Een kinderfeestje geven? Hartstikke leuk! Maar voor veel gezinnen is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wat als er simpelweg geen budget voor is? Je gunt je kind dat bijzondere gevoel:
“Vandaag ben ik jarig, ik mag een feestje geven, en iedereen komt speciaal voor mij!”
Dit jaar viert Stichting Kinderfeest haar tienjarig jubileum. Wat ooit klein begon, groeide uit tot een organisatie die inmiddels zo’n 500 kinderfeestjes per jaar mogelijk maakt voor kinderen die opgroeien in armoede. Tanja Oostervink, directeur van Stichting Kinderfeest vertelt: “we organiseren een volwaardig kinderfeestje op locatie. Precies zoals andere klasgenootjes dat ook doen. En dat is belangrijk, want een kinderfeestje draait om meer dan slingers en taart. Het gaat vooral om erbij horen. Veel ouders ervaren schaamte of stress rondom armoede. Ze willen andere ouders liever niet thuis ontvangen en zien op tegen de organisatie en kosten. Door het feestje op een externe locatie te houden, verdwijnt die drempel. Alles wordt geregeld: de locatie, het eten, de activiteit. Ouders hoeven alleen met hun kind te komen en te genieten. De kosten en organisatie rondom het feestje verlopen anoniem: niemand weet dat het door Stichting Kinderfeest is gerealiseerd.”
Vrijwilligers maken het mogelijk
De stichting draait grotendeels op vrijwilligers. Feestcoördinatoren die de feestjes organiseren, vrijwilligers voor administratie, social media, fondsenwerving en bestuur. Slechts 0,8 fte is betaalde inzet; de rest gebeurt door betrokken mensen.
Sanne Habich is één van die vrijwilligers. Haar motivatie is persoonlijk. “Onze dochter was als baby ernstig ziek. Daardoor kregen haar verjaardagen een speciale betekenis. Tegelijkertijd zag Sanne – onder andere via haar man die in het speciaal onderwijs werkt – hoe groot het contrast is met kinderen die nooit een feestje krijgen. “Het leven vieren zou voor ieder kind moeten kunnen”, zegt ze. “Dat geldt ook voor kinderen waarvan de ouders het niet breed hebben. Je kiest niet in welk gezin je geboren wordt. Heel veel dingen kun je niet oplossen maar je kan wel je steentje bijdragen aan het verbeteren van allerlei zaken die het leven plezierig maken.”
Voor wie zijn de feestjes?
De stichting helpt kinderen in de basisschoolleeftijd, vooral tussen de 6 en 12 jaar, met de nadruk op de oudere groepen. Juist daar speelt groepsdruk en vergelijken een grotere rol. Kinderen die zelf geen feestje geven, worden vaak niet uitgenodigd. Dat heeft grote gevolgen voor hun sociale ontwikkeling. De aanvragen voor de feestjes lopen via hulpverlenende instanties, zoals Stichting Leergeld of Quiet, zodat zeker is dat de hulp terecht komt bij gezinnen die het nodig hebben. De inkomensgrens ligt bij 130% van het sociaal minimum, omdat juist gezinnen net boven de armoedegrens vaak tussen wal en schip vallen. Limburg is één van de focusprovincies waar armoede relatief hoog is. Parkstad en omgeving behoren tot de armste gebieden van Nederland. We proberen zoveel mogelijk kinderen te helpen. Elk jaar proberen we als stichting geleidelijk uit te breiden, zonder financiële risico’s te nemen.
Wat doet een feestje met een kind?
De impact van een kinderfeestje reikt veel verder dan die ene middag. Uit metingen blijkt dat kinderen zich zekerder voelen, zich beter verbinden met klasgenoten en zelfs beter presteren op school. Het mee kunnen praten op het schoolplein, de voorpret, de herinneringen: het hoort er allemaal bij. Er zijn verhalen van kinderen die na hun feestje voor het eerst werden uitgenodigd om bij klasgenootjes te komen spelen. Of die ineens een spreekbeurt durfden te houden. Dat ene moment van gezien worden kan het begin zijn van blijvend zelfvertrouwen.
