TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging en suïcidale gedachten. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Lucky is 21 jaar en kijkt terug op een periode die diepe sporen heeft achtergelaten. Zijn mentale gezondheid stond jarenlang onder druk, vooral in relatie tot zijn transgenderervaring. Het proces van zelfontdekking, het omgaan met maatschappelijke verwachtingen en het wachten op medische stappen zorgden voor veel onzekerheid. “Er waren momenten waarop ik mezelf volledig kwijtraakte,” vertelt Lucky. “Ik voelde me depressief, had een afkeer van mezelf en wist soms niet hoe ik verder moest.”
“Er waren momenten waarop ik mezelf volledig kwijtraakte.”
In die periode ging het mentaal zo slecht dat Lucky suïcidaal was en zichzelf beschadigde. Het laat zien hoe diep hij toen in de knoop zat met zichzelf. “Ik zat zo vast in mijn hoofd en lichaam,” zegt Lucky. “Het voelde alsof ik gevangen zat in iets wat niet klopte, zonder te weten wanneer daar verandering in zou komen.”
Het dagelijks leven voelde zwaar. Op school lukte leren en presteren nauwelijks, omdat Lucky constant bezig was met zijn innerlijke strijd. Sociale situaties, zoals feesten of drukke bijeenkomsten, vermeed hij vaak. “Ik was bang voor wat mensen van me zouden denken en ik wilde mezelf daar niet laten zien,” legt hij uit. Zelfs zijn eigen verjaardag voelde moeilijk, doordat oude herinneringen en gevoelens naar boven kwamen.
Thuis was het niet altijd veilig of steunend. Een broer stond niet achter Lucky’s transgenderidentiteit, wat zorgde voor spanning en verdriet. Nadat Lucky uitkwam als transgender verslechterde de thuissituatie verder. “Ik had behoefte aan een plek waar ik mezelf kon terugtrekken en veilig kon zijn,” zegt hij. “Maar die plek had ik thuis niet.”
Toch waren er ook lichtpuntjes. Lucky’s vriendin speelde een enorme rol in deze periode. “Zij heeft me altijd gesteund, vooral als het ging om mijn zelfbeeld,” vertelt Lucky. Ook een goede vriend stond dicht bij hem. Hun steun gaf hem het gevoel dat hij er niet alleen voor stond. Daarnaast waren zijn opa en oma belangrijk: zij accepteerden Lucky zonder voorwaarden en zagen hem simpelweg als mens. “Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
“Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
Hulp was er op papier genoeg: via school, werk, een psycholoog en de schoolarts. Toch voelde het alsof niets echt hielp. De kern van Lucky’s worsteling lag bij het wachten op zijn medische transitie. Dat wachten bracht onzekerheid, frustratie en het gevoel vast te staan. “Ik wist dat er stappen moesten komen, maar ik kon alleen maar wachten,” vertelt hij. “Dat maakte alles zwaarder.” Achteraf denkt Lucky dat het had geholpen als de genderkliniek sneller had gehandeld en het traject eerder op gang was gekomen.
In moeilijke momenten zocht Lucky online naar informatie en herkenning. Vooral wanneer het echt niet meer ging, bood het zoeken naar ervaringen van anderen of praktische handvatten enige houvast. Ook het contact met een andere transgender jongen was belangrijk. “Dat gesprek gaf me voor het eerst het gevoel dat iemand me écht begreep,” zegt Lucky. Hoewel anonimiteit voor hem niet per se noodzakelijk is, kan het volgens hem wel een laagdrempelige eerste stap zijn als praten spannend voelt.
Achteraf gezien waren er duidelijke signalen dat het niet goed ging. Waar Lucky als kind vrolijk en uitbundig was, veranderde dat in zijn tienerjaren volledig. Hij werd stil en teruggetrokken, at slecht, raakte verslaafd, sloeg school en werk over en was vaak geïrriteerd of boos. “Als ik nu terugkijk, waren dat allemaal tekenen dat ik hulp nodig had,” zegt hij.
Ondanks alles heeft deze periode Lucky ook veel geleerd. Hij leerde zijn emoties beter herkennen, ontdekte zijn kwaliteiten als persoon en zag hoe veerkrachtig hij eigenlijk is. “Ik had nooit gedacht dat ik dit zou overleven,” zegt Lucky. “Maar ik ben sterker dan ik toen dacht.”
Wat Lucky anderen graag wil meegeven, is dat steun en liefde vaak dichterbij zijn dan je denkt. “Je hoeft het echt niet alleen te doen,” zegt hij. “Ook al voelt het soms zo.” Kleine momenten, een gesprek, een berichtje of een update over een volgende stap, kunnen al hoop geven.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Lucky zeggen: “Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien. Zoek mensen die je vertrouwt.”
“Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien.”
Tot slot benadrukt Lucky iets wat vaak wordt onderschat: hoe zwaar mentale klachten of geldzorgen voor jongeren kunnen zijn. “Wat voor anderen klein lijkt, kan voor iemand die erin zit enorm zijn,” zegt hij. “En mentale pijn is niet altijd zichtbaar. Je kunt er van buiten prima uitzien, terwijl je vanbinnen aan het vechten bent.”
Lucky koos bewust deze anonieme naam. Het beschrijft hoe hij zich nu voelt: dat hij zijn verhaal zonder zorgen kan delen en zichzelf eindelijk gezien voelt.
“Zij hebben me nooit anders behandeld,” zegt hij. “Dat betekende heel veel voor mij.”
