Lizz is 21 jaar. Wat ze deelt, doet ze omdat ze weet dat haar verhaal herkenbaar kan zijn voor andere jongeren. Want ook al ben je jong, dat betekent niet dat wat je meemaakt minder zwaar is.
De periode die voor Lizz het meest ingrijpend was, ontstond niet door één gebeurtenis, maar door een opeenstapeling. Ze groeide op in een onveilige thuissituatie en ging uiteindelijk uit huis. Tegelijkertijd voelde ze steeds meer prestatiedruk op haar opleiding en kreeg ze te maken met geldzorgen. Zelfstandig wonen bleek allesbehalve makkelijk. Langzaam raakte ze mentaal uitgeput en belandde ze in een diep dal. Uiteindelijk kreeg ze te maken met PTSS en een angststoornis
“Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
“In die tijd voelde ik me vooral heel alleen,” vertelt Lizz. “En vooral onbegrepen.” Ze merkte dat mensen vaak niet zagen dat jongeren net zo goed heftige situaties meemaken als volwassenen. Dat haar gevoelens werden gebagatelliseerd, maakte het extra pijnlijk. “Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
Het zwaarst vond ze de angststoornis die ze ontwikkelde. Drukke plekken werden iets om te vermijden. Ze was constant bang voor paniekaanvallen. “Soms had ik er wel vijf op een dag,” zegt ze. “Omdat ik toen niet wist wat het was of hoe ik ermee om moest gaan, voelde het alsof mijn hele leven werd ingeperkt.” De angst bepaalde waar ze naartoe durfde, wat ze deed en hoe vrij ze zich voelde.
Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen.
In die periode wist Lizz niet waar ze terechtkon voor hulp. Nog steeds vindt ze het soms onduidelijk waar je precies professionele ondersteuning kunt krijgen. Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen. Zij verwezen haar door naar een noodopvang voor jongvolwassene. Ook hebben ze haar in contact gebracht met WMO, zodat ik samen met de gemeente kon kijken hoe ik op kort termijn hulp en een woning kon krijgen. Waardoor ik een mooie woning kon huren. Zonder hen had ze waarschijnlijk nog veel langer alleen doorgelopen met haar klachten.
Wat ze ook deed, was online zoeken. Ze wilde begrijpen wat er in haar lichaam en hoofd gebeurde. “Ik zocht uitleg, maar ook herkenning,” vertelt ze. “Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
“Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
Terugkijkend ziet Lizz dat er veel mensen waren die haar hadden kunnen helpen. Niet omdat iemand tekortschiet, maar omdat signalen vaak niet worden herkend. “Als je niet weet waar je op moet letten, zie je het ook niet,” legt ze uit. Al waren er wel degelijk signalen. Ze verloor in vier maanden tijd dertig kilo, ging destructief met zichzelf om en verborg dat nauwelijks. Toch werd het niet opgemerkt of naar gevraagd. Volgens Lizz is het belangrijk dat er meer kennis komt over signalen van slechte mentale gezondheid en ingrijpende gebeurtenissen.
Wat jongeren volgens haar vaak tegenhoudt om hulp te vragen, is de cultuur waarin mentale problemen bij jongeren worden afgedaan als aanstellerij. “Alsof je aandacht zoekt,” zegt ze. Daarnaast speelt de thuissituatie een grote rol. “Als je nog thuis woont en bang bent je enige veilige plek te verliezen, ga je niet snel om hulp vragen.”
Daarom gelooft Lizz sterk in het belang van een anonieme plek om je verhaal te kunnen delen. “Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten,” zegt ze. “En anonimiteit voelt veilig, zeker als je nog niet klaar bent om het met mensen om je heen te delen.”
“Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten.”
Niet alles wat mensen tegen haar zeiden, hielp. Ze herinnert zich nog goed dat haar moeder, toen Lizz veertien was en een depressie kreeg, zei: ‘Alle tieners zijn wel eens verdrietig.’ “Dat deed veel pijn,” zegt ze eerlijk. Wat wel hielp, waren vrienden die zeiden dat ze altijd bij hen terechtkon, en dat ook echt lieten zien. “Dat gaf vertrouwen.”
Na jaren kwam er wel hoop. Een belangrijk moment was toen ze haar vriend ontmoette. “Hij luisterde, pushte niet en gaf me het gevoel dat hij echt gaf om hoe het met mij ging,” vertelt Lizz. “Dat iemand je begrijpt, maakt een wereld van verschil.”
De afgelopen jaren heeft Lizz veel geleerd over zichzelf: wat haar energie geeft, wat haar inspireert en hoe ze met emoties omgaat, die van zichzelf en van anderen. Misschien wel de belangrijkste les die ze heeft geleerd, is dat je nooit weet wat iemand doormaakt. “Vraag ernaar,” zegt ze. “Check bij de mensen van wie je houdt.”
“Steun zou normaal moeten zijn.”
Wat ze hoopt dat mensen meenemen uit haar verhaal, is dit: leeftijd zegt niets over hoe zwaar iets kan zijn. “Steun zou normaal moeten zijn,” zegt ze. “Maar veel jongeren weten niet waar ze die kunnen vinden.”