Het organiseren van een feestje begint met een aanvraag van een hulpverlenende instantie. Gevolgd door een telefoontje van de feestcoördinator met de ouders om de wensen van het kind te bepreken. De wens van het kind staat altijd centraal. Officieel zijn de thema’s: creatief, sportief, natuur of techniek. Vervolgens neemt de feestcoördinator contact op met de door het kind gekozen feestlocatie. En krijgen de ouders bericht over hoe het feestje eruit komt te zien. Onze grootste uitdagingen? Genoeg financiering en voldoende aanmeldingen via de juiste hulpverleners, vooral in Limburg. Niet omdat de nood er niet is, maar omdat hulpverleners vaak overbelast zijn.
Investering in de toekomst van een kind
“Een kinderfeestje is geen luxe,” benadrukt de stichting. “Het is een waardevol moment in het leven van een kind. Door zo’n viering mogelijk te maken draag je bij aan hun toekomst .”
Onze ultieme droom? Dat Stichting Kinderfeest ooit overbodig wordt. Dat elk kind, ongeacht de thuissituatie, zijn of haar verjaardag kan vieren. Tot die tijd blijven we doen wat we doen: kinderen laten voelen dat ze ertoe doen!
Op donderdag 16 april vond de vijfde en laatste bijeenkomst van het Burgerberaad MooiMaasvallei plaats in Boxmeer, Hotel Riche. De afgelopen 6 maanden is er door meer dan 170 inwoners uit de gemeenten Bergen, Gennep en Land van Cuijk hard gewerkt aan het samenstellen van 51 adviezen. We startten in oktober met de centrale vraag ‘Wat heb jij nodig om een (positief) gezond leven en gezonde leefomgeving te hebben in MooiMaasvallei, nu en in de toekomst?’. En op deze samengestelde adviezen werd gisteren gestemd. Een feestelijke afsluiting van een traject met zeer betrokken inwoners.
“Er wordt nog te vaak gedacht vóór mensen, in plaats van mét mensen. Dit burgerberaad laat zien hoeveel kennis, ervaring en betrokkenheid er bij inwoners zelf aanwezig is.”
MooiMaasvallei verbindt inwoners, zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten, onderwijs en bedrijven om een hechte, zorgzame gemeenschap te creëren. En dat is nodig, want deze regio is prachtig, maar ook kwetsbaar. Door vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt staan zorg en welzijn onder druk. Om ervoor te zorgen dat we ook in de toekomst gelukkig en gezond kunnen wonen, werken en leven, moeten we het anders organiseren en meer inzetten op solidariteit, preventie, vernieuwing en samenwerking.
Het Burgerberaad is hierbij een belangrijk instrument om inwoners actief te betrekken en een stem te geven. Van de 51 uitgewerkte adviezen zijn er op 49 adviezen met meer dan 50% vóór gestemd. Adviezen die gingen over o.a. voedselbossen, proeftuinen voor preventie en natuur dichterbij. Deze adviezen worden aangeboden aan de steungroep, die er vervolgens verder mee aan de slag gaat. Daarmee krijgt al het werk dat hier verricht is een vervolg en hopelijk ook een blijvende impact.
“Ik ben trots op alle inwoners die hebben meegedaan aan dit burgerberaad. Jullie inzet, betrokkenheid, ideeën en waardevolle gesprekken hebben dit traject écht betekenis gegeven”, aldus Vera Niessen, projectleider Burgerberaad MooiMaasvallei. “Inwoners laten zo zien wat er mogelijk is wanneer mensen met verschillende perspectieven samenkomen, niet alleen om mee te denken, maar om samen te bouwen aan concrete adviezen voor een gezond MooiMaasvallei.”
Over Burgerberaad MooiMaasvallei
Het Burgerberaad MooiMaasvallei is een groep inwoners die door loting is samengesteld. Samen denken zij na over vraagstukken die de toekomst van de regio raken. Het beraad wordt begeleid door onafhankelijke tafelleiders en streeft naar een evenwichtige vertegenwoordiging van alle gemeenten en leeftijden binnen MooiMaasvallei.
Het Burgerberaad wordt georganiseerd door Burgerkracht Limburg. Zij zorgen dat de stem van de inwoner gehoord wordt door samen te werken, kennis te delen en krachten te bundelen. Want samen maken we het verschil.





Loop jij ook mee met de Buddyzorg Limburg Minimars?