Hulp was er op papier genoeg: via school, werk, een psycholoog en de schoolarts. Toch voelde het alsof niets echt hielp. De kern van Lucky’s worsteling lag bij het wachten op zijn medische transitie. Dat wachten bracht onzekerheid, frustratie en het gevoel vast te staan. “Ik wist dat er stappen moesten komen, maar ik kon alleen maar wachten,” vertelt hij. “Dat maakte alles zwaarder.” Achteraf denkt Lucky dat het had geholpen als de genderkliniek sneller had gehandeld en het traject eerder op gang was gekomen.
In moeilijke momenten zocht Lucky online naar informatie en herkenning. Vooral wanneer het echt niet meer ging, bood het zoeken naar ervaringen van anderen of praktische handvatten enige houvast. Ook het contact met een andere transgender jongen was belangrijk. “Dat gesprek gaf me voor het eerst het gevoel dat iemand me écht begreep,” zegt Lucky. Hoewel anonimiteit voor hem niet per se noodzakelijk is, kan het volgens hem wel een laagdrempelige eerste stap zijn als praten spannend voelt.
Achteraf gezien waren er duidelijke signalen dat het niet goed ging. Waar Lucky als kind vrolijk en uitbundig was, veranderde dat in zijn tienerjaren volledig. Hij werd stil en teruggetrokken, at slecht, raakte verslaafd, sloeg school en werk over en was vaak geïrriteerd of boos. “Als ik nu terugkijk, waren dat allemaal tekenen dat ik hulp nodig had,” zegt hij.
Ondanks alles heeft deze periode Lucky ook veel geleerd. Hij leerde zijn emoties beter herkennen, ontdekte zijn kwaliteiten als persoon en zag hoe veerkrachtig hij eigenlijk is. “Ik had nooit gedacht dat ik dit zou overleven,” zegt Lucky. “Maar ik ben sterker dan ik toen dacht.”
Wat Lucky anderen graag wil meegeven, is dat steun en liefde vaak dichterbij zijn dan je denkt. “Je hoeft het echt niet alleen te doen,” zegt hij. “Ook al voelt het soms zo.” Kleine momenten, een gesprek, een berichtje of een update over een volgende stap, kunnen al hoop geven.
Aan jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Lucky zeggen: “Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien. Zoek mensen die je vertrouwt.”
“Je staat er niet alleen voor. Het is oké om hulp te vragen en je gevoelens te laten zien.”
Tot slot benadrukt Lucky iets wat vaak wordt onderschat: hoe zwaar mentale klachten of geldzorgen voor jongeren kunnen zijn. “Wat voor anderen klein lijkt, kan voor iemand die erin zit enorm zijn,” zegt hij. “En mentale pijn is niet altijd zichtbaar. Je kunt er van buiten prima uitzien, terwijl je vanbinnen aan het vechten bent.”
Lucky koos bewust deze anonieme naam. Het beschrijft hoe hij zich nu voelt: dat hij zijn verhaal zonder zorgen kan delen en zichzelf eindelijk gezien voelt.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lucky’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Lizz is 21 jaar. Wat ze deelt, doet ze omdat ze weet dat haar verhaal herkenbaar kan zijn voor andere jongeren. Want ook al ben je jong, dat betekent niet dat wat je meemaakt minder zwaar is.
De periode die voor Lizz het meest ingrijpend was, ontstond niet door één gebeurtenis, maar door een opeenstapeling. Ze groeide op in een onveilige thuissituatie en ging uiteindelijk uit huis. Tegelijkertijd voelde ze steeds meer prestatiedruk op haar opleiding en kreeg ze te maken met geldzorgen. Zelfstandig wonen bleek allesbehalve makkelijk. Langzaam raakte ze mentaal uitgeput en belandde ze in een diep dal. Uiteindelijk kreeg ze te maken met PTSS en een angststoornis
“Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
“In die tijd voelde ik me vooral heel alleen,” vertelt Lizz. “En vooral onbegrepen.” Ze merkte dat mensen vaak niet zagen dat jongeren net zo goed heftige situaties meemaken als volwassenen. Dat haar gevoelens werden gebagatelliseerd, maakte het extra pijnlijk. “Alsof het minder erg was, alleen omdat ik jong was.”
Het zwaarst vond ze de angststoornis die ze ontwikkelde. Drukke plekken werden iets om te vermijden. Ze was constant bang voor paniekaanvallen. “Soms had ik er wel vijf op een dag,” zegt ze. “Omdat ik toen niet wist wat het was of hoe ik ermee om moest gaan, voelde het alsof mijn hele leven werd ingeperkt.” De angst bepaalde waar ze naartoe durfde, wat ze deed en hoe vrij ze zich voelde.
Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen.
In die periode wist Lizz niet waar ze terechtkon voor hulp. Nog steeds vindt ze het soms onduidelijk waar je precies professionele ondersteuning kunt krijgen. Ze had het geluk dat er op haar opleiding, hulpverleners rondliepen die haar de juiste richting op hielpen. Zij verwezen haar door naar een noodopvang voor jongvolwassene. Ook hebben ze haar in contact gebracht met WMO, zodat ik samen met de gemeente kon kijken hoe ik op kort termijn hulp en een woning kon krijgen. Waardoor ik een mooie woning kon huren. Zonder hen had ze waarschijnlijk nog veel langer alleen doorgelopen met haar klachten.