Aan jongeren die nu worstelen, wil Lizz meegeven:
“Je bent niet alleen. Zoek iemand die hier verstand van heeft, zoals een professional, die je kan helpen de juiste kant op te gaan. Het duurt misschien even, maar het komt goed.”
En tot slot haar oproep aan iedereen:
“Let op jezelf, maar ook op elkaar. Vraag hoe het écht gaat. En als je iets ziet wat niet klopt, durf het gesprek aan te gaan.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lizz’ verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over mentale klachten, depressie, angst en eetproblematiek. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Valentina is 19 jaar en bevindt zich in een fase waarin veel tegelijk veranderde. Een van de meest ingrijpende momenten in haar leven was de overgang naar volwassenenzorg toen ze 18 werd. Ze had al een lange geschiedenis in de jeugdzorg, door mentale klachten zoals depressie, angsten, eetproblematiek en problemen in de thuissituatie. Rond diezelfde periode ging ze ook op zichzelf wonen.
Die combinatie bleek zwaar. “De stap van intensieve begeleiding naar ineens veel zelfstandigheid voelde enorm,” vertelt Valentina. “Ik moest opnieuw leren omgaan met alleen zijn, en dat was veel moeilijker dan ik had verwacht.”
Wanneer ze alleen was, zat ze diep in haar hoofd. De stilte werd al snel zwaar. Afleiding bood weinig verlichting. “Het voelde leeg,” zegt ze. “Alsof niets echt binnenkwam.”
“Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
In deze periode voelde Valentina zich vooral eenzaam en verdrietig. Ze had het gevoel nergens écht terecht te kunnen op momenten dat ze iemand nodig had. Haar netwerk was klein en begeleiding was vooral binnen vaste tijden bereikbaar. Hulp vragen vond ze lastig. “Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
Online zocht ze soms naar herkenning. Het hielp haar om te lezen dat ze niet de enige was die hiermee worstelde. Toch merkte ze dat wat ze het meest nodig had, eigenlijk heel simpel was: iemand die luisterde, zonder meteen met oplossingen te komen. Goedbedoelde uitspraken als ‘het komt wel goed’ deden haar weinig. “Wat wél hielp, was wanneer iemand gewoon bleef zitten en echt luisterde.”
Achteraf ziet Valentina dat er signalen waren die gemist zijn. “Achter stilte of jezelf aanpassen kan juist heel veel strijd zitten,” legt ze uit. Volgens haar is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoe iemand functioneert, maar ook om echt te vragen hoe het gaat en dat antwoord serieus te nemen.
In het begin voelde het voor haar alsof ze er alleen voor stond. “Wat ik heb geleerd, is dat je er uiteindelijk toch zelf doorheen moet,” zegt ze. Dat besef voelde eerst zwaar, maar gaf later ook kracht. “Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.” Ze leerde haar eigen stappen te erkennen, hoe klein ze soms ook waren.
“Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.”
Hoop zat voor haar vaak in kleine dingen: het vooruitzicht van een afspraak met begeleiding, een hobby, of gewoon een moment van rust. “Je hoeft je niet meteen goed te voelen,” zegt Valentina. “Even rustig kunnen ademhalen telt ook al.”
Wat ze andere jongeren wil meegeven, zegt ze heel duidelijk: Je hoeft het niet allemaal te begrijpen om hulp te mogen vragen. Je hoeft geen perfect verhaal te hebben, geen duidelijke reden en geen oplossing. Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.
“Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.”
Vergelijk jezelf niet met anderen. Iedereen draagt iets mee dat je niet altijd ziet. Kleine stappen tellen. Terugvallen horen erbij. Dat betekent niet dat je faalt, maar dat je mens bent.
En misschien voelt het nu alsof je er alleen voor staat, maar er zijn mensen die willen luisteren, ook als je ze nog niet kent. Blijf praten, blijf schrijven, blijf zoeken naar wat jou helpt. Jij doet ertoe. Altijd.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Valentina’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, seksueel geweld en onveiligheid. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Jamie kreeg op zijn zesde de diagnose ADHD. Al vroeg voelde hij zich anders dan de kinderen om hem heen. Op school werd Jamie gepest, iets wat grote invloed had op zijn mentale gezondheid. De jaren daarna werd het steeds zwaarder. Jamie deed meerdere suïcidepogingen en begon op zijn dertiende met automutilatie, het zichzelf opzettelijk pijn doen. Inmiddels is hij al zes jaar clean van zelfbeschadiging.
“Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan.”
De zwaarste ervaringen komen uit eerdere relaties. Jamie heeft twee exen gehad die hem ernstig hebben mishandeld, vooral seksueel en mentaal en soms ook fysiek. Dat heeft een diepe impact gehad op hoe hij naar mannen kijkt en hoe veilig de wereld voor hem voelt. Jamie merkt dat mensen soms denken dat hij nog niet over deze relaties heen is, omdat hij er nog over praat. Voor hem is dat anders. Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan. De trauma’s blijven, ook als de relatie allang voorbij is.
Ook nu voelt de wereld niet altijd veilig. Op straat of in het openbaar vervoer is hij vaak alert. Mannen die te lang staren, te dichtbij komen zitten of opmerkingen maken, zorgen ervoor dat hij zich onveilig voelt. Die spanning is bijna dagelijks aanwezig. Hij raakt snel angstig en krijgt last van hartkloppingen en trillende handen. Soms blijft het daarbij, soms is het heftiger.