Voor het derde jaar op rij loopt Buddyzorg Limburg op paaszaterdag 4 april mee met de Minimars, die deel uitmaakt van de Kennedytocht. Met haar project “Buddyzorg in Beweging’, wil Buddyzorg Limburg de aandacht vestigen op meer bewegen. Bewegen bevordert de gezondheid. Kleine veranderingen in gewoonten kunnen al grote gezondheidswinst opleveren”
Wil jij als buddy of maatje van Buddyzorg Limburg ook meelopen? Laat het dan even weten via marielouiseweerts@burgerkrachtlimburg.nl
Voor de campagne Hulp vragen mag gingen we in gesprek met Ruud Hanssen, hoofdagent bij Politie Echt hoe de Politie investeert in laagdrempelig contact om toegankelijk te zijn voor jongeren.
Kun je jezelf kort voorstellen?
“Ik ben 33 jaar en werk nu zo’n 2,5 jaar in Echt als hoofdagent in de noodhulp. Voordat ik bij de politie kwam, heb ik vijf jaar in het basisonderwijs gewerkt als gymdocent. Die achtergrond neem ik elke dag mee in mijn werk met jongeren.”
In welke gebieden werk je en met welke leeftijdsgroep heb je vooral te maken?
“Ik werk in Roerdalen, Maasgouw en de gemeente Echt-Susteren. Als noodhulp zijn we niet aan één gemeente gekoppeld zoals wijkagenten. Wij komen in het hele gebied en kunnen overal ingezet worden. We komen jongeren van allerlei leeftijden tegen, maar het meeste contact hebben we met jeugd tussen de 8 en 16 jaar.”
Jullie gaan bewust de wijk in om te gamen en te voetballen met jongeren. Hoe is dat ontstaan?
“We gaan niet bewust de wijk in om te voetballen met de jeugd, maar pakken de ruimte als deze er is. Normaal komen we vaak alleen langs als er iets negatiefs is gebeurd. Nu komen we juist langs om te vragen of we een potje voetbal mee mogen doen. Jongeren reageren daar heel enthousiast op. We kregen zelfs van ouders via social media terug dat kinderen enthousiast thuiskwamen. Dat is ook precies waarom ik dit doe. Het is geen verplichting; niet alle collega’s doen dit. Je kiest hier zelf voor en het moet ook bij je passen.”
Waarom is het belangrijk dat de politie zichtbaar en benaderbaar is voor jongeren?
“Voor kinderen en jongeren is het een hele grote stap om naar de politie toe te gaan. Op momenten dat het kan, willen we daarom investeren in laagdrempelig contact. Als we hen later thuis of in de straat tegenkomen, is onze insteek dat ze zich dan veiliger voelen en eerder hun verhaal durven te doen.”
“Ik merk dat als jongeren me echt nodig hebben, ze sneller naar me toe komen. Ze herkennen me, soms zelfs bij naam: Dat maakt het contact veel makkelijker.”
Wat gebeurt er als dat contact er niet is?
“De politie komt in de media vaak afstandelijk over. Terwijl we juist in een landelijk gebied als dit de kans hebben om dichter bij jongeren te staan dan in een grote stad. Door zichtbaar te zijn en normaal contact te maken, zien jongeren dat wij ook gewoon mensen zijn. Dat helpt om het beeld positiever te maken.”
Merk je dat jongeren moeite hebben met hulp vragen?
“Ja, absoluut. Tegelijkertijd zijn we ons er heel goed van bewust dat we dit niet zomaar oplossen. Je vraagt niet meteen hoe het thuis gaat of wat iemand bezighoudt. Dat vraagt tijd, vertrouwen en investeren. Dat doen we bewust. Als we uiteindelijk één jongere bereiken die zich durft uit te spreken, is dat al heel waardevol.”
Wat merk je wanneer je met jongeren gamet of sport?
“We staan regelmatig in speeltuinen of op pleintjes. Jongeren herkennen ons, maken makkelijker een praatje en zijn minder argwanend. Als we een keer moeten optreden, is daar ook meer begrip voor.”
“We zijn ook sinds kort gestart met gemengde patrouilles: één Nederlandse collega en één Belgische collega. Dat doen we ongeveer één keer per maand, maar ook bij evenementen zoals kermissen en bij andere evenementen in grensgebieden waar veel Nederlandse jeugd komt. Laatst heb ik de Belgische collega’s ondersteunt bij een drugsactie op scholen in Maaseik. Jongeren herkenden mij en zeiden me gedag. Mijn Belgische collega vroeg hoe ze mij kenden, en dat kwam echt door dat laagdrempelige contact.”
