Offcanvas
Zoeken
Lien (25): “Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf”

Lien (25): “Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf”

TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals eetstoornissen en depressie.
Sommige stukken kunnen confronterend zijn. Lees met zorg voor jezelf. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.

Lien is 25 en groeide op in een gezin waar emoties ingewikkeld waren. Haar vader was emotioneel afwezig, haar moeder juist erg aanwezig. Daardoor leerde ze niet hoe ze haar eigen gevoelens kon reguleren of begrijpen.

“Ik heb thuis nooit geleerd hoe ik mijn emoties een plek moest geven.” Haar depressieve klachten begonnen al rond haar achtste of negende. In haar tienerjaren ging ze daar op manieren mee om die haar verder van zichzelf verwijderden. Wat begon als somberheid, mondde uiteindelijk uit in anorexia nervosa en later een diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis.

Als kind en tiener voelde ze zich vaak eenzaam en verloren. “Ik wist niet waar al die negatieve emoties vandaan kwamen. Ik voelde me een aansteller.” Dat gevoel zorgde ervoor dat ze zich steeds verder isoleerde en zich daardoor alleen maar slechter ging voelen.

Er was één lichtpuntje: haar kleine zusje. “Als zij bij mij op mijn kamer zat, voelde ik me altijd lichter. Zij was echt opluchting en liefde voor mij.”

“Het voelde veilig, ook al maakte het me kapot.”
Rond haar negentiende was haar eetstoornis op zijn heftigst. Ze lag veel in bed of was obsessief aan het sporten. Ze was ondervoed en uitgeput. Haar ouders zagen haar worstelen, maar grepen niet hard in. “Het voelde alsof het ze niets kon schelen dat ik mezelf uithongerde.”

Die gedachte was pijnlijk en giftig. “Daardoor voelde ik nog meer alsof ik het verdiende.”

Online zocht ze bevestiging. Ze deed quizjes om te kijken of ze zich niet aanstelde en zocht eindeloos naar symptomen. Als ze bepaalde symptomen nog niet had, wilde ze die eerst ervaren voordat ze hulp zou zoeken.

Ze beschrijft haar eetstoornis als een haat-liefdeverhouding. “Ik kon mezelf haten omdat ik niet ‘normaal’ deed. Maar ik was ook bang dat niemand me ooit zo goed zou begrijpen als mijn anorexia dat deed. Het voelde veilig.”

Hulp vragen was ingewikkeld. Schaamte speelde mee, maar ook de lange wachtlijsten. “Als ik zes maanden moest wachten, dacht ik: dan heb ik er tegen die tijd vast geen last meer van. Of dan ben ik er misschien niet meer.”

“Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf.”
Wat haar uiteindelijk echt hielp, was een harde confrontatie in therapie. Ze werd gewezen op haar eigen verantwoordelijkheid. Dat ze, zonder het zo te zien in een slachtofferrol zat.

“Ik schaamde me enorm. Maar het was ook het moment waarop ik begon te zien dat niemand mij kon redden behalve ikzelf.”

Een zin van een mentor zal ze nooit vergeten: “Ik ben zo trots op jou. Je hebt gevochten. Je hebt jezelf gered.”

Dat iemand haar volledig had gezien, ook haar donkerste kanten en toch trots was, betekende alles.

In diezelfde periode ontdekte ze iets anders over zichzelf: hoe bang ze eigenlijk was om te falen. “Ik heb geleerd dat ik doodsbang ben om te falen, zelfs in therapie. Ik wilde laten zien dat ik een functionerend en slim persoon was. Terwijl ik dat op dat moment helemaal niet was.” Ze was bang om haar emoties verkeerd uit te spreken. Bang om therapie ‘verkeerd’ te doen. Bang om tijd en geld te verspillen. Bang om zichzelf teleur te stellen. “Ik was echt voor bizar veel dingen bang.”

Pas drie jaar geleden ontdekte ze hoe weinig ruimte er voor emoties was geweest in haar leven. Tot haar 22e wist ze niet hoe woede voelde. “Ik was altijd leeg en moe geweest. Het is best eng om voor het eerst echt boos te worden als je volwassen bent.”

Wat haar helpt, is geduld. Dat vond ze bij haar partner, die naast haar komt zitten en vraagt wat ze nodig heeft. En soms helpt iets kleins, zoals een foto van haar jongere zelf. “Als ik wil terugvallen, probeer ik haar te geven wat ze nooit heeft gekregen.”

Wat Lien wil meegeven:
“Het gaat tijd kosten. Ongelofelijk veel tijd.” Patronen die je jarenlang hebt opgebouwd, breek je niet in een paar weken af.

Over mentale klachten bij jongeren zegt ze: “Vroeger droeg niemand een bril. Niet omdat mensen geen slecht zicht hadden, maar omdat er nog geen hulpmiddel was. Nu heeft bijna iedereen er één. Zo zie ik mentale klachten ook. Ze waren er altijd al, we hebben nu alleen meer woorden en kennis.”

Dat iets minder zichtbaar is, betekent niet dat het minder echt is. Alleen omdat je het verband niet ziet, betekent niet dat het er niet is. 

Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lien’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.

Lien (25): “Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf”

Achraf (16): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”

Eva (20): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”

Ayana (24): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”

Lotte (18): “Ik dacht dat ik sterk moest zijn door alles op te kroppen”

Johnny (23): “Ik dacht dat ik alles onder controle had, tot het misging”

lees ook

Ontdek onze campagne: hulp vragen mag

deel dit artikel