In die periodes voelt Jamie veel angst en paniek. Wanneer hij alleen is, huilt hij het er vaak uit. Wat hem helpt, is de steun van vrienden en partner. Als hij zich slecht of onveilig voelt, kan hij ze altijd bellen. Het gevoel dat hij er niet alleen voor staat, geeft hem iets meer rust.
“Niemand wist wat er speelde.”
In die periode vroeg Jamie geen hulp. Niemand wist wat er speelde. Hij schaamde zich en durfde het niet te bespreken met mensen om hem heen. Het was zwaar om alles voor zichzelf te houden en nergens kwijt te kunnen wat hij meemaakte. Ook online zocht hij niet naar informatie of hulp. Hij zag toen niet in hoe dat hem zou kunnen helpen en hield nog te veel van zijn exen om afstand te nemen.
Achteraf weet hij dat zijn ouders hem hadden kunnen helpen, als hij het eerder had verteld. Toen hij het uiteindelijk wel deelde, grepen zijn ouders in en waren zijn exen niet langer welkom in huis. Hoewel dat op dat moment moeilijk voelde, gaf het hem ook een gevoel van rust: hij hoefde zelf die zware beslissing niet te nemen en kreeg zo de ruimte om afstand te nemen van de situatie.
Wat Jamie hielp, was dat zijn vrienden bleven luisteren, zonder oordeel. Ook wanneer hij voor de zoveelste keer over dezelfde situatie wilde praten, waren ze er. Dat gevoel van er niet alleen voor staan, maakte een groot verschil.
“Blijf doorgaan, ook als het moeilijk is.”
Door alles wat hij heeft meegemaakt, heeft Jamie ook dingen over zichzelf geleerd. Hij communiceert beter en wordt minder snel boos. Als hij nu door iets zwaars heen gaat, helpt het hem om te denken dat hij eerdere moeilijke periodes ook heeft overleefd. Dat geeft hem kracht.
Het gaat bij hem nog steeds wisselend goed en slecht. Juist de periodes waarin het beter gaat, geven hem hoop wanneer het daarna weer moeilijker wordt. Hij leeft meer van dag tot dag, met het vertrouwen dat er na slechte dagen ook weer betere kunnen komen.
Voor jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Jamie meegeven dat kleine stappen ook stappen zijn. Je hoeft niet te wachten tot alles beter voelt. Elke dag iets doen wat een beetje helpt, hoe klein ook, is genoeg. Wees trots op die momenten en deel ze met mensen die je vertrouwt.
Wat hij tot slot wil zeggen: leef elke dag zo goed als je kan, en houd daarbij ook rekening met je eigen grenzen.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Jamie’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Mika is 23 jaar en woont sinds twee jaar zelfstandig. Werken of studeren lukt op dit moment niet, vanwege een chronische ziekte en mentale klachten. In het dagelijks leven vindt Mika houvast in creatieve bezigheden zoals lezen en tekenen, en in de zorg voor twee katten die door het huis zwerven. Die rust is er nu, maar die is niet vanzelf ontstaan. Daaraan ging een lange periode van onzekerheid en zorgen vooraf.
Mika groeide op in armoede. Als kind woog die situatie extra zwaar. Twee keer raakte het gezin thuisloos en woonde Mika tijdelijk in een maatschappelijke opvang, samen met moeder en een broertje. Na de scheiding van de ouders kwamen grote schulden aan het licht. Schulden die jarenlang verborgen waren gebleven, maar ineens volledig terechtkwamen bij Mika’s moeder. Zij kampte zelf met mentale problemen en had weinig steun vanuit familie of vrienden.
In die periode was er weinig ruimte voor Mika om kind te zijn. De aandacht van moeder ging noodgedwongen vooral uit naar overleven en het draaiende houden van het gezin. Tegelijkertijd maakte Mika zelf ingrijpende en traumatische ervaringen mee, waar mentale klachten uit voortkwamen. In plaats van verzorgd te worden, nam Mika al op jonge leeftijd een zorgende rol op zich. Dat gevoel van verantwoordelijkheid maakte het moeilijk om eigen behoeften en problemen ruimte te geven.
De impact van armoede werd vooral zichtbaar op de middelbare school. Terwijl vrienden spontaan de stad in gingen of samen iets aten, moest Mika steeds excuses verzinnen. “Ik wilde niet dat mensen mij anders zouden zien, of dat ik iemand tot last was.” Niet omdat vrienden onbegripvol waren, maar uit schaamte. Geen geld hebben voelde als falen. Mika was opgegroeid met het idee dat je niemand tot last mag zijn en alles zelf moet oplossen. Daardoor ontstond langzaam een kloof: niet alleen financieel, maar ook emotioneel.
Rond het elfde levensjaar kwam jeugdzorg in beeld. Op vijftienjarige leeftijd besloot Mika vrijwillig uit huis te gaan, omdat de thuissituatie te zwaar werd. Dat was een ingrijpende stap. Het voelde als ‘verraad’, en zo werd het ook ervaren door de ouders. Toch bleek het nodig om te kunnen overleven. In een instelling en later op een woongroep kreeg Mika therapie, rust en voor het eerst het gevoel begrepen te worden. Daar leerde Mika hoe het is om niet altijd degene te zijn die zorgt, maar ook zelf zorg te ontvangen.
