Offcanvas
Zoeken
Nisa (26): “Ik droeg een masker, zodat niemand zag hoe slecht het ging”

Nisa (26): “Ik droeg een masker, zodat niemand zag hoe slecht het ging”

TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals: suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.

Nisa is 26 jaar. Als ze terugkijkt op haar tienerjaren, beschrijft ze een periode waarin er veel speelde, maar waarin bijna niemand dat echt zag. Vooral de middelbareschooltijd was voor haar ingrijpend.

Thuis ging het vaak niet goed. Haar moeder had zelf mentale problemen en reageerde haar frustraties regelmatig op Nisa af. “Er werd veel geschreeuwd en ik voelde me vaak genegeerd.” Wat er thuis gebeurde, nam ze onbewust mee naar school. Toch liet ze daar weinig merken.

”Van buiten leek het alsof alles goed ging. Maar van binnen voelde ze zich vaak alleen.

“Ik deed juist alsof ik heel zelfverzekerd was,” vertelt ze. “Ik liet mensen lachen en probeerde altijd sterk over te komen.” Van buiten leek het alsof alles goed ging. Maar van binnen voelde ze zich vaak alleen.

Op haar veertiende kwam dat allemaal tot een dieptepunt. Ze deed een suïcidepoging, iets wat voor haar omgeving volledig onverwacht kwam. “Niemand had het zien aankomen, omdat ik het zo goed verborgen hield.”

Na die poging werd ze kort opgenomen in het ziekenhuis en werd therapie geadviseerd. Toch kwam die hulp er toen niet. Nisa had eerder negatieve ervaringen met hulpinstanties en wilde niet opnieuw in dat traject terechtkomen.

“Ik wilde vooral niet dat er werd ingegrepen,” zegt ze. Ze was bang dat praten over haar situatie gevolgen zou hebben, bijvoorbeeld dat ze uit huis geplaatst zou worden. Daardoor bleef ze alles zoveel mogelijk voor zichzelf houden.

“Ik praatte het goed. Mensen accepteerden dat gewoon.”

De periode daarna voelde vaak eenzaam. “Ik had vriendinnen, maar ik praatte er niet echt over.” Als mensen vroegen hoe het ging, zei ze meestal dat het beter ging. “Ik praatte het goed. Mensen accepteerden dat gewoon.”

Langzaam begon ze zich steeds meer terug te trekken. Ze huilde veel en zocht vaker de afzondering op. Vriendschappen verwaterden en ze voelde zich steeds meer alleen met haar gedachten. Wat het extra moeilijk maakte, was dat op school vooral gekeken werd naar haar prestaties. “De focus lag op mijn cijfers en op wat niet goed ging.” Gesprekken waren er wel, maar volgens haar ging het zelden over wat er écht speelde.

“De focus lag op mijn cijfers en op wat niet goed ging.”

Achteraf denkt Nisa dat sommige mensen misschien wel signalen zagen, maar niet goed wisten wat ze ermee moesten doen. “Mijn situatie was complex. Dat is ook lastig voor een docent.” Wat ze toen vooral had gemist, was ruimte. Niet per se gesprekken die moesten, maar plekken waar ze even kon blijven, kon praten of gewoon kon zijn zonder druk.

“Soms heb je eerst ruimte nodig om te ventileren voordat je weer kunt focussen op school.”

Later ontdekte ze ook hoe waardevol het kan zijn om met andere jongeren te praten. In haar omgeving hadden meerdere meiden moeilijke ervaringen meegemaakt, zoals huiselijk geweld of seksueel misbruik. Daar spraken ze onderling wel over. “Toch zochten we daar geen hulp voor,” zegt ze. Schaamte speelde een rol, maar ook het idee dat er toch niets mee gedaan zou worden. Tegenwoordig denkt ze dat ontmoetingsplekken voor jongeren juist heel belangrijk kunnen zijn. Plekken waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, activiteiten kunnen doen en ervaringen kunnen delen. “Niet meteen in een formele hulpverleningssituatie, maar gewoon samen.”

Na haar tienerjaren bleef Nisa lange tijd in een soort overlevingsstand leven. Ze ging door met haar leven, maar veel van wat ze had meegemaakt bleef onder de oppervlakte. Pas op haar 25e begon ze voor het eerst met therapie. “Het heeft heel lang geduurd voordat ik die stap zette,” vertelt ze. Maar die hulp maakte wel verschil. Ze kreeg meer inzicht in haar eigen emoties en leerde beter omgaan met stress en spanning.

“Ik kan mijn emoties nu beter reguleren. Vroeger raakte ik snel in paniek of werd ik boos. Nu voel ik meer stabiliteit.”

Ze ziet therapie niet als een snelle oplossing, maar wel als een belangrijke stap. “Je hoeft misschien niet volledig te ‘genezen’, maar je kunt wel leren hoe je beter met je leven omgaat.” Als Nisa terugkijkt, heeft ze één belangrijke boodschap voor jongeren die nu in een moeilijke situatie zitten. “Schaam je niet voor wat je hebt meegemaakt.”

Volgens haar begint verandering vaak bij zelfcompassie. Het besef dat je het verdient om een goed leven te hebben en rust te ervaren. “Veel jongeren leren die liefde voor zichzelf niet vanzelf. Soms moet je die echt opnieuw leren.”

Ze benadrukt ook dat het nooit te laat is om hulp te zoeken. Zelfs als iets jaren geleden is gebeurd, kan het nog steeds invloed hebben. “Misschien denk je dat het te laat is of dat het al zo lang geleden is. Maar hulp zoeken kan altijd nog verschil maken.”

En misschien is dat wel het belangrijkste wat ze heeft geleerd: Je hoeft het niet alleen te dragen. En het is nooit te laat om te beginnen met herstellen.

Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Nisa’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.

Nisa (26): “Ik droeg een masker, zodat niemand zag hoe slecht het ging”

Lien (25): “Niemand kon mij uit die put halen behalve ikzelf”

Achraf (16): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”

Eva (20): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”

Ayana (24): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”

Lotte (18): “Ik dacht dat ik sterk moest zijn door alles op te kroppen”

lees ook

Loop met Buddyzorg Limburg mee met de Mini-Mars

deel dit artikel