Wat ze ook deed, was online zoeken. Ze wilde begrijpen wat er in haar lichaam en hoofd gebeurde. “Ik zocht uitleg, maar ook herkenning,” vertelt ze. “Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
“Gewoon weten dat je niet de enige bent, helpt al een beetje.”
Terugkijkend ziet Lizz dat er veel mensen waren die haar hadden kunnen helpen. Niet omdat iemand tekortschiet, maar omdat signalen vaak niet worden herkend. “Als je niet weet waar je op moet letten, zie je het ook niet,” legt ze uit. Al waren er wel degelijk signalen. Ze verloor in vier maanden tijd dertig kilo, ging destructief met zichzelf om en verborg dat nauwelijks. Toch werd het niet opgemerkt of naar gevraagd. Volgens Lizz is het belangrijk dat er meer kennis komt over signalen van slechte mentale gezondheid en ingrijpende gebeurtenissen.
Wat jongeren volgens haar vaak tegenhoudt om hulp te vragen, is de cultuur waarin mentale problemen bij jongeren worden afgedaan als aanstellerij. “Alsof je aandacht zoekt,” zegt ze. Daarnaast speelt de thuissituatie een grote rol. “Als je nog thuis woont en bang bent je enige veilige plek te verliezen, ga je niet snel om hulp vragen.”
Daarom gelooft Lizz sterk in het belang van een anonieme plek om je verhaal te kunnen delen. “Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten,” zegt ze. “En anonimiteit voelt veilig, zeker als je nog niet klaar bent om het met mensen om je heen te delen.”
“Alleen al vertellen wat je meemaakt kan opluchten.”
Niet alles wat mensen tegen haar zeiden, hielp. Ze herinnert zich nog goed dat haar moeder, toen Lizz veertien was en een depressie kreeg, zei: ‘Alle tieners zijn wel eens verdrietig.’ “Dat deed veel pijn,” zegt ze eerlijk. Wat wel hielp, waren vrienden die zeiden dat ze altijd bij hen terechtkon, en dat ook echt lieten zien. “Dat gaf vertrouwen.”
Na jaren kwam er wel hoop. Een belangrijk moment was toen ze haar vriend ontmoette. “Hij luisterde, pushte niet en gaf me het gevoel dat hij echt gaf om hoe het met mij ging,” vertelt Lizz. “Dat iemand je begrijpt, maakt een wereld van verschil.”
De afgelopen jaren heeft Lizz veel geleerd over zichzelf: wat haar energie geeft, wat haar inspireert en hoe ze met emoties omgaat, die van zichzelf en van anderen. Misschien wel de belangrijkste les die ze heeft geleerd, is dat je nooit weet wat iemand doormaakt. “Vraag ernaar,” zegt ze. “Check bij de mensen van wie je houdt.”
“Steun zou normaal moeten zijn.”
Wat ze hoopt dat mensen meenemen uit haar verhaal, is dit: leeftijd zegt niets over hoe zwaar iets kan zijn. “Steun zou normaal moeten zijn,” zegt ze. “Maar veel jongeren weten niet waar ze die kunnen vinden.”
Aan jongeren die nu worstelen, wil Lizz meegeven:
“Je bent niet alleen. Zoek iemand die hier verstand van heeft, zoals een professional, die je kan helpen de juiste kant op te gaan. Het duurt misschien even, maar het komt goed.”
En tot slot haar oproep aan iedereen:
“Let op jezelf, maar ook op elkaar. Vraag hoe het écht gaat. En als je iets ziet wat niet klopt, durf het gesprek aan te gaan.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Lizz’ verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over mentale klachten, depressie, angst en eetproblematiek. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Valentina is 19 jaar en bevindt zich in een fase waarin veel tegelijk veranderde. Een van de meest ingrijpende momenten in haar leven was de overgang naar volwassenenzorg toen ze 18 werd. Ze had al een lange geschiedenis in de jeugdzorg, door mentale klachten zoals depressie, angsten, eetproblematiek en problemen in de thuissituatie. Rond diezelfde periode ging ze ook op zichzelf wonen.
Die combinatie bleek zwaar. “De stap van intensieve begeleiding naar ineens veel zelfstandigheid voelde enorm,” vertelt Valentina. “Ik moest opnieuw leren omgaan met alleen zijn, en dat was veel moeilijker dan ik had verwacht.”
Wanneer ze alleen was, zat ze diep in haar hoofd. De stilte werd al snel zwaar. Afleiding bood weinig verlichting. “Het voelde leeg,” zegt ze. “Alsof niets echt binnenkwam.”
“Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
In deze periode voelde Valentina zich vooral eenzaam en verdrietig. Ze had het gevoel nergens écht terecht te kunnen op momenten dat ze iemand nodig had. Haar netwerk was klein en begeleiding was vooral binnen vaste tijden bereikbaar. Hulp vragen vond ze lastig. “Als je zelf niet goed begrijpt wat er vanbinnen gebeurt, voelt hulp vragen als een te grote stap.”
Online zocht ze soms naar herkenning. Het hielp haar om te lezen dat ze niet de enige was die hiermee worstelde. Toch merkte ze dat wat ze het meest nodig had, eigenlijk heel simpel was: iemand die luisterde, zonder meteen met oplossingen te komen. Goedbedoelde uitspraken als ‘het komt wel goed’ deden haar weinig. “Wat wél hielp, was wanneer iemand gewoon bleef zitten en echt luisterde.”