“Als dit het leven van iemand anders was geweest, had ik meteen gezegd: ga hier weg.”
Langzaam werd duidelijk dat er meer speelde. Mika bleek autisme te hebben en later ook een auto-immuunziekte en chronische vermoeidheid. Werken en school combineren was zwaar. Door gebrek aan energie en een vangnet ontstonden schulden, vooral door achteraf betalen. Omgaan met geld is iets wat je vaak thuis leert. Dat voorbeeld had Mika niet, en dat maakte het moeilijk. Mika hield het bij noodzakelijke aankopen, maar verloor het overzicht. De stress werd zo groot en leidde uiteindelijk tot meerdere suïcidepogingen en een opname.
Het keerpunt kwam toen Mika hulp durfde te vragen. Met begeleiding werd bewindvoering en schuldsanering geregeld. De schulden zo’n 6.000 à 7.000 euro werden overzichtelijk gemaakt. Dat haalde veel druk weg. “Ik hoefde niet alles alleen te doen.”
Nu gaat het, gezien de omstandigheden, beter. Mika woont zelfstandig, heeft een steunende vriendengroep, een partner en doet vrijwilligerswerk bij Het Vergeten Kind. Ook is Mika begonnen aan een gendertransitie. “Het leven is niet makkelijk, maar wel meer in balans.”
Wat Mika andere jongeren wil meegeven: “Je hoeft het niet allemaal zelf te doen. Je bent hier voor het eerst. Niemand verwacht dat je alles weet of aankan. Kleine stappen zijn ook stappen. Hulp vragen is geen zwakte, maar soms precies wat je nodig hebt om verder te kunnen.”
“Ik trok pas aan de bel toen de emmer al lang was overgelopen.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Mika’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Financiële vaardigheden voor een sterke toekomst
Jongeren krijgen steeds eerder te maken met complexe financiële keuzes.
My Cash, My Future helpt scholen om jongeren structureel financieel weerbaar te maken en schuldenproblematiek te voorkomen.
Het lesprogramma sluit aan bij de keuzes en situaties waar jongeren nu én later mee te maken krijgen. Denk aan omgaan met zakgeld en een bijbaan, sparen en uitgaven, maar ook aan grotere levensmomenten zoals zelfstandig wonen, financiële verplichtingen aangaan of omgaan met onzeker inkomen. Door te werken met realistische scenario’s en praktische opdrachten leren jongeren de gevolgen van hun keuzes overzien en weloverwogen beslissingen nemen.
My Cash, My Future is ontwikkeld met de Kredietbank, Rabobank en DoorS2Open.
Interesse om dit programma op jouw school in te zetten? Bekijk de aanvraagpagina voor meer informatie.
“Het was een echte eye-opener. Je merkt hoe groot de impact van beleid kan zijn op iemands leven.”
Samen leren, samen doen
Burgerkracht Limburg werkt al enkele jaren samen met de opleiding Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht aan een bijzonder onderwijsproject over patiënten- en burgerinitiatieven. Elk jaar krijgen studenten de kans om aan de slag te gaan met échte vraagstukken uit de samenleving – ingebracht door initiatieven die zich inzetten voor mensen met gezondheids- of maatschappelijke uitdagingen. Vanaf dit jaar heeft de samenwerking een passende naam: Samen Sterk – studentenonderzoek met Burgerkracht Limburg.
Onderzoek mét mensen, niet alleen óver mensen
In de Samen Sterk-module voeren studenten zeven weken lang onderzoek uit in opdracht van een patiënten- of burgerinitiatief. Daarbij draait het niet alleen om cijfers of theorie, maar vooral om écht contact met mensen.
Studenten spreken bijvoorbeeld mensen die leven met een chronische ziekte, armoede of een zware mantelzorgtaak. Zo ontdekken ze hoe beleid, zorg en maatschappelijke ondersteuning elkaar raken in het dagelijks leven.
Een praktijkvoorbeeld: samenwerking met Hersenletsel
Een van de studentengroepen werkte dit jaar samen met de Hersenletsel. Hun onderzoek richtte zich op de vraag hoe de stichting beter en eerder in contact kan komen met patiënten en revalidanten. In overleg met de opdrachtgever scherpten de studenten de onderzoeksvraag aan tot: Hoe kan een patiëntenvereniging beter contact maken met (ex-)patiënten of revalidanten? En wat betekent dat contact voor de patiënt zelf? De aanleiding was helder: veel mensen ervaren na hun revalidatie een “gat”. Ze kunnen niet terug naar hun oude leven en voelen zich soms aan hun lot overgelaten. Contact met lotgenoten via een patiëntenvereniging kan dan een wereld van verschil maken.
Leren van de praktijk
Voor de studenten bleek de module een indrukwekkende ervaring.
“Voor mij was dit echt een eye-opener,” vertelt een van hen. “Tijdens de interviews hoorde ik persoonlijke en vaak emotionele verhalen. Het raakte me hoe groot de invloed van beleid kan zijn op het leven van mensen.”