Hoe zou jij beschrijven hoe het momenteel gaat met jongeren in jouw wijk?
“We hebben vooral te maken met overlast van hangjongeren. Dat hoeft niet meteen problematisch te zijn, maar zonder contact kan het wel sneller uit de hand lopen. Soms zie je dat iemand snel boos wordt, een grote mond heeft of grenzen opzoekt. Door benaderbaar te blijven en in gesprek te gaan, voorkom je vaak escalatie.”
Hoe is de samenwerking met andere partijen?
“Die is hier heel goed. We hadden een groepje jongeren die voor flinke overlast zorgde. Toen hebben we snel geschakeld met de gemeente, jongerenwerk en andere hulpverleners. We organiseerden een spoedoverleg, brachten in kaart wie de jongeren waren en bepaalden samen de aanpak.”
Hoe ga je om met het uitdelen van boetes? Dat vindt toch niemand leuk?
“Jongeren weten vaak zelf heel goed wanneer ze iets fout doen en dat daar consequenties aan vastzitten. Je kunt boos worden en streng optreden, maar je kunt ook het gesprek aangaan. Elke collega bepaalt uiteindelijk zelf of iemand een waarschuwing krijgt of een proces-verbaal.
”In de actualiteit lees je veel over foto’s en video’s die verspreid worden onder jongeren. Merk jij dit ook?
“Ja. Tijdens mijn politieopleiding werd ik gevraagd om voorlichting te geven aan een brugklas met kinderen die ik kende toen ik nog gymdocent was. Ik had vroeger aan de meeste kinderen lesgegeven op de basisschool. Er werden naaktfoto’s verstuurd, filmpjes gedeeld. Ik ben toen het gesprek met hen aangegaan. Je merkt dan dat jongeren zich totaal niet bewust zijn van de impact. Door dat bespreekbaar te maken, ontstaat bewustwording. Dat is precies waar preventie over gaat.”
Wat kunnen scholen of professionals doen om de drempel te verlagen?
“Investeer in relaties. Wees zichtbaar, geef voorlichting en zorg dat jongeren weten wie je bent en waar ze terechtkunnen voor hulp. Wij als politie signaleren en verwijzen door naar de juiste hulpverlening. Wij lossen de problemen niet alleen op, maar een band helpt wel om jongeren te verwijzen naar de juiste hulpverlening.”
Veel jongeren denken bij de politie alleen aan straffen. Wat kun je daarover zeggen?
“Dat beeld klopt niet altijd. Uiteraard is de hoofdtaak van de politie om strafbare feiten op te sporen. Maar daarnaast kunnen we ook ingezet worden voor de hulpverlening.
Wat zou je willen dat jongeren écht weten over de politie?
“Dat we benaderbaar zijn. En dat ouders daarin ook een rol hebben. Op schoolpleinen hoor je soms: ‘Die moet je hebben.’ Dat helpt niet. Dat zet ons in een negatief daglicht. Terwijl mensen hier aangifte komen doen en wij er zijn om te helpen. Spreek ons vooral aan op straat of zwaai naar ons. Daarnaast is werken bij de politie leuk. Denk daar ook eens aan. Door te kiezen voor een baan bij de politie kun je zelf ook meewerken aan het verbeteren van het contact met jongeren.”
Als je één boodschap mocht meegeven aan jongeren, wat zou dat zijn?
“Praat als je problemen hebt. Of dat nu digitaal, via een berichtje of face-to-face is. Zorg dat een volwassene van je zorgen of problemen afweet, zodat iemand je kan helpen.”
Wat zou je zeggen tegen een jongere die twijfelt om hulp te vragen?
“Ik snap dat het moeilijk is. Maar hulp vragen is geen zwakte, het is juist sterk. Er is altijd wel een oplossing.”
Bewegen en ontmoeten in het Waldeck- en Tapijnpark te Maastricht.
De bladeren zijn gevallen, de lucht is fris en het park nodigt uit om samen op pad te gaan! Buddyzorg Limburg organiseert een gezellige Nieuwjaarswandeling in het prachtige Waldeck- en Tapijnpark te Maastricht
Wandelen is gezond, ontspannend en… een fijne manier om anderen te ontmoeten.
Misschien ontmoet je wel iemand uit de wijk Mariaberg met wie je daarna vaker een ommetje wilt maken! 🌳
Na een half uurtje wandelen genieten we samen van gratis koffie en Limburgse vlaai in het sfeervolle café Abrahamslook, (Polvertorenstraat 6 te Maastricht).