Achteraf ziet Valentina dat er signalen waren die gemist zijn. “Achter stilte of jezelf aanpassen kan juist heel veel strijd zitten,” legt ze uit. Volgens haar is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoe iemand functioneert, maar ook om echt te vragen hoe het gaat en dat antwoord serieus te nemen.
In het begin voelde het voor haar alsof ze er alleen voor stond. “Wat ik heb geleerd, is dat je er uiteindelijk toch zelf doorheen moet,” zegt ze. Dat besef voelde eerst zwaar, maar gaf later ook kracht. “Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.” Ze leerde haar eigen stappen te erkennen, hoe klein ze soms ook waren.
“Uiteindelijk héb ik het zelf gedaan.”
Hoop zat voor haar vaak in kleine dingen: het vooruitzicht van een afspraak met begeleiding, een hobby, of gewoon een moment van rust. “Je hoeft je niet meteen goed te voelen,” zegt Valentina. “Even rustig kunnen ademhalen telt ook al.”
Wat ze andere jongeren wil meegeven, zegt ze heel duidelijk: Je hoeft het niet allemaal te begrijpen om hulp te mogen vragen. Je hoeft geen perfect verhaal te hebben, geen duidelijke reden en geen oplossing. Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.
“Soms is ‘het gaat niet zo goed’ al genoeg om een eerste stap te zetten.”
Vergelijk jezelf niet met anderen. Iedereen draagt iets mee dat je niet altijd ziet. Kleine stappen tellen. Terugvallen horen erbij. Dat betekent niet dat je faalt, maar dat je mens bent.
En misschien voelt het nu alsof je er alleen voor staat, maar er zijn mensen die willen luisteren, ook als je ze nog niet kent. Blijf praten, blijf schrijven, blijf zoeken naar wat jou helpt. Jij doet ertoe. Altijd.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Valentina’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
TW: Let op: Dit verhaal gaat over zelfbeschadiging, suïcidale gedachten, seksueel geweld en onveiligheid. Dat kan heftig zijn. Hulp nodig? Kijk op 113.nl.
Jamie kreeg op zijn zesde de diagnose ADHD. Al vroeg voelde hij zich anders dan de kinderen om hem heen. Op school werd Jamie gepest, iets wat grote invloed had op zijn mentale gezondheid. De jaren daarna werd het steeds zwaarder. Jamie deed meerdere suïcidepogingen en begon op zijn dertiende met automutilatie, het zichzelf opzettelijk pijn doen. Inmiddels is hij al zes jaar clean van zelfbeschadiging.
“Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan.”
De zwaarste ervaringen komen uit eerdere relaties. Jamie heeft twee exen gehad die hem ernstig hebben mishandeld, vooral seksueel en mentaal en soms ook fysiek. Dat heeft een diepe impact gehad op hoe hij naar mannen kijkt en hoe veilig de wereld voor hem voelt. Jamie merkt dat mensen soms denken dat hij nog niet over deze relaties heen is, omdat hij er nog over praat. Voor hem is dat anders. Je kunt over iemand heen zijn, maar niet over wat diegene je heeft aangedaan. De trauma’s blijven, ook als de relatie allang voorbij is.
Ook nu voelt de wereld niet altijd veilig. Op straat of in het openbaar vervoer is hij vaak alert. Mannen die te lang staren, te dichtbij komen zitten of opmerkingen maken, zorgen ervoor dat hij zich onveilig voelt. Die spanning is bijna dagelijks aanwezig. Hij raakt snel angstig en krijgt last van hartkloppingen en trillende handen. Soms blijft het daarbij, soms is het heftiger.
In die periodes voelt Jamie veel angst en paniek. Wanneer hij alleen is, huilt hij het er vaak uit. Wat hem helpt, is de steun van vrienden en partner. Als hij zich slecht of onveilig voelt, kan hij ze altijd bellen. Het gevoel dat hij er niet alleen voor staat, geeft hem iets meer rust.
“Niemand wist wat er speelde.”
In die periode vroeg Jamie geen hulp. Niemand wist wat er speelde. Hij schaamde zich en durfde het niet te bespreken met mensen om hem heen. Het was zwaar om alles voor zichzelf te houden en nergens kwijt te kunnen wat hij meemaakte. Ook online zocht hij niet naar informatie of hulp. Hij zag toen niet in hoe dat hem zou kunnen helpen en hield nog te veel van zijn exen om afstand te nemen.
Achteraf weet hij dat zijn ouders hem hadden kunnen helpen, als hij het eerder had verteld. Toen hij het uiteindelijk wel deelde, grepen zijn ouders in en waren zijn exen niet langer welkom in huis. Hoewel dat op dat moment moeilijk voelde, gaf het hem ook een gevoel van rust: hij hoefde zelf die zware beslissing niet te nemen en kreeg zo de ruimte om afstand te nemen van de situatie.
Wat Jamie hielp, was dat zijn vrienden bleven luisteren, zonder oordeel. Ook wanneer hij voor de zoveelste keer over dezelfde situatie wilde praten, waren ze er. Dat gevoel van er niet alleen voor staan, maakte een groot verschil.
“Blijf doorgaan, ook als het moeilijk is.”
Door alles wat hij heeft meegemaakt, heeft Jamie ook dingen over zichzelf geleerd. Hij communiceert beter en wordt minder snel boos. Als hij nu door iets zwaars heen gaat, helpt het hem om te denken dat hij eerdere moeilijke periodes ook heeft overleefd. Dat geeft hem kracht.
