Daan (24): “Ik wilde vooral dat iemand ons eindelijk serieus nam”
TW: Let op: Dit verhaal gaat over huiselijk geweld, onveiligheid en jeugdhulp. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Praat met iemand die je vertrouwt of kijk op de website van Veilig Thuis.
Daan is 24 jaar en deelt haar verhaal omdat zij weet hoe ontwrichtend het is als je als kind wél vertelt wat er thuis gebeurt, maar niet wordt geloofd. Jarenlang leefde ze in een onveilige situatie, terwijl hulpverlening en school niet goed zagen wat er speelde. Juist daarom vindt zij het belangrijk dat er beter wordt geluisterd naar kinderen en jongeren.
Toen Daan zes jaar was, gingen haar ouders uit elkaar. Wat volgde was een lange en ingewikkelde vechtscheiding. In die periode was haar moeder depressief en kon ze niet goed voor zichzelf en haar broertjes zorgen. Ook was er sprake van mishandeling. Daan vertelde erover, net als zijn broertjes, maar hulp kwam niet meteen op gang. “We hebben altijd wel ons verhaal gedaan,” zegt Daan. “Maar het werd niet echt serieus genomen.”
Jarenlang voelde Daan zich daardoor onveilig en onbegrepen. Niet alleen thuis, maar ook daarbuiten. “Ik voelde me heel erg onbegrepen en niet gehoord door de organisaties waarmee we spraken,” vertelt Daan. “Dat was ontzettend frustrerend.”
“Mijn moeder kon heel goed praten”
Volgens Daan duurde het lang voordat professionals zagen wat er daadwerkelijk aan de hand was. Zij denkt dat dat ook te maken had met hoe overtuigend volwassenen kunnen overkomen. “Mijn moeder kon heel goed praten,” zegt Daan. “Daardoor geloofden mensen niet wat er bij ons thuis gebeurde.”
Op school liep zij tegen iets soortgelijks aan. Daar miste ze volwassenen die zonder oordeel konden luisteren. “Ik had het heel fijn gevonden als er op school mensen waren geweest die het gewoon serieus namen,” zegt hij. “Of die geen kant kozen.”
De behoefte was voor hem in die tijd eigenlijk heel duidelijk: niet nóg meer onderzoek of nóg meer gesprekken, maar gewoon iemand die echt luisterde. “Ik wilde vooral dat wij serieus werden genomen door mensen,” zegt Daan.
“Na vijf jaar werden we eindelijk gehoord”
Pas na jaren kwam er een hulpverlener die volgens Daan echt keek, luisterde en doorvroeg. Iemand die niet alleen met het gezin sprak, maar ook thuis observeerde en haar eigen conclusies durfde te trekken. “Zij was uiteindelijk de eerste die het echt heel serieus nam en daar ook iets mee deed,” vertelt Daan.
Die hulpverlener speelde later een belangrijke rol in de rechtszaak en de beoordeling van de thuissituatie. Uiteindelijk konden Daan en zijn broertjes grotendeels bij hun vader gaan wonen. “Het was een enorme opluchting dat we na vijf jaar wel werden gehoord en geloofd,” zegt hij.
Dat veranderde veel, maar betekende niet dat alles meteen goed was. Ook daarna bleef het onrustig. Er gebeurden nog veel dingen binnen het gezin en de situatie bleef ingewikkeld. Toch bleef dat ene verschil voor hem belangrijk: eindelijk was er iemand geweest die niet wegkeek.
“Ik ben er altijd over blijven praten”
Waar sommige jongeren juist stilvallen, merkte Daan dat zij bleef vertellen wat er aan de hand was. Niet omdat dat makkelijk was, maar omdat zij voelde dat er iets moest veranderen. “Ik heb het nooit heel moeilijk gevonden om het erover te hebben,” zegt ze. “Ik wilde gewoon heel graag dat het zou veranderen.”
Dat betekende niet dat ze het alleen deed. Zijn oma was in die periode een belangrijke steun. Met haar kon zij altijd bellen en zijn verhaal kwijt. “Zij wist precies wat er aan de hand was,” vertelt Daan. “Dat was echt een steunpilaar.”
Ook in andere mensen in zijn omgeving vond zij soms een uitlaatklep. Bijvoorbeeld bij vrienden thuis, of bij ouders van vrienden die wisten dat er iets speelde. Niet altijd om oplossingen te vinden, maar wel om even op adem te komen. Om niet alles alleen te hoeven dragen.
“Je hoeft het niet alleen te dragen”
Wat Daan anderen vooral wil meegeven, is hoe belangrijk het is om mensen om je heen te zoeken bij wie je terechtkunt. Dat hoeft niet meteen een hulpverlener te zijn. Soms is het al genoeg als er één iemand is die luistert, zonder te bagatelliseren of partij te kiezen.
“Zoek mensen om je heen waar je je verhaal kwijt kan,” zegt ze. “Waar je je geliefd voelt en waar je even terecht kan. Het is gewoon fijn om je verhaal kwijt te kunnen, zodat je het niet alleen hoeft te dragen.”
Zij merkt ook nu nog hoe waardevol contact is met mensen die zelf iets ingrijpends hebben meegemaakt. Herkenning helpt. Niet omdat iemand precies hetzelfde moet hebben beleefd, maar omdat je elkaar vaak sneller begrijpt. “Ik merk dat je elkaar wat beter begrijpt,” zegt Daan. “En dat je het ook beter kunt hebben over de heftige dingen die zijn gebeurd.”
Als kind maakte zij al eens deel uit van een groep met andere kinderen van gescheiden ouders. Dat vond zij waardevol. Het liet hem zien dat herkenning en lotgenotencontact echt verschil kunnen maken. “Het was heel fijn om herkenning te vinden in andermans verhalen,” zegt Daan.
“Er moet iemand zijn die echt luistert”
Inmiddels deelt Daan zijn verhaal vaker, ook met groepen en professionals in opleiding. Wat haar dan opvalt, is dat veel mensen verbaasd zijn dat een kind zo lang niet geloofd werd. Toch is dat precies de reden waarom zij blijft vertellen. Omdat zij weet dat dit soort situaties complex zijn, en omdat zij vindt dat volwassenen beter moeten leren kijken en luisteren.
Naast steun van anderen vond Daan ook houvast in sport. Dat was voor hem een manier om even uit alle spanning en het gedoe te stappen. “Sporten was voor mij echt een uitlaatklep,” vertelt ze. “Gewoon even ergens heen kunnen waar je iets anders doet dan bezig zijn met problemen.”
Terugkijkend weet Daan hoe belangrijk het is dat kinderen niet alleen worden gehoord, maar ook serieus genomen. Niet pas na jaren, niet pas als alles escaleert, maar op het moment dat ze vertellen dat er iets niet klopt. “Er moet iemand zijn die echt luistert,” is de kern van haar verhaal.
Hulp nodig? Je hoeft er niet alleen mee te blijven lopen
Herken je jezelf in (delen van) Daan’s verhaal? Of maakt dit iets bij je los? Praat erover met iemand die je vertrouwt. Dat kan een vriend, familielid, docent, coach of hulpverlener zijn. Blijf er niet alleen mee rondlopen. Hulp vragen mag. Ook voor jou.