oplossingen te komen. Goedbedoelde uitspraken als ‘het komt wel goed’ deden haar weinig. “Wat wél hielp, was wanneer iemand gewoon bleef zitten en echt luisterde.”
Achteraf ziet Valentina dat er signalen waren die gemist zijn. “Achter stilte of jezelf aanpassen kan juist heel veel strijd zitten,” legt ze uit. Volgens haar is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoe iemand functioneert, maar ook om echt te vragen hoe het gaat en dat antwoord serieus te nemen.
In het begin voelde het voor haar alsof ze er alleen voor stond. “Wat ik heb geleerd, is dat je er uiteindelijk toch zelf doorheen moet,” zegt ze. Dat besef voelde eerst zwaar, maar gaf later ook kracht. “Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.” Ze leerde haar eigen stappen te erkennen, hoe klein ze soms ook waren.
“Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.”
Hoop zat voor haar vaak in kleine dingen: het vooruitzicht van een afspraak met begeleiding, een hobby, of gewoon een moment van rust. “Je hoeft je niet meteen goed te voelen,” zegt Valentina. “Even rustig kunnen ademhalen telt ook al.”
Wat ze andere jongeren wil meegeven, zegt ze heel duidelijk: Je hoeft het niet allemaal te begrijpen om hulp te mogen vragen. Je hoeft geen perfect verhaal te hebben, geen duidelijke reden en geen oplossing. Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.
“Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.”
Vergelijk jezelf niet met anderen. Iedereen draagt iets mee dat je niet altijd ziet. Kleine stappen tellen. Terugvallen horen erbij. Dat betekent niet dat je faalt, maar dat je mens bent.
En misschien voelt het nu alsof je er alleen voor staat, maar er zijn mensen die willen luisteren, ook als je ze nog niet kent. Blijf praten, blijf schrijven, blijf zoeken naar wat jou helpt. Jij doet ertoe. Altijd.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Valentina’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, seksueel geweld en onveiligheid. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Jamie kreeg op zijn zesde de diagnose ADHD. Al vroeg voelde hij zich anders dan de kinderen om hem heen. Op school werd Jamie gepest, iets wat grote invloed had op zijn mentale gezondheid. De jaren daarna werd het steeds zwaarder. Jamie deed meerdere suïcidepogingen en begon op zijn dertiende met automutilatie, het zichzelf opzettelijk pijn doen. Inmiddels is hij al zes jaar clean van zelfbeschadiging.
“Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan.”
De zwaarste ervaringen komen uit eerdere relaties. Jamie heeft twee exen gehad die hem ernstig hebben mishandeld, vooral seksueel en mentaal en soms ook fysiek. Dat heeft een diepe impact gehad op hoe hij naar mannen kijkt en hoe veilig de wereld voor hem voelt. Jamie merkt dat mensen soms denken dat hij nog niet over deze relaties heen is, omdat hij er nog over praat. Voor hem is dat anders. Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan. De trauma’s blijven, ook als de relatie allang voorbij is.
Ook nu voelt de wereld niet altijd veilig. Op straat of in het openbaar vervoer is hij vaak alert. Mannen die te lang staren, te dichtbij komen zitten of opmerkingen maken, zorgen ervoor dat hij zich onveilig voelt. Die spanning is bijna dagelijks aanwezig. Hij raakt snel angstig en krijgt last van hartkloppingen en trillende handen. Soms blijft het daarbij, soms is het heftiger.
In die periodes voelt Jamie veel angst en paniek. Wanneer hij alleen is, huilt hij het er vaak uit. Wat hem helpt, is de steun van vrienden en partner. Als hij zich slecht of onveilig voelt, kan hij ze altijd bellen. Het gevoel dat hij er niet alleen voor staat, geeft hem iets meer rust.
“Niemand wist wat er speelde.”
In die periode vroeg Jamie geen hulp. Niemand wist wat er speelde. Hij schaamde zich en durfde het niet te bespreken met mensen om hem heen. Het was zwaar om alles voor zichzelf te houden en nergens kwijt te kunnen wat hij meemaakte. Ook online zocht hij niet naar informatie of hulp. Hij zag toen niet in hoe dat hem zou kunnen helpen en hield nog te veel van zijn exen om afstand te nemen.
Achteraf weet hij dat zijn ouders hem hadden kunnen helpen, als hij het eerder had verteld. Toen hij het uiteindelijk wel deelde, grepen zijn ouders in en waren zijn exen niet langer welkom in huis. Hoewel dat op dat moment moeilijk voelde, gaf het hem ook een gevoel van rust: hij hoefde zelf die zware beslissing niet te nemen en kreeg zo de ruimte om afstand te nemen van de situatie.
Wat Jamie hielp, was dat zijn vrienden bleven luisteren, zonder oordeel. Ook wanneer hij voor de zoveelste keer over dezelfde situatie wilde praten, waren ze er. Dat gevoel van er niet alleen voor staan, maakte een groot verschil.
“Blijf doorgaan, ook als het moeilijk is.”
Door alles wat hij heeft meegemaakt, heeft Jamie ook dingen over zichzelf geleerd. Hij communiceert beter en wordt minder snel boos. Als hij nu door iets zwaars heen gaat, helpt het hem om te denken dat hij eerdere moeilijke periodes ook heeft overleefd. Dat geeft hem kracht.
Het gaat bij hem nog steeds wisselend goed en slecht. Juist de periodes waarin het beter gaat, geven hem hoop wanneer het daarna weer moeilijker wordt. Hij leeft meer van dag tot dag, met het vertrouwen dat er na slechte dagen ook weer betere kunnen komen.
Voor jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Jamie meegeven dat kleine stappen ook stappen zijn. Je hoeft niet te wachten tot alles beter voelt. Elke dag iets doen wat een beetje helpt, hoe klein ook, is genoeg. Wees trots op die momenten en deel ze met mensen die je vertrouwt.
Wat hij tot slot wil zeggen: leef elke dag zo goed als je kan, en houd daarbij ook rekening met je eigen grenzen.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Jamie’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.