Het gaat bij hem nog steeds wisselend goed en slecht. Juist de periodes waarin het beter gaat, geven hem hoop wanneer het daarna weer moeilijker wordt. Hij leeft meer van dag tot dag, met het vertrouwen dat er na slechte dagen ook weer betere kunnen komen.
Voor jongeren die nu in een vergelijkbare situatie zitten, wil Jamie meegeven dat kleine stappen ook stappen zijn. Je hoeft niet te wachten tot alles beter voelt. Elke dag iets doen wat een beetje helpt, hoe klein ook, is genoeg. Wees trots op die momenten en deel ze met mensen die je vertrouwt.
Wat hij tot slot wil zeggen: leef elke dag zo goed als je kan, en houd daarbij ook rekening met je eigen grenzen.
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Jamie’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Mika is 23 jaar en woont sinds twee jaar zelfstandig. Werken of studeren lukt op dit moment niet, vanwege een chronische ziekte en mentale klachten. In het dagelijks leven vindt Mika houvast in creatieve bezigheden zoals lezen en tekenen, en in de zorg voor twee katten die door het huis zwerven. Die rust is er nu, maar die is niet vanzelf ontstaan. Daaraan ging een lange periode van onzekerheid en zorgen vooraf.
Mika groeide op in armoede. Als kind woog die situatie extra zwaar. Twee keer raakte het gezin thuisloos en woonde Mika tijdelijk in een maatschappelijke opvang, samen met moeder en een broertje. Na de scheiding van de ouders kwamen grote schulden aan het licht. Schulden die jarenlang verborgen waren gebleven, maar ineens volledig terechtkwamen bij Mika’s moeder. Zij kampte zelf met mentale problemen en had weinig steun vanuit familie of vrienden.
In die periode was er weinig ruimte voor Mika om kind te zijn. De aandacht van moeder ging noodgedwongen vooral uit naar overleven en het draaiende houden van het gezin. Tegelijkertijd maakte Mika zelf ingrijpende en traumatische ervaringen mee, waar mentale klachten uit voortkwamen. In plaats van verzorgd te worden, nam Mika al op jonge leeftijd een zorgende rol op zich. Dat gevoel van verantwoordelijkheid maakte het moeilijk om eigen behoeften en problemen ruimte te geven.
De impact van armoede werd vooral zichtbaar op de middelbare school. Terwijl vrienden spontaan de stad in gingen of samen iets aten, moest Mika steeds excuses verzinnen. “Ik wilde niet dat mensen mij anders zouden zien, of dat ik iemand tot last was.” Niet omdat vrienden onbegripvol waren, maar uit schaamte. Geen geld hebben voelde als falen. Mika was opgegroeid met het idee dat je niemand tot last mag zijn en alles zelf moet oplossen. Daardoor ontstond langzaam een kloof: niet alleen financieel, maar ook emotioneel.
Rond het elfde levensjaar kwam jeugdzorg in beeld. Op vijftienjarige leeftijd besloot Mika vrijwillig uit huis te gaan, omdat de thuissituatie te zwaar werd. Dat was een ingrijpende stap. Het voelde als ‘verraad’, en zo werd het ook ervaren door de ouders. Toch bleek het nodig om te kunnen overleven. In een instelling en later op een woongroep kreeg Mika therapie, rust en voor het eerst het gevoel begrepen te worden. Daar leerde Mika hoe het is om niet altijd degene te zijn die zorgt, maar ook zelf zorg te ontvangen.
“Als dit het leven van iemand anders was geweest, had ik meteen gezegd: ga hier weg.”
Langzaam werd duidelijk dat er meer speelde. Mika bleek autisme te hebben en later ook een auto-immuunziekte en chronische vermoeidheid. Werken en school combineren was zwaar. Door gebrek aan energie en een vangnet ontstonden schulden, vooral door achteraf betalen. Omgaan met geld is iets wat je vaak thuis leert. Dat voorbeeld had Mika niet, en dat maakte het moeilijk. Mika hield het bij noodzakelijke aankopen, maar verloor het overzicht. De stress werd zo groot en leidde uiteindelijk tot meerdere suïcidepogingen en een opname.
Het keerpunt kwam toen Mika hulp durfde te vragen. Met begeleiding werd bewindvoering en schuldsanering geregeld. De schulden zo’n 6.000 à 7.000 euro werden overzichtelijk gemaakt. Dat haalde veel druk weg. “Ik hoefde niet alles alleen te doen.”
Nu gaat het, gezien de omstandigheden, beter. Mika woont zelfstandig, heeft een steunende vriendengroep, een partner en doet vrijwilligerswerk bij Het Vergeten Kind. Ook is Mika begonnen aan een gendertransitie. “Het leven is niet makkelijk, maar wel meer in balans.”
Wat Mika andere jongeren wil meegeven: “Je hoeft het niet allemaal zelf te doen. Je bent hier voor het eerst. Niemand verwacht dat je alles weet of aankan. Kleine stappen zijn ook stappen. Hulp vragen is geen zwakte, maar soms precies wat je nodig hebt om verder te kunnen.”
“Ik trok pas aan de bel toen de emmer al lang was overgelopen.”
Hulp nodig? Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien herken je jezelf in (delen van) Mika’s verhaal. Of merk je dat het iets bij je losmaakt. Wat het ook is: je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hulp vragen mag.
Financiële vaardigheden voor een sterke toekomst
Jongeren krijgen steeds eerder te maken met complexe financiële keuzes.