Ook de samenwerking met de opdrachtgever liet een blijvende indruk achter:
“We hadden voor het eerst zó intensief contact met een organisatie, zonder tussenkomst van docenten. Dat maakte ons echt verantwoordelijk voor het proces. We leerden hoe belangrijk het is om de opdrachtgever actief op de hoogte te houden, ook als we geen dringende vragen hadden.”
Van cijfers naar mensen
De belangrijkste les? Beleid en onderzoek gaan niet alleen over data, maar over mensen van vlees en bloed. “Als toekomstig beleidsmaker wil ik verder kijken dan cijfers. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om te luisteren naar ervaringen en beleid te maken dat mensen écht helpt,” zegt een student. Het besef dat zorg en beleid niet losstaan van emoties, ervaringen en menselijke waardigheid maakt deze module bijzonder waardevol voor studenten én voor de initiatieven waarmee ze samenwerken.
Samen sterker
De Samen Sterk-module laat zien wat er ontstaat als onderwijs, onderzoek en burgerinitiatieven elkaar vinden. Studenten leren luisteren, invoelen en samenwerken, terwijl organisaties profiteren van frisse inzichten. Zo versterken we elkaar – studenten, initiatieven én de samenleving – stap voor stap.
Samen het gesprek openen over kindermishandeling
Kindermishandeling komt vaker voor dan we denken en heeft grote impact op het leven van jongeren. Toch is het een onderwerp waar niet makkelijk over wordt gesproken. Met CARE-FREE ondersteunt Burgerkracht Limburg scholen en professionals om dit thema op een zorgvuldige en veilige manier bespreekbaar te maken.
CARE-FREE combineert informatie, ervaringsverhalen en interactie. Jongeren krijgen inzicht in wat kindermishandeling is, welke vormen er zijn en – vooral – waar zij terechtkunnen voor steun, voor zichzelf of voor iemand anders.
Waarom CARE-FREE waardevol is voor jongeren
CARE-FREE sluit aan bij de leefwereld van jongeren en creëert ruimte voor herkenning en gesprek. Het programma:
• helpt jongeren signalen van kindermishandeling te herkennen
• maakt duidelijk dat zij er niet alleen voor staan
• geeft handvatten om hulp te zoeken of een ander te ondersteunen
• doorbreekt taboes door open en respectvolle gesprekken
Door ervaringsverhalen wordt het onderwerp tastbaar en ontstaat er meer begrip en vertrouwen.
Meerwaarde voor scholen en professionals
CARE-FREE biedt scholen concrete ondersteuning bij signalering, preventie en nazorg. Het aanbod bestaat onder andere uit:
• gastlessen en workshops voor leerlingen
• interactieve gesprekken en werkvormen
• de gratis CARE-FREE app, waar jongeren anoniem informatie en advies kunnen vinden
• trainingen voor docenten en professionals om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan
Zo ontstaat een veilige omgeving waarin jongeren zich gehoord voelen en professionals zich gesteund weten.
Praktisch inzetbaar
CARE-FREE is flexibel inzetbaar en wordt afgestemd op de wensen en behoeften van de school of organisatie.
Wil je CARE-FREE inzetten binnen jouw school of organisatie? Bekijk de mogelijkheden en vraag het aanbod aan via de CARE-FREE-pagina.
Leren over geld door te doen en te ervaren
Geldzaken en stress horen steeds vaker bij het leven van jongeren. Toch zijn deze onderwerpen lastig om in de klas bespreekbaar te maken. De mobiele escaperoom van Burgerkracht Limburg doet dat op een speelse en impactvolle manier.
In deze interactieve escaperoom stappen jongeren samen in een realistisch scenario. Door puzzels op te lossen en samen te werken ontdekken zij hoe belangrijk overzicht, keuzes maken en hulp vragen zijn wanneer geldzaken of administratie stress opleveren. Zo ervaren jongeren zelf wat er gebeurt als je grip hebt, of juist verliest, op je situatie.
Waarom werkt deze escaperoom?
De escaperoom sluit direct aan bij situaties die jongeren herkennen of later gaan tegenkomen. Door het spel:
• ervaren jongeren hoe geldstress kan ontstaan
• leren zij het belang van overzicht en ondersteuning
• oefenen zij met samenwerken, communiceren en keuzes maken
• wordt het makkelijker om na afloop het gesprek aan te gaan
Een waardevol onderdeel is het nagesprek, waarin jonge ervaringsdeskundigen hun verhaal delen. Dit maakt het onderwerp herkenbaar en verlaagt de drempel om vragen te stellen of hulp te zoeken.
Meerwaarde voor scholen
De mobiele escaperoom is een sterke aanvulling op lessen over burgerschap, LOB, mentoruren en financiële educatie. Scholen krijgen:
• een laagdrempelige en activerende werkvorm
• een blijvende indruk bij leerlingen
• ondersteuning bij preventie van financiële problemen
• een praktisch programma dat eenvoudig in te passen is
Praktisch inzetbaar
De escaperoom wordt verzorgd vanuit een caravan en is flexibel inzetbaar. Met een buitenruimte en een lokaal met smartboard kan het programma op school worden uitgevoerd, passend bij de groep en het beschikbare tijdsblok.
Wil je jongeren op een andere manier laten leren over geld, keuzes en hulp vragen? Bekijk de mogelijkheden en vraag de mobiele escaperoom aan via de aanvraagpagina.