📅 Wanneer: Donderdag 8 januari 2026.
🕐 Tijd totaal: 13.30 uur tot 16.00 uur.
📍 Waar: Park Maastricht, verzamelen voor de hoofdingang (trappen) van de Albert Heijn/Jan Linders winkel aan de Tongerseweg 57 A 02 te Maastricht.
👟 Programma:
13.30 uur: Bij elkaar komen voor hoofdingang (trappen) van de Albert Heijn/Jan Linders winkel aan de Tongerseweg 57 A 02 te Maastricht.
13.45 uur: Start wandeling door het park (ca. 30 minuten).
14:30 uur: Gezellig samenzijn in Abrahamslook met gratis koffie en vlaai.
16.00 uur: Afsluiting.
Iedereen is welkom – jong en oud, met of zonder buddy.
Samen bewegen, samen ontmoeten, samen genieten! 💛
➡️ Aanmelden tot en met 6 januari 2026: marielouiseweerts@burgerkrachtlimburg.nl
Bellen mag ook! 06-30 83 72 87.
🧡 Let op: er is plaats voor maximaal 30 deelnemers, dus meld je snel aan!
Een initiatief van Buddyzorg Limburg – omdat samen bewegen verbindt. Info: www.buddyzorglimburg.nl.
Financiële vaardigheden voor een sterke toekomst
Jongeren krijgen steeds eerder te maken met complexe financiële keuzes.
My Cash, My Future helpt scholen om jongeren structureel financieel weerbaar te maken en schuldenproblematiek te voorkomen.
Het lesprogramma sluit aan bij de keuzes en situaties waar jongeren nu én later mee te maken krijgen. Denk aan omgaan met zakgeld en een bijbaan, sparen en uitgaven, maar ook aan grotere levensmomenten zoals zelfstandig wonen, financiële verplichtingen aangaan of omgaan met onzeker inkomen. Door te werken met realistische scenario’s en praktische opdrachten leren jongeren de gevolgen van hun keuzes overzien en weloverwogen beslissingen nemen.
My Cash, My Future is ontwikkeld met de Kredietbank, Rabobank en DoorS2Open.
Interesse om dit programma op jouw school in te zetten? Bekijk de aanvraagpagina voor meer informatie.
Samen het gesprek openen over kindermishandeling
Kindermishandeling komt vaker voor dan we denken en heeft grote impact op het leven van jongeren. Toch is het een onderwerp waar niet makkelijk over wordt gesproken. Met CARE-FREE ondersteunt Burgerkracht Limburg scholen en professionals om dit thema op een zorgvuldige en veilige manier bespreekbaar te maken.
CARE-FREE combineert informatie, ervaringsverhalen en interactie. Jongeren krijgen inzicht in wat kindermishandeling is, welke vormen er zijn en – vooral – waar zij terechtkunnen voor steun, voor zichzelf of voor iemand anders.
Waarom CARE-FREE waardevol is voor jongeren
CARE-FREE sluit aan bij de leefwereld van jongeren en creëert ruimte voor herkenning en gesprek. Het programma:
• helpt jongeren signalen van kindermishandeling te herkennen
• maakt duidelijk dat zij er niet alleen voor staan
• geeft handvatten om hulp te zoeken of een ander te ondersteunen
• doorbreekt taboes door open en respectvolle gesprekken
Door ervaringsverhalen wordt het onderwerp tastbaar en ontstaat er meer begrip en vertrouwen.
Meerwaarde voor scholen en professionals
CARE-FREE biedt scholen concrete ondersteuning bij signalering, preventie en nazorg. Het aanbod bestaat onder andere uit:
• gastlessen en workshops voor leerlingen
• interactieve gesprekken en werkvormen
• de gratis CARE-FREE app, waar jongeren anoniem informatie en advies kunnen vinden
• trainingen voor docenten en professionals om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan
Zo ontstaat een veilige omgeving waarin jongeren zich gehoord voelen en professionals zich gesteund weten.
Praktisch inzetbaar
CARE-FREE is flexibel inzetbaar en wordt afgestemd op de wensen en behoeften van de school of organisatie.
Wil je CARE-FREE inzetten binnen jouw school of organisatie? Bekijk de mogelijkheden en vraag het aanbod aan via de CARE-FREE-pagina.