My Cash, My Future helpt scholen om jongeren structureel financieel weerbaar te maken en schuldenproblematiek te voorkomen.
Het lesprogramma sluit aan bij de keuzes en situaties waar jongeren nu én later mee te maken krijgen. Denk aan omgaan met zakgeld en een bijbaan, sparen en uitgaven, maar ook aan grotere levensmomenten zoals zelfstandig wonen, financiële verplichtingen aangaan of omgaan met onzeker inkomen. Door te werken met realistische scenario’s en praktische opdrachten leren jongeren de gevolgen van hun keuzes overzien en weloverwogen beslissingen nemen.
My Cash, My Future is ontwikkeld met de Kredietbank, Rabobank en DoorS2Open.
Interesse om dit programma op jouw school in te zetten? Bekijk de aanvraagpagina voor meer informatie.
Samen het gesprek openen over kindermishandeling
Kindermishandeling komt vaker voor dan we denken en heeft grote impact op het leven van jongeren. Toch is het een onderwerp waar niet makkelijk over wordt gesproken. Met CARE-FREE ondersteunt Burgerkracht Limburg scholen en professionals om dit thema op een zorgvuldige en veilige manier bespreekbaar te maken.
CARE-FREE combineert informatie, ervaringsverhalen en interactie. Jongeren krijgen inzicht in wat kindermishandeling is, welke vormen er zijn en – vooral – waar zij terechtkunnen voor steun, voor zichzelf of voor iemand anders.
Waarom CARE-FREE waardevol is voor jongeren
CARE-FREE sluit aan bij de leefwereld van jongeren en creëert ruimte voor herkenning en gesprek. Het programma:
• helpt jongeren signalen van kindermishandeling te herkennen
• maakt duidelijk dat zij er niet alleen voor staan
• geeft handvatten om hulp te zoeken of een ander te ondersteunen
• doorbreekt taboes door open en respectvolle gesprekken
Door ervaringsverhalen wordt het onderwerp tastbaar en ontstaat er meer begrip en vertrouwen.
Meerwaarde voor scholen en professionals
CARE-FREE biedt scholen concrete ondersteuning bij signalering, preventie en nazorg. Het aanbod bestaat onder andere uit:
• gastlessen en workshops voor leerlingen
• interactieve gesprekken en werkvormen
• de gratis CARE-FREE app, waar jongeren anoniem informatie en advies kunnen vinden
• trainingen voor docenten en professionals om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan
Zo ontstaat een veilige omgeving waarin jongeren zich gehoord voelen en professionals zich gesteund weten.
Praktisch inzetbaar
CARE-FREE is flexibel inzetbaar en wordt afgestemd op de wensen en behoeften van de school of organisatie.
Wil je CARE-FREE inzetten binnen jouw school of organisatie? Bekijk de mogelijkheden en vraag het aanbod aan via de CARE-FREE-pagina.
Roland de Groot (44) zet zich al ruim 20 jaar in voor mensen die vastlopen in het ingewikkelde systeem van uitkeringen en sociale zekerheid. Als voorzitter van de Stichting Platform Sociale Zekerheid in Noord- en Midden-Limburg en als spreekuurhouder helpt hij mensen die het overzicht zijn kwijtgeraakt. Voor zijn inzet ontving hij meerdere onderscheidingen waaronder een koninklijke.
Missie en persoonlijk drijfveer
Rolands missie is helder: mensen die afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en het financieel moeilijk hebben wegwijs maken in de wirwar van regels en regelingen. Samen met de rest van het team biedt hij laagdrempelige hulp. Ze beantwoorden vragen, leggen ingewikkelde regels uit en helpen mensen weer grip te krijgen op hun situatie: “veel mensen voelen zich reddeloos.
Wij proberen hen rust, overzicht en een luisterend oor te bieden.” Hij spreekt niet alleen vanuit kennis, maar ook uit ervaring. Toen hij zelf ziek werd, belandde hij onverwacht in het systeem. “Wat ik nooit gedacht had, is me toch overkomen. Je wereld staat ineens op z’n kop. Het gaat dan niet alleen om fysieke tegenslagen, maar ook om stress, afspraken, en verlies van overzicht. Ik weet hoe zwaar dat is – en juist daarom wil ik anderen helpen.
Het systeem als doolhof
“Het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is goed bedoeld, maar in de praktijk te ingewikkeld en versnipperd. Mensen moeten langs meerdere instanties, vaak krijgen ze tegenstijdige informatie. Er is een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor medische beoordelingen en bezwaarprocedures soms anderhalf jaar duren. In die tijd zit iemand in onzekerheid én vaak zonder inkomen,” vertelt Roland. “Je kunt dan niet door met je leven. Soms kun je zelfs geen WW aanvragen omdat je formeel beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Maar aan de andere kant zeg je: “ik ben ziek”. Je komt terecht in een spagaat. Voor mensen in financiële nood is er soms hulp via het team Geldzorgen van het UWV, of via cliëntenondersteuners. Die laatste groep speelt een belangrijke rol bij schrijnende gevallen: ze zijn de spin in het web, schakelen tussen verschillende afdelingen en houden de cliënt op de hoogte.”
Alleen al gehoord worden betekent zó veel voor mensen. Ook al is er geen directe oplossing – weten wat er speelt en waar je aan toe bent, helpt om weer een beetje controle te krijgen.