“Je hebt niet altijd grip op wat je overkomt, wél hoe je ermee omgaat”.
‘Deel je verhaal’ is een training waarin je leert om je ervaringsverhaal beter te delen. Burgerkracht Limburg geeft die training al geruime tijd. Mét succes, melden we bescheiden, maar ook met gepaste trots. Want verhalen delen werkt! Waarom dat zo is? Dát vertellen oud deelnemers Marcel Verhoeven en Helma Bannink van ‘Mens achter de Patiënt’ (MAP), Iris Dekkers (vrijwilliger bij Burgerkracht Limburg) en Eric Jansen (NAH ambassadeur en ervaringsdeskundige). Vier cursisten die op verschillende momenten instapten en deelnamen aan de trainingen. Samen kijken ze terug op hoe ze de training hebben ervaren en wat het hun gebracht heeft.
Een verhaal delen doet iets met een mens; maar wat is dat iets dan precies?
Dat íets is je persoonlijke verhaal over wat je is overkomen. Wat er gebeurd is en waardoor je leven een andere wending heeft genomen. Het vertelt hoe jíj nu in het leven staat en hoe je daar bent gekomen. Geen makkelijke verhalen. En hoewel de onderwerpen van verschillende aard zijn is er altijd dat gevoel van herkenning tussen mensen die ‘diep’ gegaan zijn.
Het tonen van kwetsbaarheid is de lijm van verbinding
De groepen komen vier keer bij elkaar. Opvallend is hoe snel de groepen zich ‘samenpakken’ en in korte tijd hecht worden. In het begin is het aftasten, je deelt toch iets heel persoonlijks. Gaandeweg stellen mensen zich open. Door een van de gespreksleiders wordt bewust het spits afgebeten doordat zij bij de eerste bijeenkomst haar eigen verhaal deelt. Helma: “Het draagt bij aan het gevoel van vertrouwen en veiligheid. Het betekent dat je een van ‘ons’ bent en maakt dat je jezelf bloot durft te geven. Dat doét er toe. Ik ben weer zelfverzekerd geworden, een gevoel dat ik door mijn aandoening een tijdje kwijt was. Als je van je verhaal geen drama maakt, maar het gewoon op tafel legt, is het voor de toehoorder ook beter te behapstukken.
Marcel: “Je aandoening is niet van belang, maar slechts de aanleiding dat je daar bent. Niks is raar. Alles mag er zijn, het is wat het is, zonder oordeel. Je hoeft niets uit te leggen of te verdedigen. De onderlinge acceptatie is duidelijk voelbaar.
De training en waar je achter komt
Tijdens de training wordt geoefend met het vertellen van de verhalen die de deelnemers zelf aandragen. De structuur en de opbouw van een verhaal komen aan de orde. De deelnemers worden uitgedaagd om binnen een bepaalde tijd en voor verschillende groepen te spreken. Iedereen zoekt naar een manier die voor hem of haar het beste past. Dat gaat in het begin vaak alle kanten op. De feedback die zowel de cursisten als de trainers geven is verhelderend. Je leert vanuit verschillende perspectieven kijken: “doe jij dat zo? Daar had ik zelf nog nooit aan gedacht!” Mensen pakken onverwacht door op een manier die ze misschien zelf niet direct hadden bedacht. Soms komen ze er tijdens de training achter dat de manier waarop ze het doen al prima past, of komen er juist achter dat ze het verhaal helemaal niet wíllen delen.
Groepservaring en opbouw
Tijdens de training blijf je ‘schaven’ aan je verhaal. De een had daar liever nog wat meer tijd, de ander vindt het juist genoeg. Tussen de tweede en derde week van de cursus zit een extra week tijd om thuis aan het verhaal te werken en de boel te laten bezinken. De opgedane ervaringen uit de verschillende groepen zijn – positief. De lesklapper met opdrachten wordt door de deelnemers als een goed hulpmiddel en duidelijk naslagwerk ervaren.
Er wordt geopperd om na een paar maanden een terugkomdag te organiseren – vooral als je de gelegenheid hebt gehad om het geleerde in de praktijk te brengen. Dat wordt deels ondervangen door met het organiseren van ‘Deel je Verhaal’ avonden voorafgegaan door inloopmomenten.
Gaandeweg leer je; het is wonderbaarlijk én ontroerend wat er allemaal gebeurt
Eric: “van buitenaf kun je te maken krijgen met onbegrip want wat je hebt is niet altijd zichtbaar. Toch is er meer ‘ruimte’ dan je denkt. Je mag ook zelf de vrijheid nemen om dingen aan te geven. Dat doe je misschien niet zo gauw maar het gebruiken van humor en durven te relativeren maken het minder zwaar en dan kun je verder.”
Iris: “Ik durf nu gewoon te zeggen dat ik de draad kwijt ben. Dat is immers wat mijn aandoening gewoon doet. Het gaat er niet om hoe je een verhaal ‘perfect’ vertelt maar dat je weet te ráken met je verhaal. Dat is wat ík geleerd heb. Oefenen, oefenen en vooral bij jezelf blijven, voélen wat je stijl is.
