Ayana (24): “Ik dacht dat ik de enige was die zich zo voelde”
TW: Dit interview bevat onderwerpen zoals zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, depressie.
Lees dit alleen als je je hier emotioneel klaar voor voelt. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Ayana is 24 en worstelt al jaren met mentale problemen, vooral met een depressie. “Het is de laatste jaren iets verminderd,” vertelt hij, “maar ik merk er nog steeds veel van.”In de zwaarste periode sneed ze zichzelf regelmatig. Ze praatte er met niemand over. “Ik voelde me heel alleen, omdat ik dacht dat ik de enige was die hiermee te maken had.”
Ayana (24): “Ik was veertien en ineens zorgde ik voor mijn moeder
Ayana is 24 als ze terugkijkt op de periode die haar leven voorgoed veranderde. Ze was veertien toen haar moeder plotseling ernstig ziek werd. “Mijn moeder was altijd hard aan het werk. Als ik naar school ging, was zij al weg. Dus toen haar fiets er ’s ochtends nog stond, wist ik meteen dat er iets niet klopte.”
Wat begon met onderzoeken en onduidelijkheid, eindigde in een boodschap die haar wereld deed instorten: haar moeder had een levensbedreigende auto-immuunziekte. Ayana moest zich voorbereiden op het feit dat haar moeder binnen korte tijd zou kunnen overlijden. “Dat werd gewoon even tegen ons gezegd. Maar ik was veertien. Ik kon dat helemaal niet dragen.”
“Ik spijbelde van school om alles draaiende te houden. Ondertussen was ik zelf ook depressief.”
Vanaf dat moment werd ze mantelzorger. Ze regelde medicatie, hielp haar moeder met wassen en aankleden, deed het huishouden, zorgde voor de huisdieren en nam een bijbaan om de financiën rond te krijgen. “Ik spijbelde van school om alles draaiende te houden. Ondertussen was ik zelf ook depressief.”
De verantwoordelijkheid drukte zwaar. Ayana maakte zich constant zorgen: over geld, over haar moeder, over de toekomst. “Ik was bang dat mijn moeder zou overlijden. Dat ik het huis moest leegruimen. Dat ik nergens meer terechtkon.”
Hulp zoeken bleek ingewikkeld. Ze klopte aan bij huisarts en gemeente, maar concrete ondersteuning bleef uit. Pas op haar zeventiende kwam er één uur huishoudelijke hulp per week. “Dat uur ging op aan mijn therapie. Voor de rest deed ik alles zelf. Wondverzorging, wassen, steunkousen aantrekken. Dingen die eigenlijk niet bij een kind horen.”
Toen haar moeder door een experimentele behandeling opknapte en haar moederrol weer wilde oppakken, ontstonden er spanningen. “Ik kon dat niet meer accepteren. Ik had jarenlang alles gedaan. Ik wist niet meer hoe ik ‘gewoon dochter’ moest zijn.” De angst bleef. Zelfs ’s nachts controleerde ze of haar moeder nog ademde.
“Je denkt dat het overal zo gaat. Pas toen klasgenoten vertelden over hoe fijn het thuis was, begon ik te voelen: er klopt iets niet.”
De mantelzorg stond niet op zichzelf. Ayana groeide op in een onveilige thuissituatie met psychische mishandeling en verwaarlozing. Lange tijd besefte ze niet dat het niet normaal was. “Je denkt dat het overal zo gaat. Pas toen klasgenoten vertelden over hoe fijn het thuis was, begon ik te voelen: er klopt iets niet.”
Wanneer ze probeerde te praten, werd ze niet altijd geloofd. Soms werd ze gezien als ‘het probleem’. Dat maakte haar stiller. “Je leert om te zwijgen. Om je aan te passen. Om te denken dat het aan jou ligt.”
In haar tienerjaren zakte ze steeds dieper weg in depressie en suïcidaliteit. Een jongerenwerker merkte op dat het niet goed ging. Toch veranderde er thuis weinig. “Mijn leven draaide om overleven. Mijn eigen herstel kwam niet aan bod, want ik was bang om alles kwijt te raken.”
Pas na een suïcidepoging en een periode van beschermd wonen kwam er ruimte om aan zichzelf te werken. “Dat voelde alsof ik mijn moeder in de steek liet. Maar eigenlijk redde ik mijn eigen leven.”
In therapie leerde Ayana kijken naar wat er onder haar klachten lag: trauma, angst, verantwoordelijkheid die nooit van haar had mogen zijn. Ze ontdekte hoe weinig ze eigenlijk wist over zichzelf. “Toen het eindelijk iets beter ging, voelde het als een leeg canvas. Wie ben ik zonder al die zorgen?”
“Herstel is niet mooi en niet recht. Het is rommelig. Soms zit je er middenin zonder dat je het doorhebt.”
Ze begon voorzichtig te ontdekken wat bij haar paste. Studeren. Werken. Grenzen leren voelen. Fouten mogen maken. “Herstel is niet mooi en niet recht. Het is rommelig. Soms zit je er middenin zonder dat je het doorhebt.”
Schrijven en schilderen hielpen haar wanneer woorden tekortschoten. Ook plekken waar ze ‘gewoon mocht zijn’, zoals een jongerencentrum, waren van onschatbare waarde. “Niet alles hoeft altijd over problemen te gaan. Soms is samen tafelvoetballen al genoeg.”
Tegenwoordig heeft Ayana een eigen bedrijf waarin ze trainingen en lezingen geeft. Haar ervaringen vormen niet langer haar identiteit, maar geven wel richting aan wat ze doet.
“Ik ben niet meer dat depressieve meisje. Dat is een deel van mijn verhaal, maar niet wie ik ben.”
Ayana denkt dat praten essentieel is, maar ook ingewikkeld. “Als het thuis onveilig is, kan hulp vragen spannend of zelfs risicovol voelen. Zoek iemand die je vertrouwt. Een docent, een trainer, een jongerenwerker. Iemand die met je meedenkt en zorgvuldig handelt.”
Ze benadrukt dat herstel mogelijk is. “Ook als het leeg voelt. Ook als je denkt dat het nooit anders wordt. Soms zit je al in herstel zonder dat je het ziet.”
En misschien wel het belangrijkste: Je bent meer dan wat je hebt meegemaakt. Wat er ook is gebeurd, dat hoeft niet de rest van je leven te bepalen.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Achraf’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.