Voorbeelden als de complexe Wajong regeling of vertraagde medische beoordelingen laten zien hoe de menselijk maat ontbreekt. Volgens hem is er dringend behoeft aan een simpeler en menselijker systeem. Nu zijn er te veel hobbels en gaten. Zijn pleidooi: “één loket met een vaste contactpersoon die met je meedenkt! “Geen kastje-muur-verhalen meer, maar regels die begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Dat vraagt om maatwerk en samenwerking. Zelfredzaamheid is mooi maar alleen als het systeem het toelaat en dat is voor veel mensen niet zo.
Goede ideeën, stroperige uitvoering
Roland werkte jarenlang aan vernieuwingen binnen het UWV, zoals cliëntenondersteuning en een voorbereidingslijst voor gesprekken met verzekeringsartsen. Beide initiatieven kregen veel waardering maar zijn nog altijd niet structureel ingevoerd. “Iedereen was enthousiast, zelfs de Raad van Bestuur, maar het UWV is een mammoettanker: goede ideeën verdwijnen soms gewoon van de radar. Dan moet je weer opnieuw beginnen. Dat is frustrerend en kost bergen energie.
Die stroperigheid heeft hem uiteindelijk doen besluiten om te stoppen met beleidsmatig werk. “Het leverde te weinig op en ging ten koste van mijn gezondheid.” Toch blijft hij actief als spreekuurhouder want daar kan hij eerder een verschil maken.
Heldere informatie als sleutel
Een belangrijkrijk deel van zijn werk is het toegankelijk maken van informatie. Roland maakt infographics, folders en een nieuwsbrief over veranderingen in de sociale zekerheid. Die was eerder bestemd voor de spreekuurhouders maar wordt inmiddels ook gelezen door juridische loketten en beleidsmakers. Want toegankelijke uitleg is zeldzaam, maar hard nodig.
Waarom dit werk telt
We mogen onszelf best een compliment geven: we zijn goed bezig!
Over ziekte, armoede en uitkeringen praten mensen zelden openlijk. Niemand zegt op een verjaardag: “ik zit knel met mijn WIA-uitkering,” merkt Roland op. Toch is juist dat taboe een reden waarom zijn werk zo belangrijk is. “Veel mensen weten niet wat hun rechten zijn of durven geen hulp te vragen. We geven informatie en helpen maar laten de keuze bij de cliënt. Sommigen komen later terug met vragen en dat is prima. Dan nemen we de tijd om het opnieuw uit te leggen.En juist dát geeft de kracht om door te gaan – het doet ertoe.
Ondanks de frustraties en het geduld dat vernieuwing vraagt, blijft Roland zich inzetten. Hij weet hoe onmisbaar het is dat er dan iemand naast je staat.
Iemand die zegt: “ik help je. Dit zijn je opties. Je staat er niet alleen voor”.
Die persoon wil ik voor anderen zijn.
Leren over geld door te doen en te ervaren
Geldzaken en stress horen steeds vaker bij het leven van jongeren. Toch zijn deze onderwerpen lastig om in de klas bespreekbaar te maken. De mobiele escaperoom van Burgerkracht Limburg doet dat op een speelse en impactvolle manier.
In deze interactieve escaperoom stappen jongeren samen in een realistisch scenario. Door puzzels op te lossen en samen te werken ontdekken zij hoe belangrijk overzicht, keuzes maken en hulp vragen zijn wanneer geldzaken of administratie stress opleveren. Zo ervaren jongeren zelf wat er gebeurt als je grip hebt, of juist verliest, op je situatie.
Waarom werkt deze escaperoom?
De escaperoom sluit direct aan bij situaties die jongeren herkennen of later gaan tegenkomen. Door het spel:
• ervaren jongeren hoe geldstress kan ontstaan
• leren zij het belang van overzicht en ondersteuning
• oefenen zij met samenwerken, communiceren en keuzes maken
• wordt het makkelijker om na afloop het gesprek aan te gaan
Een waardevol onderdeel is het nagesprek, waarin jonge ervaringsdeskundigen hun verhaal delen. Dit maakt het onderwerp herkenbaar en verlaagt de drempel om vragen te stellen of hulp te zoeken.
Meerwaarde voor scholen
De mobiele escaperoom is een sterke aanvulling op lessen over burgerschap, LOB, mentoruren en financiële educatie. Scholen krijgen:
• een laagdrempelige en activerende werkvorm
• een blijvende indruk bij leerlingen
• ondersteuning bij preventie van financiële problemen
• een praktisch programma dat eenvoudig in te passen is
Praktisch inzetbaar
De escaperoom wordt verzorgd vanuit een caravan en is flexibel inzetbaar. Met een buitenruimte en een lokaal met smartboard kan het programma op school worden uitgevoerd, passend bij de groep en het beschikbare tijdsblok.
Wil je jongeren op een andere manier laten leren over geld, keuzes en hulp vragen? Bekijk de mogelijkheden en vraag de mobiele escaperoom aan via de aanvraagpagina.
Een leven van veerkracht, creativiteit en vooral blijven kijken naar wat wél kan
Bernadette (60) zet zich als vrijwilliger in tegen armoede en sociale uitsluiting. Ze doet dit op een bijzondere manier: door posters te maken, verhalen en haiku’s (Japansedichtvorm) te schrijven en creatieve projecten te ontwikkelen die armoede zichtbaar en bespreekbaar maken. Maar om te begrijpen waarom dit haar drijft, moeten we terug naar haar jeugd.