Verder is het verrassend hoe je tijdens de cursus regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Er zijn echt ‘top-twists’ waardoor je soms iets heel anders moet doen dan waar je je op had voorbereid. Dat is spannend maar juist daardoor leer je flexibel te zijn. Je verhaal komt krachtig over wanneer je in het moment durft te ‘spelen ’en ingaat op wat op dat moment goed voelt en je niet strak vasthoudt aan wat je van plan was.”
Wat de deelnemers nog meegeven
De laagdrempeligheid van de training is heel fijn maar je mag ook iets verwachten van de cursisten, zoals serieus het huiswerk maken!
En verder…vooral doorgaan met de cursus zoals die is en de warmte en de openheid die jullie bieden koesteren. De algemene tendens is van het verhaal: “ik heb er heel veel van geleerd.” Dáár doen we het voor!
In Memoriam Joyce Kleij
Joyce was een gewaardeerde collega en vooral een geliefd mens.
Bij Burgerkracht Limburg voelde zij zich thuis.
Ze wist dat ze hier écht iets voor anderen kon betekenen en dat deed ze ook.
Ze vervulde meerder rollen met enthousiasme en de training ‘Deel je verhaal’ was haar grote trots. ze noemde het vaak haar ‘kindje’. Met recht, want deze training kwam recht uit haar hart en raakte veel mensen.
Met haar open blik, warme houding, glimlach en zachte stem gaf ze mensen een veilige plek. Daardoor durfden zij hun verhaal te delen en gingen ze hun eigen ervaring in een ander licht zien. Ze liet zien hoe waardevol het is om écht naar elkaar te luisteren en elkaar te zien.
Dat bracht mensen dichter bij zichzelf én bij elkaar.
Joyce, heeft een blijvende indruk achtergelaten.
We missen je meer dan woorden kunnen zeggen, maar we zijn dankbaar voor alles wat je ons hebt gegeven.
Jouw woorden ‘Je bent niet alleen’ en ‘Durf te vragen’ blijven ons bij.
Het MamaCafé
In een tijd waarin bijna alles digitaal wordt, is de behoefte aan écht contact groter dan ooit. Dát biedt het MamaCafé. Kennis, steun, maar vooral verbinding is waar het bij het MamaCafé in Roermond om draait. Wat begon met een paar kopjes thee en een koekje in een speeltuin, groeide uit tot een bijzondere ontmoetingsplek voor ouders in Roermond en omstreken. Opgezet door een vrouw met een missie, iemand die uit eigen ervaring weet hoe het is om in de “tropenjaren” te zitten – met slapeloze nachten, zorgen om je kind, en het gevoel dat het allemaal op jouw schouders terecht komt. “Ik heb drie huilbaby’s gehad. Mijn jongste twee zijn zelfs in het ziekenhuis opgenomen. Op het moment dat je denkt: nu komt er lucht, nu gaat de jongste bijna naar school… kwam ik zelf in een heftige burn-out terecht. Alles wat ik had vastgehouden, kwam eruit.” De zorgen om je zieke kind/kinderen, de coronatijd thuis met drie en proberen te voldoen aan het perfecte plaatje om ‘alle ballen in de lucht houden’. Ze praat er open over. Eerlijk. Zonder opsmuk. En precies dát maakt haar zo geloofwaardig. Ze weet hoe het is als je moeder wordt en niemand vraagt echt hoe het met jou gaat. Dat je op Instagram alleen maar perfecte plaatjes ziet. Dat je soms schreeuwt om hulp, maar niemand het hoort.
Hoe het begon
Als jonge moeder verhuisde Gertrud vanuit de Randstad terug naar Limburg: “Ik had geen netwerk meer en zat alleen met kleine kinderen thuis tussen vier muren. Aan den lijve heb ik toen ervaren hoe eenzaam en zwaar die eerste jaren kunnen zijn. Het is niet automatisch zo dat ouders na de geboorte van hun baby terecht komen in een roze wolk; het kan ook een grijze of zelfs zwarte wolk zijn. Ik ontdekte het toenmalige MamaCafé in Roermond (destijds nog gericht op borstvoeding). Toen de oprichtster ermee stopte, twijfelde ik geen moment en maakte een doorstart in2020. Maar wél op mijn manier. Ik vroeg om volledige vrijheid – en die kreeg ik.
Toen heb ik alles opnieuw opgebouwd, met enkel een Facebookgroep en de naam als uitgangspunt. Met mijn achtergrond als Sociaal Pedagoog in zware jeugdhulpverlening, vrouwenopvang en begeleiding van ‘multi-problem gezinnen’, wist ik hoe waardevol het is om er niet alleen voor te staan. Mijn hart ligt bij gezinnen. Vanuit mijn werk weet ik hoe belangrijk het is om preventief te werken: ouders ondersteunen, zodat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien. Want de kinderen van nu zijn de volwassenen van straks.
Waar we nu staan
Inmiddels zijn we vijf-en-een-half jaar verder en is het MamaCafé Roermond uitgegroeid tot een
bloeiende community en telt de Facebookpagina meer dan 800 volgers. Ook via Instagram groeit onze community. Het begon als een klein koffiemoment (de oprichtster betaalt de koffie en thee soms zelf -niet omdat ze het kan missen, maar omdat ze gelooft dat een koffiemoment er echt bij hoort). Elke derde woensdag van de maand komen ouders samen op een plek waar niks moet, maar alles mag. In de winter zitten we in de stadsbibliotheek en zomers buiten in speeltuin de Kitskensberg. Je hoeft je niet aan te melden, er is geen drempel. Soms zijn er vijf ouders, soms dertig. Maar altijd is er ruimte voor verbinding, een luisterend oor.
Elke maand organiseren we bijeenkomsten – om de maand met een gastspreker over thema’s rondom kinderen van 0 tot 4 jaar, van draagdoekconsulent tot voedingscoaches. Er wordt peuterdans gegeven, een slaapcoach geeft advies, peutergym, kinder-EHBO en muziek op schoot. Alles draait om ontmoeting en uitwisseling. En bovenal: alles is op vrijwillige basis. In de zomervakantie maken we er een picknick van, waar ook oud-bezoekers op afkomen. Wat het MamaCafé bijzonder maakt? Het is volledig vrijwillig opgezet en uitgevoerd. Ik doe dit zonder subsidie of vaste ondersteuning. Toch organiseer ik kledingbeurzen, wandelingen, mama-dates, en zelfs een carnavalsoptocht. We hebben een appgroep met ruim 90 moeders waar alles gedeeld wordt: vragen, ervaringen, spullen, steun. Ouders helpen elkaar. En dat is precies waar het om draait.
“Als je eenmaal bij het MamaCafé bent geweest, hoef je nooit meer alleen te zijn”
In een wereld waar alles sneller lijkt te gaan, waar ouders soms het niet meer weten, is er één plek waar je gewoon even mag zijn. Waar je welkom bent zoals je bent met wallen onder je ogen, metvragen in je hoofd, of gewoon met je kindje op schoot. Die plek is het MamaCafé. De kracht zit in de herkenning. Iemand zegt: “Mijn kindje heeft uitslag.” Drie moeders reageren meteen geruststellend: “Oh, dat is gewoon de zesde ziekte. Gaat vanzelf over.” Dat soort gesprekken halen spanning weg. Je voelt: ik ben niet alleen.
Mijn droom?
Dat ik dit werk mag blijven doen, liefst beroepsmatig. Dat er ruimte komt – in beleid én financiering –om preventieve, verbindende initiatieven als die van mij verder te laten groeien. Want als je een ouder ondersteunt, geef je een kind de kans om veilig en gezond op te groeien. Daar begint alles mee. Vooralsnog regel ik alles zelf – van de planning en communicatie tot het contact met locaties. Gelukkig krijg ik bij grotere evenementen, zoals de kledingbeurs, hulp van andere moeders in de opzet en uitvoering. Ik vind het belangrijk om ook anderen te stimuleren om initiatief te nemen. Als iemand een goed idee heeft, zoals de kledingbeurs – help ik graag om dat via het MamaCafé te realiseren.
De kracht van een burgerinitiatief
Ondanks het succes draait alles nog steeds op vrijwillige inzet. Subsidie is er niet, maar wél veel betrokkenheid. Gertrud heeft aanvragen gedaan, echter zonder resultaat, maar ze laat zich niet ontmoedigen. Ze meldde zich aan voor EmPOWER jouw initiatief en won zelfs de tweede prijs – een geldprijs van €500 die ze zorgvuldig wil inzetten: voor flyers, kerstcadeautjes voor de kindjes, of een attentie voor de vrijwilligers. “Je kunt zoveel doen met weinig middelen – als je het maar met je hart doet. Toch begint het na vijfeneenhalf jaar weleens te wringen. Gelukkig dragen ouders soms vrijwillig bij, en werken we samen met lokale partijen zoals de bibliotheek, de Groene Transformator en Sportservice Roermond. Maar structurele steun zou enorm helpen daarom deed ik ook mee aan EmPOWER jouw Initiatief.
Dromen over de toekomst
“Het mooiste aan het MamaCafé? De relaties die ontstaan. Ouders die elkaar voor het eerst spreken,
en jaren later nog steeds contact hebben. Moeders die elkaar ontmoeten tijdens een wandeling in coronatijd en vriendinnen worden. Een vader uit Canada die langskomt met zijn gezin en geraakt wordt door het concept. Ik had laatst een moeder die zei: ‘Ik heb lang getwijfeld, maar ik ben er toch’.
Toen heb ik haar meteen gecomplimenteerd. Want als je die drempel over durft, heb je de grootste stap al gezet.” Dromen zijn er. Het Café floreert. Maar het blijft allemaal draaien op één persoon, met de hulp van vrijwilligers en een partner die achter me staat. “Mijn wens? Dat iemand zegt: ‘Wat jij doet is zó waardevol, wij willen dat je dit groter maakt.’ Dat een organisatie of gemeente zegt: ‘Kom voor ons werken. Of laat ons jou inhuren als zzp’er.’ Want ik weet: dit werkt en het bewijs is er. Ouders hebben dit nodig. Dat weet ik niet alleen uit ervaring, maar ik zie elke maand opnieuw wat er gebeurt als je mensen samenbrengt. Als je de ruimte geeft om écht te praten. Als je laat zien dat hetouderschap niet altijd licht is, maar dat je er niet alleen in hoeft te staan.
Eén boodschap blijft hangen:
“Als je eenmaal bij het MamaCafé bent geweest, hoef je nooit meer alleen te zijn.” Geen slogan. Gewoon de waarheid!