Jeugd in armoede
Armoede is voor Bernadette geen maatschappelijk thema op afstand. Het loopt als een rode draad door haar leven. Ze groeide op in een bijstandsgezin met een alleenstaande moeder en twee oudere broers. Geld was er nauwelijks. Ze weet nog goed hoe het voelde om niet mee te kunnen doen. “Een schoolreisje was al vaak passen en meten voor mijn moeder. En vakanties? Die zaten er niet in.” Ze herinnert zich het verdriet van verhuizen naar een andere plek op haar negende. “Ik raaktemijn vertrouwde wereld kwijt; mijn vriendjes, het bos, de boerderij waar ik speelde. Alles.” Meedoen met leeftijdsgenoten was lastig. Uitzondering daarop was haar lidmaatschap bij de scouting. Het was pijnlijk om buiten de boot te vallen, bijvoorbeeld door afwijkende kleding of naar een feestje te gaan en niet weten dat je dan een cadeautje meeneemt. Haar vader, die bij een bank werkte liet haar een heel andere wereld zien. “Bij hem was één ijsje niet genoeg. Dan zei hij: wil je een tweede of zelfs een derde? Dat contrast maakte duidelijk hoe verschillend levens konden zijn.”
Studeren tegen de stroom in
Als eerste in het gezin ging Bernadette studeren. Ze koos voor maatschappelijk werk, maar dat leverde spanningen op. Haar vader lag dwars, stopte met het betalen van zijn ouderlijke bijdrage en geloofde niet dat ze haar opleiding zou afronden. “In ons gezin was studeren niet de norm. Ik heb het net niet gehaald, maar ik heb wel gevochten om er te komen.”
Struggles met werk en gezondheid
Na haar studie volgde een grillige loopbaan. Werk vinden bleek lastig, vaak voelde ze zich een buitenstaander. “Ik paste niet in het plaatje.” Collega’s vonden me te onzeker of te anders. Ze kreeg slechts tijdelijke contracten. Tweemaal werd ze ontslagen. De opeenvolgende verliezen – werk, haar kat, en kort daarna de dood van haar broer en ouders – leidden tot een zware depressie die drie jaar duurde. Ze sliep soms wel twintig uur per dag en had moeite om grip te krijgen op haar leven. Ze hield er chronische vermoeidheid aan over. Ze kreeg diabetes en de diagnose ADHD. Toch gaf ze niet op. Via het UWV volgde ze een omscholing tot sociaal-juridisch medewerker, die ze met succes afrondde. Maar opnieuw bleek het vinden van passend werk moeilijk. De opeenstapeling van teleurstellingen, armoede en gezondheidsproblemen maakte het leven zwaar. In 2018 kreeg ze ook nog een beroerte, waarna ze opnieuw moest leren lopen en spreken.
Creativiteit als uitweg
Wat Bernadette telkens weer overeind hield, was haar creativiteit. Ze ontdekte de kunst van het schrijven van haiku’s toen ze zich verdiepte in Japanse Zen filosofie. Vanaf dat moment werden korte gedichten haar manier om gevoelens en ervaringen te verwoorden. Later begon ze posters te maken waarin ze haiku’s combineerde met krachtige beelden. Deze posters vonden hun weg naar conferenties, bijeenkomsten en zelfs internationale netwerken tegen armoede.
Ze gaat soms gekscherend op pad als “Koningin Minima”, compleet met kroontje en zwarte jurk. Ze werd lid van de SP. In haar ogen dé partij die wat aan armoede doet en die dat ook durft te benoemen. Op die manier vraagt ze aandacht voor armoede en de gevolgen van politieke keuzes.
Het is háár creatieve manier van protest voeren en bewustwording creëren. Ook geeft ze workshops in schrijven en haiku’s. Vaak doet ze dat op bijzondere plekken, zoals bij de “Geheime Tuinen” in Sittard – plekken met een verborgen geschiedenis die door verhalen en kunst tot leven worden gewekt. Daar helpt Bernadette deelnemers om hun eigen ervaringen in woorden te vangen.
Een gezicht voor mensen in armoede.
Ze maakt zichtbaar wat vaak onzichtbaar blijft. Door haar eigen ervaringen te delen, door kunst te maken en door anderen te begeleiden in creatieve uitingen, geeft ze armoede een gezicht. Haar overtuiging is dat iedereen kansen verdient, vooral via goed onderwijs en door begeleiding. Ze weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om zonder steun of voorbeeld je weg te vinden. Armoede beïnvloed je denken, zegt ze: “Je verstand neemt met tien procent af als je in armoede leeft. Je maakt keuzes meer op korte termijn, want je bent bezig met overleven.”
Geluksmomenten en dromen
“Ik zet iets neer wat een ander nog nooit heeft neergezet. Het is niet gekopieerd, het komt helemaal uit mezelf.”
Ondanks alles kent Bernadette momenten van geluk. Het meest geniet ze ’s avonds op haar balkon, wanneer de stilte neerdaalt en ze kan reflecteren op de dag. Ook in het schrijven, tekenen en geven van workshops vindt ze vreugde en zingeving.
Ze blijft nieuwe talen leren en droomt van een reis naar Zweden. Maar vooral wil ze doorgaan met wat ze nu doet: verhalen vertellen, haiku’s schrijven en mensen in armoede een gezicht en stem geven. Als ik die interesses niet had gehad was ik veel ‘armer’ geweest. Het maakt dat ik mijn armoede op de een of andere manier minder voel en daardoor denk: “ik red het wel!”